denken met dingen

Denken met dingen, begrijpen met je handen

.

Een lezing op de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten over hoe je op een mooie, procesgerichte manier kunt werken rond thema’s en een studiedag op mijn eigen school over de verbinding tussen Cultuuronderwijs en Wetenschap & Techniek. Ik stond vorige week klaar in de startblokken toen eerst de hogeschool zijn deuren sloot en na het weekend ook de basisscholen dicht gingen. En het lukte niet om al die voorbereide presentaties, uitgezochte filmpjes, foto’s, verhalen en inspirerende gesprekken zomaar in rook te laten opgaan. Dus ietwat getroebleerd ging ik maandag naar school om te praten over hoe we ‘onderwijs op afstand’ zouden gaan verzorgen. Hoe deed je dat met kleuters? Zouden we met z’n allen in de valkuil stappen van werkbladen, letterbingo’s, vormenlotto’s en het ‘speels’ werken aan doelen? Dat is immers zoveel makkelijker te delen dan tips over het ondersteunen van leren door spel, creëren en eigen plannen maken.

Jaren geleden stelde Jitte tijdens een kunstproject enthousiast voor om de hele wereld te maken. Daarna hoorde ik het vaker. Puck die tegen haar klasgenootjes zei: ‘Wij hebben ook een wereld, kijk maar!’ Mijn jongens die vorig jaar in de bouwhoek verschillende werelden maakten en een tijdmachine waarmee je van de ene wereld naar de andere kon reizen. Die werelden maken de kinderen met dingen, al spelend, pratend, tekenend, krabbelend, schrijvend, zingend, bouwend, bewegend en meestal doen ze dat allemaal tegelijk. Dat is de manier waarop jonge kinderen denken en leren.

.

De schilder Sean Scully maakte een serie schilderijen na aanleiding van zijn zoontje die speelde op het strand. Hij zei daar zelf over: ‘.. my son, a child that stands for all children (…) usually, what he is doing here (met zijn handen), is in his head. There is no space between what’s in his head and the action.’ Eigenlijk is het een klein wonder: de ideeën en verhalen van kinderen die zichtbaar worden in de dingen. Hoe ze dat samen doen, met elkaar. En hoe ze steeds beter gaan begrijpen wat hun vriendjes maakten en speelden. Als je dat kunt wordt je wereld snel groter. En is de stap naar de wereld van geschreven verhalen een stuk kleiner. Dan wil je graag leren hoe het er in de echte wereld aan toe gaat. Maar blijf je ook je eigen wereld vormgeven. Denken met Dingen:

.

.

Mijn aanvankelijke zorg over het ‘afstandsonderwijs’ voor kleuters bleek ongegrond. Inmiddels wisselen we met de kinderen filmpjes, verhalen, foto’s en tips en tops uit. Dat is hartverwarmend. En zo zorgt deze verontrustende tijd misschien ook wel voor mooie, nieuwe initiatieven.

De magie van het maken

.

Eigenlijk heeft ze geen tijd voor de gewone begroeting van iedere ochtend. Ze moet hoognodig iets heel belangrijks vertellen:

‘Ik heb magische krachten gekregen van Isa!’

Na de uitroep staat ze stil, kijkt schuin omhoog, alsof zich daar nog een spoor van de magie bevindt. Haar tante lacht, net zoals een paar andere moeders en vaders die hun kind naar school brengen. ‘Goh’, zeg ik, ‘wat goed, kan ik ook van die krachten krijgen?’ ‘Nee, het moet met de toverstok. Isa, heeft een toverstok; zo!’ Ze springt omhoog, komt neer met haar benen wijd, spreidt haar armen uit en zwaait met de denkbeeldige toverstok. ‘Nu kan alles in ijs veranderen en dan gaat het sneeuwen. Maar het moet wel buiten.’ Ik herken het Frozen-thema maar denk ook dat Nienke een belangrijke stap in haar ontwikkeling heeft gezet. Niet alleen kan ze zich van alles voorstellen, ze kan ook aanhaken bij de voorstellingen en verhalen om haar heen. Als we later die dag buiten spelen zie ik het weer. De kinderen spelen ‘ijskoning’. Er is een ijskoningin met twee baby’s waarvan er één opgroeit en de ander klein en afhankelijk blijft, er is een ijspaleis, een koets met een paard ervoor en een oppasser voor de baby’s en het paard. Het ijspaleis bevindt zich op een heuveltje, banden en planken zijn bedden en tafels, scheppen laten zien waar de deur is, er zijn emmers waarvan mij de functie niet helemaal duidelijk is maar voor de kinderen die meespelen is het zonneklaar. Soms wordt er onderhandeld en verandert een bed met een kleine ingreep in een tafel of ontstaat er een stal in het paleis. Kinderen die zich niet houden aan deze ongeschreven regels over wat iets voorstelt worden onverbiddelijk weggebonjourd. Een paar weken geleden had Nienke nog veel moeite met het vinden van aansluiting bij het spel van anderen, nu doet ze helemaal mee.

Als we naar binnen gaan is Isa, die de magie van het maken tot in de puntjes beheerst, verdwenen. Ze blijkt al in de klas te zijn. Op de grond in de deuropening is ze bezig met een takje, een blaadje en plakband. Tijdens de speelwerktijd, later, gaat ze verder. Sil vraagt aan mij wat Isa toch aan het doen is. Ik hoor mijzelf terug als Isa antwoordt dat hij dat aan haar moet vragen dat ze het dan wel zal vertellen. Ze maakt namelijk een indianenhoed.

De tekentafel met verschillende formaten papier, potloden, stiften, plakband, een perforator en draadjes en lintjes is favoriet tijdens het spelen en werken. Ook Nienke schuift aan. Aandachtig kijkt ze toe hoe Anne een echt tasje maakt van papier; er kan iets in, er zit een hengsel aan en het is aan de buitenkant mooi versierd. Dat wil ze óók. Worstelend, soms stampvoetend omdat het niet lukt, krijgt ze het voor elkaar om ook een tasje te maken. ‘Het is dezelfde als van Anne maar toch een beetje anders gemaakt’, legt ze later uit in de kring.

Steeds vaker denk ik dat het een van de belangrijkste ontwikkelingen is in de kleutertijd; het maken en gebruiken van symbolen en het begrijpen van de symbolen van anderen. Dit leren kinderen door te spelen én door te ‘maken’. En al die letters, cijfers en teksten, die tenslotte ook allemaal symbolen zijn, gedijen later veel beter in een goed ontwikkeld symbolisch denken.