Geen categorie

Ik was de gouden T-rex met de giftige tong!

IMG_7167

Het verhalenboek van onze groep

.

Hij begint al te praten voordat hij zit. ‘De spelers van mijn verhaal zijn ….’, met zijn armen maakt hij vechtgebaren, zijn lijf wordt groot en sterk om dan ineens in een schijnbeweging onderuit te duiken. ‘…… het gaat over een gouden T-rex met een giftige tong. En over een superheld. En de derde speler is de cheeta. Ze gingen naar het bos toe om de mensen te redden van het vuur.’ Zo snel als ik kan probeer ik mee te schrijven. Af en toe om verduidelijking vragend terwijl ik tracht de woeste woordenstroom wat in te dammen en samen te vatten.

Dries en Thomas zijn vandaag aan de beurt om een verhaal te maken voor ons verhalenboek. Later die dag zullen we de verhalen in de kring uitspelen terwijl ik de gedicteerde tekst voorlees. De verteller verdeelt de rollen, het speelveld is de ruimte binnen de kring en met elkaar maken we afspraken over hoe en waar de plekken en de handelingen uit het verhaal uitgebeeld worden. De werkvorm is geïnspireerd op de werkwijze van de Amerikaanse onderwijzeres en onderzoeker Vivian Paley. Juist de duidelijke en eenvoudige vorm geeft de kinderen veel vrijheid. De betrokkenheid van de kinderen op elkaar is enorm. En het is iedere keer weer een klein wonder om zo vanzelfsprekend een inkijkje te krijgen in wat de kinderen bezighoudt, waarover ze fantaseren, waarvoor ze bang zijn en waar ze enthousiast van worden.

De gebeurtenissen in het verhaal van Dries buitelen over elkaar heen. Soms stopt hij met praten om een denkbeeldig ‘groot lichtzwaard’ te pakken, zich te verdedigen met een schild of te schieten met een kruisboog. Dan weer kijkt hij rond om alvast te kiezen wie er allemaal mee mogen spelen in zijn verhaal.

Na Dries is Thomas aan de beurt en bij hem gaat het heel anders. Rustig komt hij bij mij aan tafel zitten. Als ik vraag hoe zijn verhaal begint denkt hij lang na. ‘Ik weet het nog niet’. ‘Over wie gaat jouw verhaal?’ vraag ik na een tijdje. Dat weet hij wel meteen: ‘Het gaat over de cheeta, een panter, en een nachtluipaard. En ook nog over een tijger en een zebra en een paard. Ze waren in het wild in Afrika’. Dan stopt hij weer en met zijn blik schuin naar boven kijkt hij van me weg. Het wordt spannend, ook voor mij. Alsof hij ergens wel weet wat hij wil vertellen maar er niet helemaal zeker van is of het wel mag. Ik moet mijn vragen zo stellen dat het lijntje niet breekt en ik hem genoeg ruimte en vertrouwen geef om zijn eigen ideeën te volgen. Veel verhalen voor het boek gingen de afgelopen tijd over wilde dieren die ontsnapten uit de dierentuin. Steeds vaker werden die dieren niet meer gevonden en leefden ze verder in het oerwoud. Als Thomas heel lang stil blijft vraag ik voorzichtig of ze het fijn vinden in het wild. ‘Ja!’ En dan met snelle schichtige blik, ‘want dan konden ze dieren dood maken. Ze konden heel veel dieren doden.’ Op mijn vraag hoe dat dan ging praat hij iets rustiger verder: ‘Het was in de avond. Ze waren wakker geworden. En toen zagen ze een zebra.’ Hij vertelt hoe er een val gemaakt werd voor het paard en hoe de dieren zich in groepjes verdeelden om de zebra te vangen. Uiteindelijk worden zowel het paard als de zebra gevangen en opgegeten. Thomas zegt er meteen bij dat als we dat gaan spelen de kinderen elkaar niet aan moeten raken. ‘Je kan gewoon in de lucht happen … kijk zo …. dat je niks voelt’. Later in de kring zie ik met verbazing het groepje roofdieren, allemaal jongetjes die regelmatig moeite hebben hun eigen gedrag te begrenzen, voorzichtig om elkaar heen bewegen. Ze klauwen met gevaarlijke, scherpe poten in de lucht. Happen in het luchtledige en rennen zonder elkaar aan te raken; snel maar toch zachtjes, achter de prooien aan. Dat wat ze nog niet kunnen in het echt lukt wel in het spel. En dat spel is het spel van de hele groep geworden. Alle toeschouwers zitten ze op het puntje van hun stoel. Sommige kinderen grommen als een cheeta of maken de bewegingen van het nachtluipaard. Maar dan krijgt Mirte, het meisje dat de zebra speelt, het benauwd. Doodstil staat ze tussen de grommende roofdieren. Dan holt ze naar mij: ‘Juf, ik wil niet meer!’. Ik zet het spel stil en geef de roofdieren een compliment. Wat deden ze het voorzichtig en toch waren het zulke echte roofdieren dat Mirte er bang van is geworden. Meteen steken een aantal jongens hun vinger op; zij durven wel.

Als we het verhaal van Dries spelen vraag ik eerst wie hij zelf wil zijn. Hij is niet een van de superhelden, zoals ik verwacht had, maar degene die de baas van de bandieten ging halen. Het waren gemene bandieten die kanonnen afvuurden op de helden. ‘Toen ging de T-rex op de eerste bandiet tegen zijn schild aan met een pijl schieten en toen ging de bandiet dood. Toen kwam de baas van de bandieten en die had een groot lichtzwaard meegenomen en ze probeerden allebei te smijten maar dat lukte niet en bij het goede team wel.’ Nick, eerst opgetogen omdat hij de bandietenbaas mag zijn, valt stil. ‘Dus ik ga dood?’ Eerst denk ik dat hij het niet zal doen. Nick wil altijd winnen en de sterkste zijn. Maar dan zegt hij: ‘Oké’. Dries vindt dat het bos onder de tafel in de kring is. ‘Is dat wel handig?’ vraag ik hem. ‘Moeten al die bandieten en helden dan onder de tafel vechten?’ Na even te hebben nagedacht beaamt hij; ‘juf je hebt gelijk, het bos is overal in de hele kring’. Zo wordt ook het verhaal van Dries gespeeld. Volgens samen bedachte regels. Er wordt voorzichtig gevochten en Nick valt aan het eind dood neer en blijft bewegingsloos liggen. Terwijl we naar buiten lopen jubelt Gijs boven alles uit: ‘Ik was de gouden T-rex met de giftige tong!’

Zie ook Vrij spel.

‘Ook kunstenaars koken met water.’

In april start voor de 2de keer de nascholingscursus ‘Ook kunstenaars koken met water’. Er zijn nog enkele plaatsen vrij.

Welke plek heeft kunst in een kinderleven? Wat kun je doen met meel, water of een oude mixer? Hoe begeleid je creatieve processen? Hoe wordt kunst en cultuur een volwaardig onderdeel van het onderwijs? In de vierdaagse nascholingscursus van de master Kunsteducatie zijn materiaalonderzoek, ervaringen en verhalen van kinderen het uitgangspunt voor het ontwikkelen van een inspirerende vorm van authentieke kunsteducatie die past binnen je eigen onderwijspraktijk.

Praktijk en theorie zullen elkaar afwisselen en versterken. Met opdrachten die je eigen creativiteit aanspreken ervaar je zelf de meerwaarde van het doormaken van een rijk creatief proces. Deze praktijkscholing focust op beeldende kunst en geeft een helder theoretisch kader waarbij nieuwe inzichten uit de vakliteratuur en atelierpraktijk aan bod komen. Cursisten worden uitgenodigd om gebruik te maken van elkaars expertise en samen te werken aan plannen voor de eigen beroepspraktijk.

Voor wie? De cursus is bedoeld voor leerkrachten en beleidsmakers in het basisonderwijs en de kinderopvang, afgestudeerde kunstvakdocenten, BIK’ers, PABO-docenten en andere professionals die werken met kunsteducatie en kinderen.

Door wie? De cursus wordt gegeven door Sabine Plamper, Titia Sprey en Hanneke Saaltink.

Bekijk voor meer informatie en inschrijving de brochure: Brochure 2016 AHK

All in the game

Ik wil niet een wedstrijd, of een beloning. Ik vind

het niet leuk dat ze zeggen: “Wie het het mooiste

heeft gemaakt krijgt iets”.

Nadine uit groep 4 over werken in het atelier.

.

Een wedstrijd; eigenlijk ontloop ik het meestal. Dat heeft vast veel te maken met winnen en verliezen. Meestal maakt het me niet zoveel uit of ik nou glorieus de eindstreep haal of al eerder uitgeschakeld word. Alleen verliest het spel dan al snel zijn betekenis. En die enkele keer dat ik me wel in de flow van de strijd laat zuigen blijkt het vaak net weer even anders te gaan dan ik in gedachte had. Dan hang ik als 3 jarige tijdens koninginnen-dag zo netjes mogelijk de was met 2 knijpers aan een lijntje maar dan blijkt het alleen te gaan om zo snel mogelijk je wasmandje leeg maken. Niet dat dat verliezen erg was, ik herinner me vooral de angstige, ongemakkelijke verbazing om al die lachende omstanders. En daarna won ik zo vaak een tekenwedstrijd, om niet begrepen redenen, dat ik het niet kon geloven toen ik die ene keer eens niet won en dacht dat mijn opgestuurde werkstuk vast was kwijtgeraakt.

Toch gleed ik deze zomer bijna ongemerkt in de ‘challenge’ van onze nieuwe school. Nooit bedacht om een school op te richten, helemaal niet bedacht om dat juist nu te doen en toch greep ik deze ‘kans’ met beide handen aan. Gaandeweg bleek de uitdaging toch ook een echte wedstrijd met afvalrondes, pitches en teams die alleen strategisch samenwerkten en de sterke punten van hun plannen voor elkaar verborgen hielden. Iedereen geloofde in de eigen plannen, iedereen wilde dat zijn school werkelijkheid zou worden en iedereen wilde winnen. Wij ook!

Afgelopen dinsdag hoorde we dat we niet tot de 4 initiatieven hoorden die doorgaan naar de ‘kraamkamer’. Jammer! Even overheerste de teleurstelling. Zo veel werk voor niets ….. Hadden we de spelregels weer niet goed begrepen? Hoe kon het dat niet gezien was hoe mooi ons plan was? En toch ….. Zonder deze wedstrijd hadden we nu geen uitgewerkt plan op tafel liggen. Hadden we niet met zoveel mensen gesproken. Hadden we niet zo ver doorgedacht over een atelier in het hart van het onderwijs. Het plan ligt er nu, er zijn contacten gemaakt, aspecten die nog meer aandacht behoeven worden helder; het schoolplan kan de komende tijd alleen maar beter worden.

Woensdag was de feestelijke bekendmaking van de winnaars. Ik moest werken maar Marike was erbij:

12628644_1269963396364067_5555509306473819730_o

Met wel een bos bloemen van de wethouder en een vermelding in het Parool (als 1 van de initiatieven die het net niet haalden), gaan we nu op eigen kracht verder met onze plannen voor Basisschool De Vrijplaats. Het plan is te mooi geworden om nu te stoppen. Iedereen die ons geholpen heeft en die ook droomt van een basisschool met een autonoom atelier voor alle kinderen: dank je wel voor je steun!
Citaat uit het advies rapport:
“De commissie is onder de indruk van de tijd die alle initiatiefnemers in het uitwerken van hun voorstellen hebben gestoken en de passie die in de voorstellen doorklinkt voor inspirerend en goed onderwijs”

Over De Vrijplaats: “Het plan biedt naar de mening van de adviescommissie een interessante invalshoek op (ander) onderwijs met de nadruk op kunst en cultuur en het centraal stellen van de ervaringen van de leerlingen om van te leren.” En…”de commissie vindt de duidelijke keuze voor kunst en cultuur in combinatie met Freinet en Reggio Emilia goed uitgewerkt”

Blijf ons volgen op onze Facebook-pagina en op website De Vrijplaats.

 

Begrijpen met je handen

IMG_6738

..

Hij was 4 en speelde het liefst in de bouwhoek. Daar verzamelde hij zo veel mogelijk vrienden én blokken om zich heen om er vervolgens zo hoog mogelijke stapels van te maken. Zowel van de blokken als van de vrienden! Ook in de huishoek, met de duplo of het poppenhuis stapelde hij alle spullen die hij kon vinden op tot zo hoog mogelijk bergen. En natuurlijk eindigde dat regelmatig in een woeste stoeipartij. Daarom besloot ik de zandtafel te vullen met stenen en grind, nu mócht er gestapeld worden. Ik legde er grote en kleine PVC-buizen, koppelstukken, grote lepels en bakken bij. Toen voltrok zich een klein wondertje. Iedere dag weer veroverde hij zich een plekje aan deze stenentafel. Als een ware onderzoeker keek hij samen met zijn vriendjes hoe de stenen en het grind zich gedroegen in de buizen. Er werd geschept, gegoten, gestapeld en het gewicht werd geschat. Er werden machines gebouwd waar de stenen en het grind moeiteloos doorheen gleden. Nu was er geen tijd meer voor stoeipartijen of ruzietjes. De kinderen waren aan het werk, er moesten problemen worden opgelost, plannen gemaakt en conclusies getrokken.

Ook in het nieuwe schooljaar maken we een stenenbak. Er wordt opnieuw vol overgave in gespeeld. Je ziet de kinderen bijna denken met hun handen; met hun hele lijf. Kijken, doen, praten soms. Met hun volle aandacht onderzoeken ze wat materiaal kan en doet. ‘Hoe werkt het?’ ‘Waar komen de stenen vandaan? Waar gaan ze naartoe? En hoe kun je er invloed op uitoefenen?’ Al handelend en pratend wordt er ontzettend veel geleerd. Door de meisjes net zo goed als door de jongens. Dit leren heeft niet, zoals zo vaak in het onderwijs, als startpunt de taal. Ik heb de kinderen niet van te voren verteld wat ze vandaag gaan leren, ik vink geen leerdoelen af en heb niet precies geformuleerd welke kennis er ontwikkeld moet worden. Het is een leren dat is gegrond in waarneming en fysieke actie. We weten niet precies welke kant het op zal gaan en ik ben ervan overtuigd dat er ook een hoop gebeurt dat ik nooit zal weten. Gewoon omdat ik net mijn aandacht even op iets anders richtte. Wat ik wel zie is de enorme betrokkenheid en af en toe ben ik getuige van een nieuw inzicht dat doorbreekt.

Steeds vaker zie ik jonge kinderen die op school komen met een grote taalvaardigheid en een enorme woordenschat maar met heel weinig stuur over hun eigen lijf en bijna geen ervaringskennis. Ze kunnen prima vertellen wat evenwicht is maar wat ze moeten doen met een balansweegschaal weten ze niet. Moeiteloos sommen ze alle regels voor samenspelen op maar hoe je dat dan doet met je vriendjes? Geen idee. Een potlood vasthouden, knippen, plakken maar ook klimmen, rennen, vallen of spelen met een stokje in een regenplas ….. ze hebben het weinig of nooit gedaan. Het is of al die gekende woorden heel weinig inhoud hebben. Alsof al die begrippen leeg zijn. En juist deze kinderen hebben een enorme honger naar fysieke ervaringen. Ze willen alles voelen, beetpakken en onderzoeken. Ze willen stoeien, rennen, klimmen, sjouwen. En ze willen spelen. Ik denk dat daar tegenwoordig een belangrijke taak ligt voor het onderwijs aan (jonge) kinderen. We moeten een rijke omgeving creeëren waarin de kinderen veel  sensomotorische ervaringen kunnen opdoen, waar ze samen spelen, waar ze conflicten en problemen samen oplossen. Zo worden woorden en begrippen doorleefd en begrepen. De kinderen gaan begrijpen met hun handen. In de stenenbak bijvoorbeeld.

Deze diashow vereist JavaScript.

Een troosttekening

IMG_1624

.

Hoe ik om moest gaan met mijn lieve, woeste, ondernemende, onderzoekende en creatieve kleutergroep met 20 jongens en 10 meisjes had ik al eens helemaal uitgedacht. Veel doen, weinig praten. Niet 3 kwartier zitten in de kring maar bewegen en spelen. En veel structuur, rituelen en routines.

Maar dan wordt alles ineens helemaal anders. Op zondagavond hoor ik dat een van onze collega’s die middag verongelukte in een klimhal. En ik kan het niet geloven. Zo’n energieke, jonge man vol plannen. Hij werkte nog maar een jaar bij ons op school. Verving een leerkracht die ook al plotseling overleed. Hij heeft een zoontje van 2, een net zwangere vriendin. Dat kan gewoon niet! Mijn lijf snapt echter veel eerder dan mijn vluchtende geest wat dit betekent. Het is alsof ik een baksteen heb opgegeten. Zwaar zinkt iets onverteerbaars naar beneden.

De volgende ochtend hoor ik Abe, net als andere ochtenden, al van ver zingend en roepend aan komen lopen terwijl hij naar iedereen grapjes maakt, want dat kan hij goed. Het voelt ineens misplaatst. Net stonden we hier nog koortsachtig met gedemte stem te praten. Wat was er gebeurt en hoe ging het nu verder? Hoe moest het met die groep 7 van hem? Hoe vertel je dit op een school met 450 kinderen, 800 ouders en 3 locaties? Ik leg een hand op de schouder van Abe. Maan hem wat zachter te praten. En hij voelt het aan. Rustig gaat hij naar binnen. Veel stiller dan anders kiest hij een activititeit en gaat aan het werk. Een vader zegt: ‘Nog niet helemaal wakker juf? Zwaar weekend gehad?’. Ik kom niet verder dan een flauwe glimlach. Dan begint de dag. De kinderen stromen binnen, gewoon net als anders. En ik denk dat ik doe wat ik anders ook altijd doe. Maar dat is niet zo. Vergeten is het -veel doen en weinig praten-. Als vanzelf volg ik mijn eigen voorkeuren. En dat is praten. Net iets langer in de kring zitten dan goed is. Niks oplossen met een knipoog of een grapje maar vragen of het stil kan zijn, zeggen dat de handen en voeten bij jezelf moeten zijn en blijven, eisen dat ze netjes in de rij staan, zonder geduw, zonder getrek en vooral stil! Het gevolg is onrust en ruzie. Mirte die voor het eerst in tranen uitbarst en zachtjes blijft herhalen dat ze bij haar moeder wil blijven. Emilio die als een dolle de klas rondrent en Kai die iedereen duwt en stompt. Niet allemaal, maar een aantal kinderen lijkt te voelen dat er iets anders is, dat ik anders ben. Ze weten niet wat en hoe maar ze reageren. Drie dagen later vraagt een moeder of ik iets meer kan vertellen over het incident. Ik kijk haar niet begrijpend aan. Graaf diep in mijn geheugen maar kan niets vinden. ‘Ja’, zegt ze, ‘het was wel heel erg, je zag de tandjes in zijn schouder staan. Douwe zei dat hij wel 2 bekertjes water moest drinken voordat het over was’. En dan zie ik het weer voor me. In de deuropening staat mijn bouwcoördinator. Als ik naar haar toe loop komt Douwe hard huilend op mij toegerent, daarachter de beschaamde Nick. Met mijn aandacht al bij de bouwcördinator vraag ik wat er gebeurde. Er wordt sorry gezegd en getroost. Dat gebeurt al jaren met een glaasje water. Ondertussen hoor ik dat alle ouders van groep 7 zijn gewaarschuwd en naar school komen. Dat de kinderen horen wat er gebeurd is in het bijzijn van hun ouders. Dat de directeur daarna langs alle klassen van de betreffende locatie gaat. En dat alle andere ouders via de mail worden geïnformeerd. In die volgorde.

De begeleidster van de voorschoolse opvang roept het over de hoofden van de kinderen heen. ‘Kijk eens wat Abe meeheeft! Zo mooi!’ Ik buig voorover en krijg een tekening, zorgvuldig opgeborgen in een doorzichtig hoesje. Het is een troosttekening voor groep 7. ‘Mijn vader heeft verteld wat er met de meester is gebeurd. En toen heb ik een tekening gemaakt voor de kinderen van groep 7.’  Die kinderen zijn daar heel erg blij mee. ‘Ze wilden meteen naar jullie toe’ vertelt de leerkracht die deze dagen voor de groep staat. ‘Vooral toen ze lazen dat zijn zusje ook een tekening maakte. Want die wilden ze dan ook zien, natuurlijk.’

In de weken daarna herneemt het leven in de klas weer zijn gewone gang. Bijna als daarvoor. Niet helemaal. Op een of andere manier lijkt het alsof de wereld net een stukje verschoven is. Alsof ik niet meer helemaal weet hoe het moet. En als ik denk aan zijn kleine gezin, zijn familie en ook aan de collega’s die met hem in hetzelfde gebouw werkten, wordt het mij koud om het hart. Toch is er ook Abe’s troosttekening.

En deze herfstvakantie zet ik opnieuw op een rijtje hoe ik ook al weer om moet gaan met mijn lieve, woeste, ondernemende en creatieve donderstenen.

Het atelier is het hart van onze nieuwe school

atelier..

Twee maanden geleden zette Marike Hoekstra een berichtje op Facebook. ‘Het atelier is het hart van de school’. Amsterdam zocht schoolmakers en vroeg iedereen om mooie plannen te delen. Ik was meteen enthousiast. Stel je voor dat een atelier het hart van de school zou zijn. Een ruimte waarin kinderen op een andere manier kunnen leren en zich ontwikkelen. Waar ze kunnen spelen, ontdekken en de wereld onderzoeken. Waar plannen gemaakt worden, verhalen vertelt, gebouwd, gedanst en samen gewerkt. Een atelier waar de deur voor de kinderen altijd open staat. Waar kinderen op eigen initiatief met kunstenaars kunnen samenwerken en van elkaar kunnen leren. Wat een verrijking voor het onderwijs zou de voortdurende uitwisseling tussen de ateliersituatie en het werken in de klas kunnen zijn.

Marike Hoekstra, Tanja Kerkvliet en ik werkten het plan verder uit en zette het op de site van de ‘Nieuwe School’.   naast alle andere grote, kleine, slimme of bevlogen plannen. Deze week kan er gestemd worden. Wil jij ook dat ons initiatief werkelijkheid wordt, breng dan je stem uit op plan 41. En deel dit met zoveel mogelijk mensen.

Stem hier!

Niet alleen omdat je kinderen hebt die je graag in Amsterdam naar een fijne school zou laten gaan, of omdat je als leerkracht, kunstenaar of schoolleider zou willen werken op zo’n school. Maar gewoon omdat je goed (kunst)onderwijs een warm hart toedraagt en omdat deze school een inspiratiebron zou zijn voor heel veel andere scholen.

 

Het spel van Jackson Pollock

IMG_6345

Meer dan manshoog hangt hij voor de grote ramen van de Tate Modern in Liverpool; de foto van Jackson Pollock terwijl hij één van zijn ‘drippings’ maakt. Een groot wit vlak op de grond, Pollock leunend op een knie gebogen over zijn werk. Concentratie, aandacht. Met zijn hele lijf gericht op de verf die van de kwast druipt. Handen en ogen, zie ik, die elke beweging registreren en daarop reageren. Speelse, liefdevolle ernst. En ik herinner me een flard van een tekst, ooit ergens gelezen. Over een onderzoek waaruit gebleken zou zijn dat kinderen én volwassenen werken op de grond eerder als spel ervaren dan werken aan een tafel.

Later op strand buigt Jan zich ineens, in een onbewaakt ogenblik, voorover en begint met schelpen een mozaïek te leggen rond een aangespoelde kwal. Is dit niet dezelfde houding, dezelfde aandacht en flow? Hetzelfde spel.

..

..

Of Charlotte Schleiffert die haar grote tekeningen ook maakt op de grond.

imgres

..

..

..

..

..

..

Ik denk er opnieuw aan als ik, inmiddels weer thuis, heel voorzichtig en vooral niet te nadrukkelijk begin te denken aan de school die volgende week weer begint. Zittend op het gras in de tuin, schuur en olie ik alvast een oud IKEA laden-blok om daarvan een rekenkastje te maken. Het is een genoegelijk werkje en het heeft vooral nog niets te maken met de drukke, doelgerichte hectiek die het schoolleven normaal gesproken kenmerkt. Iedereen die langsloopt en mij ziet zitten in de zon tussen uitgestalde laatjes, doeken en schuurpapier, herkent het meteen. Er wordt geglimlacht, ‘lekker hè, dat doe je goed!’ zegt de buurvrouw die over de heg kijkt. En terwijl ik de geur van de olie ruik die zich vermengd met die van het pas gemaaide gras, terwijl ik de laatste stickers wegschuur, met mijn handen de houtnerf volg en mij uitstrek om bij mijn kopje thee te kunnen, speel ik met mijn plannen voor het volgende schooljaar. In dit laatje komen alle gevonden slakkenhuisjes en daar de stenen, knopen, cijferkaartjes en dobbelstenen. Is dat anders dan wanneer ik aan tafel zou zitten? Zou het dan eerder ‘werk’ zijn? Kinderen spelen graag op de grond heb ik gemerkt. Ooit begonnen twee jongetjes met gekleurde klei op tafel een parcours voor auto’tjes te maken. Moeiteloos overbrugden ze de ruimte van de tafel naar een nabije stoel, om daarna door te bouwen op de grond. Steeds meer kinderen sloten zich aan bij dit spel en ik kon het niet over mijn hart verkrijgen het te verbieden. Ze waren zo geconcentreerd, zo vol overgave en plezier aan het werk. En ach, het was bijna zomervakantie dan ging die klei toch in de prullenbak. Is het anders om met klei op de grond te spelen? In tegenstelling tot de afgebakende ruimte van de tafel konden ze nu alle kanten op. En spelen op de grond doen kinderen  met hun hele lijf. Zitten op hun hurken of knieën, staan, buiken en kruipen wisselen elkaar moeiteloos af.

..

..

 

De Amerikaanse kunstenaar Sharon Lockhart filmde grauwe, betonnen binnenplaatsen in Polen. In een fragment spelen een jongen en meisje met water, modder en zand. Alles onder handbereik. Het meisje strekt haar been, beweegt heen en weer. Ze danst bijna. Kinderen kunnen dat nog. Samen dezelfde aandacht; 2 paar handen en ogen, voortdurend op elkaar reagerend.

..

In de ateliers bij ons op school werken de kinderen ook vaak op de grond.

Alleen:

IMG_3331IMG_3358

.

..

.Of samen:

IMG_3206.

.

.

.

.

.

.Liggend:

IMG_3339IMG_3341

.

.

.

.

.

.

.Of staand:

SONY DSC

.

.

.

.

.

.Soms nauwelijks in evenwicht:

SONY DSCSONY DSC

.

.

.

.

.

.

Terwijl het resultaat zich steeds verder uitbreidt:

.

.

Een ding weet ik zeker. Als ik straks mijn nieuwe klas inricht, komt er tussen de mooie nieuwe tafels en stoelen van ons spik splinter nieuwe meubilair genoeg plek om ook op de grond te kunnen spelen en werken.

Kleutermethode als bronnenboek

.

.

‘een plattegrond is de grond die plat is’

..

IMG_1347IMG_1346

. 

Kijk, ik heb een tekening van onze klas gemaakt’ zeg ik, terwijl ik de plattegrond uitrol die ik tussen de middag van de klas maakte. Ik geef een les uit de methode kleuterplein binnen het thema POST. Het is de bedoeling dat de kinderen oefenen in het opereren met ruimte en vormen, dat ze hun ruimtelijke oriëntatie ontwikkelen en gaan begrijpen wat een plattegrond is. Daarom zal ik op de plattegrond met een mini-envelopje aangeven waar in de klas een echte brief is gepost. Voorlopig zijn de kinderen zeer welwillend maar zien ze nog geen plattegrond in mijn tekening. Eerder een grote brievenbus met poten eronder in een straat. Want dat het iets met post te maken moet hebben, dat hebben ze al wel begrepen. Ik vraag ze of ze weten wat een plattegrond is. Veel vingers gaan omhoog: ‘Dat is de grond, zo hier, de grond die plat is’, er wordt gewezen naar de grond en geklopt, gestampt en gewreven. Ja, de grond is plat en dat kun je op allerlei manieren ervaren. Dan zie ik Raai de Kraai, die in zijn nest boven onze kringtafel hangt en krijg een idee. Ik laat de handpop naar beneden vliegen. Vanuit zijn positie hoog boven de klas snapt hij wel hoe die tekening in elkaar zit. Hij vliegt heen en weer terwijl hij laat zien waar hij is op de plattegrond. Ik noem het woord landkaart en luchtfoto. Af en toe zie ik een kleine glimp van herkenning. Ja, een landkaart of liever een schatkaart, dat kennen ze wel. Ik laat Louis, waarvan ik weet dat hij goed kan ‘opereren met ruimte en vormen’ en een groot ruimtelijk inzicht heeft, samen met Raai zoeken waar het envelopje ligt in de klas. Maar alleen met heel veel hulp en sturing komen we ergens in de buurt. Ondertussen begint Louis, zomaar met Raai de Kraai in zijn eigen handen, gek te doen voor een lach-graag publiek dat genoeg heeft van al dit onbegrijpelijke en ik geef het op.

Toch kan ik het nog niet helemaal loslaten. Verschillende keren zag ik jonge kinderen die spontaan plattegronden maakten, soms zelfs opvallend kloppend met de werkelijkheid. Ik besluit nog een poging te wagen. Met groepjes van 6 kinderen ga ik zitten in de kleine kring. Ik vertel een verhaal over een dorp dat door een orkaan verwoest wordt. Van de burgemeester krijgt iedereen 4 dezelfde blokjes. Daar mogen ze een nieuw huis van bouwen op een vel papier maar ….! Geen enkel huis mag hetzelfde zijn en ieder blokje moet in ieder geval met één hele kant aan een ander grenzen. De kinderen vinden het niet moeilijk, er zijn veel mogelijkheden en zes verschillende: dat is zo gepiept. Maar in het dorp moet natuurlijk ook post bezorgt worden. Ik vraag ze een plattegrond te maken zodat de postbode weet waar iedereen woont. We trekken de huisjes om en halen dan de blokken van het papier. Hoe kan het dat je soms nog maar 1 blokje ziet? Sommige kinderen vinden dat heel logisch; ‘die andere blokjes stonden er bovenop’. Anderen kijken en herkennen hun huisje niet meer. Dat lossen ze onmiddellijk op door de blokjes alsnog naast elkaar te leggen en die om te trekken. Het meest fascinerend zijn de kinderen die op de grens tussen inzicht en niet begrijpen balanceren. Blokken worden weggehaald en weer neergelegd, geteld, gestapeld en weer afgebroken. Als alle huisjes omgetrokken zijn moeten er natuurlijk ook wegen, rotondes, zebrapaden en parken getekend worden. Inmiddels heb ik in de thema-hoek die postkantoor geworden is een kaart van onze stad neergelegd. Jonathan vindt dat hij moet worden opgehangen zodat iedereen hem goed kan zien. Regelmatig zijn er kinderen voor de plattegrond te vinden, kijkend en soms heftig met elkaar in gesprek. De ‘blokjes’-plattegrond wordt net zo mooi ingekleurd als de echte. Maaike heeft haar eigen straat getekend en vraagt of ik er Boterbloemstraat bij wil schrijven. Jill schrijft zelf haar eigen straatnaam op de goede plek.

De volgende weektaak staat in het teken van plattegronden. Ik vraag de kinderen huizen te bouwen langs een getekende weg maar ook om een plattegrond te tekenen van onze klas waarop je de weg kunt vinden naar alle zelfgemaakte brievenbussen in onze groep. Nienke weet niet hoe ze beginnen moet. Als ik naast haar ga zitten en doorvraag begrijp ik ineens dat ze vooral moeite heeft met de manier waarop je de grens van een ruimte aangeeft. Dat je een tafel tekent als een rechthoek met daarom stoelen die een streepje zijn, dat snapt ze nog wel. Dat kun je ook nog wel zien als boven op een kast zou klimmen. Maar dat de muren van de klas een rechthoek kunnen zijn, dat kun je op geen enkele manier zien. Iets wat ik gedachteloos deed, een ruimte afgrenzen, is eigenlijk een ingewikkeld concept. Ik vertel dat je ook alleen de vloer kunt tekenen en een streep waar die vloer ophoud. Dat snapt ze en binnen een paar minuten staat er een rechthoek op haar papier waar ze wild omheen begint te krassen. ‘Het is buiten en het is de woeste wind die waait’. Later vraag ik of er ook iets in de klas is. Even tekent ze een tafel met stoelen erom heen om dan weer verder te gaan met de wind: blauw voor de wind binnenin de klas en rood voor de storm buiten. Ze geniet met volle teugen, binnen, buiten, buiten, binnen. Ze heeft een grens getrokken tussen binnen en buiten. En viert het nieuwe inzicht.

IMG_1349

.

Al snel wordt het tekenen van de plattegrond iets waarvan de kinderen weten hoe het moet: eerst een rechthoek en daarbinnen kleinere rechthoeken met vormpjes die stoelen voorstellen. Bijna als een soort van abstracte patronen. Toch komen daarin weer de brievenbussen met nummers! En inderdaad hebben we in de huishoek een rond tafeltje. De plattegrond wordt soms opgefleurd met bloemetjes en hartjes en de vriendinnetjes en juf moeten er natuurlijk ook bij: van voren.

IMG_1351IMG_1353

.

Jonathan ontdekt dat niemand het bureau van juf tekent. Enthousiast begint hij aan de bovenkant, tegen de muur, gedetailleerd een bureau te tekenen. Precies zoals het eruit ziet, met laatjes en daarnaast het kastje met daarop de map van juf. Toch zit hij somber voor zich uit te kijken als ik weer langs kom: ‘Mislukt! Ik heb het van de verkeerde kant getekend’. En inderdaad, het bureau zie je, in tegenstelling tot de tafels, het kleedje en de kast, van opzij.

IMG_1352.

Maar hij is niet de enige. De meeste kinderen tekenen alles vanuit het perspectief dat de meeste informatie geeft. Ze tekenen datgene wat het het eerst opvalt. Alhoewel niet allemaal. Fréderique tekent alles van boven. Zelfs de schooltuin buiten, staat op haar plattegrond. Maar wat doet die lange vorm daar, helemaal links op het blad? Dat is de ijzeren paal natuurlijk, die omhoog het dak inloopt.

IMG_1354IMG_1350

.

Aan het eind van de week kijkt Jill, terwijl ze zit te tekenen, verlangend omhoog. ‘Oh, ik wou dat ik het een keertje écht kon! Zo omhoog zijn en dan zien hoe de klas eruit ziet.’ Op de fiets naar huis bedenk ik dat ik een selfie stick hoog in het puntje van ons schuine plafond zou kunnen houden en dan een foto maken. Sowieso zouden we met zo’n stick van alles van boven kunnen fotograferen. Daarna kunnen we natuurlijk op Goolge Earth kijken naar alle plekken die we kennen. En het boek ‘De gele ballon’ van Charlotte Dematons zouden ik ook kunnen opsnorren. Maar het is genoeg geweest. Het thema is afgelopen. De vakantie komt eraan.

Zo is het vaak met de lessen in kleuterplein. Met één activiteit kun je weken voort. Vooral als je de doelen die er bij genoemd worden wilt halen. De methode als leidraad voor wie daar behoefte aan heeft en als bronnenboek voor de ervaren leerkracht; daar adverteren ze mee. Ik ga voor dat bronnenboek maar moet wel jongleren tussen alle verschillende en uiteenlopende input door. Maandag beginnen al onze kleutergroepen met een eigen thema. Ik ga maar eens heel weinig plannen en heel goed luisteren en kijken en naar mijn kinderen.

Odyssee

IMG_1391.

Gewapend met dikke sokken en warme truien nestelen we ons een paar dagen in een huisje in de duinen. Ondanks de sombere weersvoorspellingen zwerven we iedere dag, zonder zelfs maar een spatje regen, door zonnig struikgewas en langs de kust waar wilde windvlagen het schuim hoog het strand opblazen. Tussen het orkest van zingende vogels herken ik sinds kort de nachtegaal. En als ik mij koester in het zonnetje, beschut tegen de wind achter het huisje, hoor ik de kikkers zachtjes kwaken in de poel verderop. In het kleine keukentje improviseer ik een maaltijd terwijl Jan, met partituur, luistert naar Otello van Verdi op CD. Af en toe hoor ik hem zachtjes mompelend commentaar geven. En dan enthousiast naar mij: ‘Hoor je dat … en dat …, hoor je de elementen van Verdi die ik, zonder het te weten, verwerkt heb in mijn muziek!’ Ja, na bijna 30 jaar samenleven met een musicus herken ik niet alleen een nachtegaal maar ook moeiteloos Monteverdi of Josquin des Prez, onderscheid ik Schumann van Poulenc of Hindemith van Schönberg. De afgelopen maanden maakte ik van dichtbij mee hoe Jan muziek schreef voor de nieuwe toneelvoorstelling ‘De Odyssee’, van het gymnasium bij ons in de buurt. Ik hoorde de liederen op teksten van Robbert Grijsen groeien, herkende Monteverdi, Schubert, Verdi misschien en vooral heel veel Jan van Zelm.

Vorig jaar componeerde hij ook al muziek bij een toneelvoorstelling op de school. Toen ik naar die uitvoering kwam kijken en luisteren werd ik ontvangen door een oud leerling van mij. Hé, deed ze ook mee? ‘Nee’, antwoordde ze terwijl haar schouders, bijna wanhopig, naar beneden zakten. ‘Te laat met opgeven! M’n broer wel.’ Ik herkende meteen de kleuter die ooit vertelde dat ze thuis een speelgoedkonijn had dat echt kon lopen. Toen ze ‘m in de kring liet zien bleek dat geen opwind-beestje maar een gewoon knuffeltje. Vol verwachting keek de rest van de klas toe hoe het zachte witte konijntje zou gaan lopen maar er gebeurde niets. ‘Nee, natuurlijk niet’, zei de vijfjarige met eenzelfde wanhopige blik over zoveel onbegrip, ‘hij durft het pas als niemand kijkt, we moeten hem met rust laten, dan is ‘ie vanzelf een stukje verder’. ‘Misschien doe je volgend jaar mee’, zei ik tegen de inmiddels 13 jarige. En dat heeft ze gedaan. In de Odyssee speelt en zingt ze mee. Als Odysseus langs Scylla vaart, een zeemonster met 6 hondenkoppen en daartegenover Charybdis die driemaal per dag zo’n enorme hoeveelheid water opzuigt en uitspuwt dat er vervolgens een draaikolk ontstaat, jaagt ze al klappend, sissend en stampend samen met het koor alle mannen van Odysseus de dood in.

phoca_thumb_l_20150409_wvdlugt_4613phoca_thumb_l_20150409_wvdlugt_4606

.

Voor het eerst dit jaar worden de leerlingen niet alleen begeleid door de piano maar ook door het strijkers-ensemble Indigo. Het geeft Jan nog meer mogelijkheden. Even ben ik bang dat het teveel zal zijn. Zoveel muzikale ideeën en dan de professionele musici die weten hoe ze dat ook echt kunnen laten horen. Is dat nog wel in balans met leerlingen die niet allemaal een evengrote muzikale achtergrond en ervaring hebben? Maar het omgekeerde gebeurt. De strijkers tillen de zangers op, trekken iedereen de sfeer van de muziek in en laten ze de structuur nog beter begrijpen. Thema’s die terugkomen en door de instrumenten herhaalt worden, stemmen en tegenstemmen die om elkaar heen wervelen. Gloedvol roept Penelope vanachter haar weefgetouw de goden aan.

phoca_thumb_l_20150409_wvdlugt_4449

.

En het zijn niet alleen meisjes die mee willen spelen en zingen in de voorstelling. Sommige jongens kiezen voor toneel maar hebben zelden of nooit gezongen. Allemaal staan ze er met evenveel overtuigingskracht en enthousiasme. Al zingend steken ze elkaar, als de vrijers die het paleis van Ithaka bevolken, de loef af.

phoca_thumb_l_20150409_wvdlugt_4354

.

Vorig jaar kwam ik ook al een andere oud leerling van mijn eigen school tegen. Toen verraste ze iedereen met haar heldere stem tijdens verschillende 3-stemmige stukjes. Het afgelopen jaar zag ik haar vaker. Ze had de smaak te pakken gekregen en zangles genomen bij Jan. In de Odyssee krijgt ze de rol van de moeder van Odysseus toebedeeld. Ze zingt vanuit de onderwereld haar lied van verdriet om de verloren zoon. En ze doet dat met zoveel inlevingsvermogen en gevoel dat de tranen me in de ogen schieten. Wat heeft ze veel geleerd en wat een muzikaliteit. ‘Hoe doe je dat toch?’ zegt ze zelf tegen Jan, ‘zulke mooie muziek componeren’. Om dan met een tegendraadsheid die ik nog van haar ken te vervolgen: ‘Ik snap niet dat je niet allang beroemd bent. Dit is toch veel mooier dan al die troep op You Tube!’.

 

.

In ons huisje in de duinen hebben we het over authentieke kunsteducatie. Volgens Jan zou je zo’n voorstelling dan heel anders aanpakken: ‘Je moet de leerlingen zelf laten improviseren en componeren, werken met spreekkoren en ritme-instrumenten en zo.’ Ik weet het niet. Het kan natuurlijk maar door een stuk en muziek te schrijven zonder concessies te doen, zonder te bedenken dat het vooral voor ouders, broertjes en zusjes leuk moet zijn en door samen te werken met professionele musici ervaren de leerlingen hoe het er in de wereld van de kunst aan toe gaat. Toch ook een belangrijk uitgangspunt van authentieke kunsteducatie. Bovendien organiseren de leerlingen alles zelf, van de  belichting en het geluid tot de financiën. En als ik de aanstekelijke betrokkenheid, het enthousiasme en de samenhorigheid zie, denk ik dat het zeker gelukt is een voorstelling neer te zetten zoals dat ook in de ‘echte wereld’ gebeurt.