Maandelijks archief: maart 2020

Denken met dingen, begrijpen met je handen

.

Een lezing op de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten over hoe je op een mooie, procesgerichte manier kunt werken rond thema’s en een studiedag op mijn eigen school over de verbinding tussen Cultuuronderwijs en Wetenschap & Techniek. Ik stond vorige week klaar in de startblokken toen eerst de hogeschool zijn deuren sloot en na het weekend ook de basisscholen dicht gingen. En het lukte niet om al die voorbereide presentaties, uitgezochte filmpjes, foto’s, verhalen en inspirerende gesprekken zomaar in rook te laten opgaan. Dus ietwat getroebleerd ging ik maandag naar school om te praten over hoe we ‘onderwijs op afstand’ zouden gaan verzorgen. Hoe deed je dat met kleuters? Zouden we met z’n allen in de valkuil stappen van werkbladen, letterbingo’s, vormenlotto’s en het ‘speels’ werken aan doelen? Dat is immers zoveel makkelijker te delen dan tips over het ondersteunen van leren door spel, creëren en eigen plannen maken.

Jaren geleden stelde Jitte tijdens een kunstproject enthousiast voor om de hele wereld te maken. Daarna hoorde ik het vaker. Puck die tegen haar klasgenootjes zei: ‘Wij hebben ook een wereld, kijk maar!’ Mijn jongens die vorig jaar in de bouwhoek verschillende werelden maakten en een tijdmachine waarmee je van de ene wereld naar de andere kon reizen. Die werelden maken de kinderen met dingen, al spelend, pratend, tekenend, krabbelend, schrijvend, zingend, bouwend, bewegend en meestal doen ze dat allemaal tegelijk. Dat is de manier waarop jonge kinderen denken en leren.

.

De schilder Sean Scully maakte een serie schilderijen na aanleiding van zijn zoontje die speelde op het strand. Hij zei daar zelf over: ‘.. my son, a child that stands for all children (…) usually, what he is doing here (met zijn handen), is in his head. There is no space between what’s in his head and the action.’ Eigenlijk is het een klein wonder: de ideeën en verhalen van kinderen die zichtbaar worden in de dingen. Hoe ze dat samen doen, met elkaar. En hoe ze steeds beter gaan begrijpen wat hun vriendjes maakten en speelden. Als je dat kunt wordt je wereld snel groter. En is de stap naar de wereld van geschreven verhalen een stuk kleiner. Dan wil je graag leren hoe het er in de echte wereld aan toe gaat. Maar blijf je ook je eigen wereld vormgeven. Denken met Dingen:

.

.

Mijn aanvankelijke zorg over het ‘afstandsonderwijs’ voor kleuters bleek ongegrond. Inmiddels wisselen we met de kinderen filmpjes, verhalen, foto’s en tips en tops uit. Dat is hartverwarmend. En zo zorgt deze verontrustende tijd misschien ook wel voor mooie, nieuwe initiatieven.

hoe om te gaan met de ‘corona-crisis’ in een kleuterklas?

.

.

Met gebogen hoofd wacht hij af. Chiel hoeft nooit te kijken op onze ‘welkoms-poster’ hoe hij gedag wil zeggen. Hij geeft een knuffel, altijd. Maar ook zonder te kijken weet hij dat de knuffel er niet meer bij hangt. ‘Een sprongetje is ook leuk’ probeert zijn moeder. ‘Of een knipoog, dat kan je zo goed?’ De rij met ouders, kinderen, BSO-juffen en een enkele oma of opa wordt langer en drukker. ‘Een losse handen knuffel?’ probeer ik. Zonder iets te zeggen neemt Chiel een aanloop en botst met zijn hoofd naar voren tegen mijn buik. Onze armen en handen zweven ergens in de lucht rakelings langs elkaar heen. Isa denkt minder lang na, voordat ik er erg in heb heeft ze me al stevig omhelsd.

Het was een rare dag, afgelopen vrijdag. Vaker en grondiger je handen wassen, geen handen schudden, twee meter afstand houden, ook bij een lichte verkoudheid thuis blijven en vooral je gezond verstand gebruiken. Ook op school raken we steeds meer doordrongen van de noodzaak. Maar….. hoe je dat in een kleuterklas. De meeste kinderen houden zich keurig aan de alternatieve begroetingen. Maar voor ze binnen zijn lopen ze samen met zeker 200 andere kinderen en volwassenen door de gang. Voor en na het eten wassen we allemaal onze handen. Sommige kinderen bij de twee kraantjes in de klas, sommigen bij de wc’s in de gang die door 100 andere kleuters gebruikt worden. Wanneer ik de één met veel plezier zie spetteren, de ander keurig het geleerde ritueel zie uitvoeren, zie dat de derde alvast maar gaat zitten omdat het te lang duurt en ik uit mijn ooghoek opmerk hoe de gang uitnodigt tot waterpret, denk ik dat ik dit toch anders moet aanpakken. Volgende keer in twee rijen, en goed controleren? Voor en na de pauze-hap en de lunch is vier keer handen wassen. Is dat genoeg? Hoeveel handjes gaan er in een mond en daarna in de bakken met duplo of blokken of lego? In de huishoek dekken de kinderen enthousiast de tafel en eten hun zogenaamde eten van echte bordjes met echt bestek. Daarbij gaat er vaak een echte lepel in een echte mond. De kinderen die een beetje verkouden of snotterig zijn blijven thuis. Maar zijn kleuters niet altijd een beetje snotterig? De schoonmaker heeft de opdracht gekregen om in de 7 minuten die hij heeft om iedere klas schoon te maken nu ook de deurknop af te doen. Dat doet hij keurig en met handschoenen aan. Maar als ik mijn ogen sluit zie ik zonder moeite een leger gemene corona-bolletjes zich verspreiden in bakken met speelgoed, op tafels, vensterbanken en in kasten.

Hoe verder de dag vordert, hoe groter mijn onzekerheid. De banaan van Isa blijkt geplet in haar tas en hij verdwijnt in de prullenbak. Net als anders krijgt ze van haar klasgenootjes de stukjes fruit die ze kunnen missen. Ai, niet zo handig misschien? Dex roept dat Annemeike een bloedneus heeft en helpt haar meteen alvast maar met neuspoetsen. Sinds een paar weken heeft Evi de gewoonte aangenomen om van alles in haar mond te stoppen. De kinderen hebben mijn gealarmeerde ‘juffen-toontje’ overgenomen: ‘Evi heeft iets in haar mond!’ klinkt het regelmatig. Dit heeft tot gevolg dat Evi nog voordat iemand iets kan zeggen alles weer uitspuugt, zonder dat we het nog terug kunnen vinden. Aan het eind van de dag reageren de kinderen verbaasd als Flip de logeerbeer niet mee mag. ‘Het is toch vrijdag?’ Maar oh ja, dat virus. ‘Zitten al die kleine beestjes dan ook op Flip?’ Isa heeft het op TV gezien: ‘het is een wedstrijd maar ze doen een beetje dom, daarom gaan ze niet winnen.’

Thuis gekomen volg ik enigszins gealarmeerd het nieuws over het al of niet sluiten van scholen. Weten de experts wel hoe het er in een (kleuter)klas aan toe gaat? Weten ze hoe vol, veel, bewegelijk, snotterig en zintuiglijk een groep jonge kinderen is? Weten ze hoeveel opa’s en oma’s er rond lopen in school? Wanneer ik beelden zie van schoolklassen in het journaal zitten er nooit meer dan 15 kinderen keurig aan schone tafels in ruime lokalen. Geen overvolle gangen en krioelende kinderen.

Maar als het weekend vordert krijg ik een steeds genuanceerder beeld. Ook over mijn eigen rol. Ik begrijp dat niemand weet waarom maar dat kinderen en jongeren echt (bijna) niet ziek worden. Dat het nog wel de vraag is of die kinderen al dan niet het virus kunnen verspreiden. En als dat wel zo zou zijn, dan moeten we ons vooral zorgen maken om onze jongsten volgens de kinderarts Louis Bont. Ik begrijp dat het er niet om gaat te voorkomen dat jijzelf of iemand anders ziek wordt maar dat we met elkaar proberen om de besmettingen te vertragen om zo de druk op de ziekenhuizen en de intensive car zo laag mogelijk te houden. En ik begrijp dat er van alles in elkaar grijpt en door elkaar loopt terwijl er ook nog heel veel nog onbekend is.

Toch ben ik blij en opgelucht dat net het besluit is genomen de scholen te sluiten met uitzondering voor de kinderen van ouders in vitale beroepen.