Wat willen we weten en meten in een kleuterklas?

Hij is dé grote initiator van uitgebreide bouwprojecten in de klas. Soms zie ik hem zitten en voor zich uit kijken. Dan denkt hij na. Zijn vrienden wachten geduldig af. Totdat hij opstaat en zijn plannen ontvouwt. Er worden vragen gesteld, er wordt uitleg gegeven, ieder voorstel van de vriendjes wordt gewikt en gewogen, dan verdelen de mannen de taken en gaan aan de slag. Eigenlijk doe ik niet veel meer dan af en toe materiaal, tijd en ruimte  bieden. Vorig jaar was het de vraag of Jort naar groep 3 zou gaan. In december zou hij 6 worden, dus het kon. De CITO-toetsen taal en rekenen deed hij niet slecht en ook met allerlei voorbereidende taal- en rekenen-activiteiten in de kleine kring had hij weinig moeite. Maar zodra het kon spurtte hij weg voor het ‘echte werk'; spelen en bouwen met zijn vrienden, die allemaal nog een jaar bleven omdat ze net 1 of 2 maanden later jarig waren. Nu zijn we blij dat we toen hebben besloten hem nog een jaar te laten ‘kleuteren’. Jort verdiept al spelend zijn kennis en vaardigheden, ook t.a.v. taal en rekenen,  hij geniet van iedere dag op school en bovendien inspireert hij met zijn enthousiaste plannen de anderen.

..

IMG_5532

IMG_5634

Een paar weken geleden lieten een paar kinderen hun Skylanders zien. Kleine poppetjes met indrukwekkende wapens en magische krachten. Zelfs de meisjes vonden ze leuk met al die kleurige attributen. Je bleek er ook op de WII mee te kunnen spelen. Ik kon me er niet zo goed een voorstelling van maken. De jongens legden uit dat je een bepaald poppetje op je WII kon zetten en er dan mee vechten. Ik begreep dat er in het spel verschillende landschappen bestaan, zoals vulkanen, rotsachtige bergen en woestijnen of oceanen waarin iedere Skylander weer zijn eigen speciale krachten kan benutten. Met elkaar besloten we dat we de poppetjes zouden fotograferen en de foto’s afdrukken (natekenen vonden de jongens teveel werk) en dan zouden ze de landschappen nabouwen zodat ik kon zien hoe dat er uitzag op de computer. Gek eigenlijk, dat ze er  zonder het te vragen vanuit gingen dat een WII op school natuurlijk niet kon. Als ik de betrokkenheid en creativiteit zie, is werken met computergames wel iets om over na te denken. Jort nam de leiding, selecteerde de poppetjes die gefotografeerd moesten worden, ik deed voor hoe ze de foto’s uit konden knippen en rechtop konden laten staan en samen bouwden ze met allerlei bouwmateriaal verschillende landschappen. Een week lang werd er aan gewerkt en mee gespeeld. Toen was het klaar en werden de fotokopieën verdeeld en mee naar huis genomen. Toch bleek het Skylander-thema nog niet uitgewoed. Dat had de toekijkende Jonathan sneller begrepen dan ik. Midden in de klas was op een kleedje een nieuw bouw-project ontstaan. Met bouwkistjes waren hoge bergen en diepe ravijnen gemaakt, water stroomde in de vorm van blauwe kleedjes van boven naar beneden en daartussen stonden gekleurde poppetjes van het 100-bord in verschillende formaties opgesteld. Andere kinderen liepen er een tijdje keurig omheen maar steeds vaker kwam het tot botsingen. Daarom maakte Sill een stopbord: Een vel papier met daarop een cirkel met een streep erdoor. ‘Wil je vragen of iedereen stil is en zeggen dat dit betekent dat ze er niet doorheen mogen lopen?’ Ik liet het vel papier zien maar de betekenis was niet voor iedereen meteen duidelijk. Jonathan, bijna een jaar jonger dan Jort en ogenschijnlijk ver van de grote jongens verwijdert, keek op van zijn werk en vroeg toen vrij achteloos of hij misschien even een tekening zou maken om het uit te leggen. Binnen 5 minuten was de tekening klaar, samen met het stopbord werd hij op een bouwkistje gehangen. Pas als de kinderen naar huis zijn bekijk ik de tekening van Jonathan nog eens goed. De schematische pionnetjes van het 100-bord zijn veranderd in Skylanders die op bergen en in dalen op elkaar schieten (want daar gaat het natuurlijk allemaal om). Ik zie dat hij de kistjes precies heeft weergegeven zoals hij ze gezien heeft vanuit de plek waar hij zat. En ik bedenk wat een ontwikkeling Jonathan dit jaar heeft doorgemaakt. Van een jongetje dat nog geen herkenbare voorstelling tekende, dat met lijm de alleen voor hemzelf zichtbare armen van zijn zwarte pietje maakte, dat nooit iets wilde tekenen als het een opdracht was, is hij een kind geworden dat een kloppende voorstelling kan maken van een bouwverhaal dat hij alleen vanuit de verte heeft gevolgd. Hij begrijpt de schematische voorstelling van een stopbord en zijn betekenis, hij snapt dat sommige kinderen dit nog niet begrijpen en dat hij hen daarom uit moet leggen wat er op het kleedje gebeurt, hij weet hoe hij ruimtelijke vormen weer kan geven op het platte vlak en ook hoe hij mensfiguren kan tekenen die een bepaalde handeling verrichten. Ook Jonathan is een jongetje dat laat in het jaar jarig is en waarvan we moeten kijken of hij er al aan toe is om naar groep 3 te gaan. Terwijl ik naar de tekening kijk vraag ik me af waar ik dat soort beslissingen eigenlijk op baseer. Op de resultaten van een toets? Op lijstjes waarop ik afvink of kinderen al hoeveelheden onder de 6 in 1 keer kunnen overzien en of ze kunnen rijmen en begin en eindklanken in woorden kunnen onderscheiden? Of is het eerder zo dat iedere keer dat ik nadenk over een kind een momentopname is. Dat het zien van een tekening alle eerdere observaties door elkaar gooit en in een ander licht zet. En dat ik dan voor me zie hoe dat verder zou kunnen gaan in een kleutergroep of zie ik hem eerder aan een tafeltje in een groep 3? Wat heb ik hem nog te bieden? Welke vragen zou ik kunnen stellen? Welke activiteiten zou ik kunnen aanbieden? Welk materiaal zou hem verder helpen? En hoe belangrijk is dan de letterkennis van een kind en heeft dat ruimtelijk inzicht of de werkhouding niet heel veel te maken met wat het in de bouwhoek of aan de tekentafel deed? En willen we niet weten wat een kind goed kan en waar het van houdt, wie zijn vrienden of haar vriendinnen zijn, hoe het daarmee speelt en praat en hoe betrokken het is?

Tja, wat willen we eigenlijk weten en meten in een kleuterklas? En waarom willen we dat? En hoe gaan we dat dan doen?

12 reacties op Wat willen we weten en meten in een kleuterklas?
  1. Alweer de spijker op z’n kop, Hanneke!

  2. jose schenk zegt:

    Hoi Hanneke,
    Wat een mooi verslag van de activiteiten die de kinderen zelf konden ontplooien.
    Je geeft ze de ruimte en de materialen. Ook heel goed hoe je naar de tekening van Jonathan kijkt. Wat kan zo’n tekening veel vertellen over de ontwikkeling. Ik heb de indruk dat de toekomstige docenten dat niet meer leren op de opleidingen. Zo jammer. Voor mij zegt zo’n tekening veel meer dan een toetsuitslag. Dat laatste is namelijk een momentopname. De tekening vertelt iets over de ontwikkeling, de gevoelens, de inzichten en verlangens van dit kind. Heel mooi verwoord hier door jou in dit verslag.
    Dank je wel hiervoor.

  3. Elly zegt:

    Wat een mooi verslag weer, Hanneke! Mijn kleinzoon wordt in september 6 en zijn ouders wikken en wegen, wél of niet door naar groep 3. Ik heb jouw verhaal doorgestuurd naar hen. Het voegt vast en zeker iets toe aan hun mijmeringen hierover en hun besluit, samen met de juf. Dank! Groet, Elly

  4. Wat mooi! Ik ga me meteen abonneren op je blog!

  5. Sietske Dreschler zegt:

    Prachtig verhaal!

  6. a zegt:

    Wat een mooie observatie!

  7. Zo moet het zijn: prachtig en chapeau!
    (Moeder van een kundige kleuter die een extra jaar gaat ‘kleuteren’ & beleidsmedewerker Onderwijs met wens naar innovatie primair onderwijs)

  8. Rietje zegt:

    Mooi verhaal over hoe het nu werkelijk gaat in de praktijk.
    Laat een kind, kind zijn en daag hem uit op zijn niveau In zijn /haar spel.
    Prachtig! Zo moet onderwijs zijn en blijven.

  9. Rietje zegt:

    Op je vraag “wat willen we weten en meten in een kleuterklas”wil ik wel mijn mening geven.
    Het belangrijkste is zijn/ haar werkhouding , letter en cijfergevoelig zijn, sociaal horen( een plekje hebben ) bij de groep die door gaat naar groep 3. Al die onderdeeltjes in het leerlingvolgsysteem zeggen iets waar je een kind in kan ontwikkelen. Maar het gaat om je totaalbeeld van het kind als juf. (Eerder zeiden we :” Het kind is schoolrijp”)

  10. Wat een prachtige observatie!!! Ik wens elk kind op school een meester of juf die ook zo kan kijken en zien. Dan wordt dat gedoe met die toetsen wat minder belangrijk.

  11. elma bandstra zegt:

    Ook mijn kleinzoon is een decemberkind (de 24ste) volgend jaar wordt hij 4. Ik hoop dat hij net zo’n wijze juf krijgt Hanneke.

Geef een reactie