thema post

Kleutermethode als bronnenboek

.

.

‘een plattegrond is de grond die plat is’

..

IMG_1347IMG_1346

. 

Kijk, ik heb een tekening van onze klas gemaakt’ zeg ik, terwijl ik de plattegrond uitrol die ik tussen de middag van de klas maakte. Ik geef een les uit de methode kleuterplein binnen het thema POST. Het is de bedoeling dat de kinderen oefenen in het opereren met ruimte en vormen, dat ze hun ruimtelijke oriëntatie ontwikkelen en gaan begrijpen wat een plattegrond is. Daarom zal ik op de plattegrond met een mini-envelopje aangeven waar in de klas een echte brief is gepost. Voorlopig zijn de kinderen zeer welwillend maar zien ze nog geen plattegrond in mijn tekening. Eerder een grote brievenbus met poten eronder in een straat. Want dat het iets met post te maken moet hebben, dat hebben ze al wel begrepen. Ik vraag ze of ze weten wat een plattegrond is. Veel vingers gaan omhoog: ‘Dat is de grond, zo hier, de grond die plat is’, er wordt gewezen naar de grond en geklopt, gestampt en gewreven. Ja, de grond is plat en dat kun je op allerlei manieren ervaren. Dan zie ik Raai de Kraai, die in zijn nest boven onze kringtafel hangt en krijg een idee. Ik laat de handpop naar beneden vliegen. Vanuit zijn positie hoog boven de klas snapt hij wel hoe die tekening in elkaar zit. Hij vliegt heen en weer terwijl hij laat zien waar hij is op de plattegrond. Ik noem het woord landkaart en luchtfoto. Af en toe zie ik een kleine glimp van herkenning. Ja, een landkaart of liever een schatkaart, dat kennen ze wel. Ik laat Louis, waarvan ik weet dat hij goed kan ‘opereren met ruimte en vormen’ en een groot ruimtelijk inzicht heeft, samen met Raai zoeken waar het envelopje ligt in de klas. Maar alleen met heel veel hulp en sturing komen we ergens in de buurt. Ondertussen begint Louis, zomaar met Raai de Kraai in zijn eigen handen, gek te doen voor een lach-graag publiek dat genoeg heeft van al dit onbegrijpelijke en ik geef het op.

Toch kan ik het nog niet helemaal loslaten. Verschillende keren zag ik jonge kinderen die spontaan plattegronden maakten, soms zelfs opvallend kloppend met de werkelijkheid. Ik besluit nog een poging te wagen. Met groepjes van 6 kinderen ga ik zitten in de kleine kring. Ik vertel een verhaal over een dorp dat door een orkaan verwoest wordt. Van de burgemeester krijgt iedereen 4 dezelfde blokjes. Daar mogen ze een nieuw huis van bouwen op een vel papier maar ….! Geen enkel huis mag hetzelfde zijn en ieder blokje moet in ieder geval met één hele kant aan een ander grenzen. De kinderen vinden het niet moeilijk, er zijn veel mogelijkheden en zes verschillende: dat is zo gepiept. Maar in het dorp moet natuurlijk ook post bezorgt worden. Ik vraag ze een plattegrond te maken zodat de postbode weet waar iedereen woont. We trekken de huisjes om en halen dan de blokken van het papier. Hoe kan het dat je soms nog maar 1 blokje ziet? Sommige kinderen vinden dat heel logisch; ‘die andere blokjes stonden er bovenop’. Anderen kijken en herkennen hun huisje niet meer. Dat lossen ze onmiddellijk op door de blokjes alsnog naast elkaar te leggen en die om te trekken. Het meest fascinerend zijn de kinderen die op de grens tussen inzicht en niet begrijpen balanceren. Blokken worden weggehaald en weer neergelegd, geteld, gestapeld en weer afgebroken. Als alle huisjes omgetrokken zijn moeten er natuurlijk ook wegen, rotondes, zebrapaden en parken getekend worden. Inmiddels heb ik in de thema-hoek die postkantoor geworden is een kaart van onze stad neergelegd. Jonathan vindt dat hij moet worden opgehangen zodat iedereen hem goed kan zien. Regelmatig zijn er kinderen voor de plattegrond te vinden, kijkend en soms heftig met elkaar in gesprek. De ‘blokjes’-plattegrond wordt net zo mooi ingekleurd als de echte. Maaike heeft haar eigen straat getekend en vraagt of ik er Boterbloemstraat bij wil schrijven. Jill schrijft zelf haar eigen straatnaam op de goede plek.

De volgende weektaak staat in het teken van plattegronden. Ik vraag de kinderen huizen te bouwen langs een getekende weg maar ook om een plattegrond te tekenen van onze klas waarop je de weg kunt vinden naar alle zelfgemaakte brievenbussen in onze groep. Nienke weet niet hoe ze beginnen moet. Als ik naast haar ga zitten en doorvraag begrijp ik ineens dat ze vooral moeite heeft met de manier waarop je de grens van een ruimte aangeeft. Dat je een tafel tekent als een rechthoek met daarom stoelen die een streepje zijn, dat snapt ze nog wel. Dat kun je ook nog wel zien als boven op een kast zou klimmen. Maar dat de muren van de klas een rechthoek kunnen zijn, dat kun je op geen enkele manier zien. Iets wat ik gedachteloos deed, een ruimte afgrenzen, is eigenlijk een ingewikkeld concept. Ik vertel dat je ook alleen de vloer kunt tekenen en een streep waar die vloer ophoud. Dat snapt ze en binnen een paar minuten staat er een rechthoek op haar papier waar ze wild omheen begint te krassen. ‘Het is buiten en het is de woeste wind die waait’. Later vraag ik of er ook iets in de klas is. Even tekent ze een tafel met stoelen erom heen om dan weer verder te gaan met de wind: blauw voor de wind binnenin de klas en rood voor de storm buiten. Ze geniet met volle teugen, binnen, buiten, buiten, binnen. Ze heeft een grens getrokken tussen binnen en buiten. En viert het nieuwe inzicht.

IMG_1349

.

Al snel wordt het tekenen van de plattegrond iets waarvan de kinderen weten hoe het moet: eerst een rechthoek en daarbinnen kleinere rechthoeken met vormpjes die stoelen voorstellen. Bijna als een soort van abstracte patronen. Toch komen daarin weer de brievenbussen met nummers! En inderdaad hebben we in de huishoek een rond tafeltje. De plattegrond wordt soms opgefleurd met bloemetjes en hartjes en de vriendinnetjes en juf moeten er natuurlijk ook bij: van voren.

IMG_1351IMG_1353

.

Jonathan ontdekt dat niemand het bureau van juf tekent. Enthousiast begint hij aan de bovenkant, tegen de muur, gedetailleerd een bureau te tekenen. Precies zoals het eruit ziet, met laatjes en daarnaast het kastje met daarop de map van juf. Toch zit hij somber voor zich uit te kijken als ik weer langs kom: ‘Mislukt! Ik heb het van de verkeerde kant getekend’. En inderdaad, het bureau zie je, in tegenstelling tot de tafels, het kleedje en de kast, van opzij.

IMG_1352.

Maar hij is niet de enige. De meeste kinderen tekenen alles vanuit het perspectief dat de meeste informatie geeft. Ze tekenen datgene wat het het eerst opvalt. Alhoewel niet allemaal. Fréderique tekent alles van boven. Zelfs de schooltuin buiten, staat op haar plattegrond. Maar wat doet die lange vorm daar, helemaal links op het blad? Dat is de ijzeren paal natuurlijk, die omhoog het dak inloopt.

IMG_1354IMG_1350

.

Aan het eind van de week kijkt Jill, terwijl ze zit te tekenen, verlangend omhoog. ‘Oh, ik wou dat ik het een keertje écht kon! Zo omhoog zijn en dan zien hoe de klas eruit ziet.’ Op de fiets naar huis bedenk ik dat ik een selfie stick hoog in het puntje van ons schuine plafond zou kunnen houden en dan een foto maken. Sowieso zouden we met zo’n stick van alles van boven kunnen fotograferen. Daarna kunnen we natuurlijk op Goolge Earth kijken naar alle plekken die we kennen. En het boek ‘De gele ballon’ van Charlotte Dematons zouden ik ook kunnen opsnorren. Maar het is genoeg geweest. Het thema is afgelopen. De vakantie komt eraan.

Zo is het vaak met de lessen in kleuterplein. Met één activiteit kun je weken voort. Vooral als je de doelen die er bij genoemd worden wilt halen. De methode als leidraad voor wie daar behoefte aan heeft en als bronnenboek voor de ervaren leerkracht; daar adverteren ze mee. Ik ga voor dat bronnenboek maar moet wel jongleren tussen alle verschillende en uiteenlopende input door. Maandag beginnen al onze kleutergroepen met een eigen thema. Ik ga maar eens heel weinig plannen en heel goed luisteren en kijken en naar mijn kinderen.

Wie leert van wie?

.

‘Hoe gaat ‘t met je cursus?’ was meestal de eerste vraag die mijn dochter stelde wanneer we elkaar zagen. Voor het eerst gaf ik een cursus aan volwassenen. Het ging goed en was erg leuk. Soms bedacht ik me dat ik zelf misschien wel meer leerde dan m’n cursisten. Ja, dat herkende ze wel. Ook zij leerde veel toen ze practicum begeleidde op de UVA. Je moet bedenken wat je wilt vertellen. Wat is belangrijk en waarom en hoe hangt alles met elkaar samen? Sabine Plamper en ik hebben er menige verhitte discussie over gevoerd. Het gaf onverwachte inzichten. En dan …, hoe breng je dat over? In de cursus probeerden we theorie en praktisch werken af te wisselen. Sabine stelde voor om een klein ‘Postkaarten-project’ op te starten. Iedere cursusdag voor de lunch tekenden de cursisten met een zwarte fineliner op een blanco postkaart terwijl ik een kort verhaal voorlas. Ook vroegen we hen om hetzelfde te doen in de eigen werksituatie. Met mijn eigen volle kleutergroep leek me dat eigenlijk vrij ingewikkeld. Hoe kreeg ik al die 32 kinderen aan een tafel en dan aan het tekenen terwijl ik ook nog voorlas? Maar een van mijn cursisten vond het geen probleem. Gewoon de kinderen op hun knieën voor de bank of stoel in de kring. In een halve minuut gepiept. Het zag er prachtig uit. Tja, ook daar kon ik wat van leren.

Ik heb een echte jongensgroep. Het laatste half jaar meldt zich bijna geen enkel meisje voor onze kleutergroepen. Zo’n klas vol jonge jongetjes betekent dat activiteiten meestal ontvangen worden met een wild en onstuimig enthousiasme. Het betekent dat alles met grote nieuwsgierigheid en een enorm kabaal wordt onderzocht, dat er altijd beweging en actie is. Af en toe vind je een groepje woeste jongetjes als een stel jonge hondjes boven op elkaar op de grond. En regelmatig word je door een klein prinsje het hof gemaakt. Maar het is best moeilijk om iedere dag de energie op te brengen om positief te reageren op al die springerige, onverwachte incidenten. Als je bijvoorbeeld drie jongens met hun meegebrachte kiepwagens ‘even’ naar de open plek vlak voor de net opgeruimde huis/thema-hoek dirigeert, moet je niet verbaasd zijn als je na een paar minuten enthousiaste kreten hoort: ‘Juf, kijk, kijk, we hebben een vuilnisbelt gemaakt!’ Als je dan aanschouwt hoe ze in die paar minuten alles, echt alles wat er te vinden was aan potjes, pannetjes, plastic eten en poppen op een grote berg hebben geveegd, is het best knap dat je al je ergernis weet te onderdrukken en rustig zegt dat dit niet echt de bedoeling was, dat we bijna vakantie hebben en of ze alvast maar willen beginnen met opruimen. Dat opruimen gebeurt dan natuurlijk met dezelfde kiepwagens en er wordt druk gegraven, gekiept en nog hoger gestapeld. Al snel is iedereen alweer vergeten dat we aan het opruimen waren, bovendien blijkt dit zo leuk dat er in plaats van drie nu zes jongens aan het ‘opruimen’ zijn. Als je dan alle kiepwagens en graafmachines vertwijfeld bovenop de kast zet en de één een woedeaanval krijgt en de ander wegloopt omdat het nu toch niet interessant meer is, weet je weer dat je het zo niet aanpakt in een jongensklas. Toch neem ik me voor om op een middag te beginnen met een klein postkaarten-project. We werken rond het thema ‘post’ van kleuterplein en ik heb het idee om de kinderen te laten luisteren naar het versje over de rode brievenbus van Annie M.G Schmidt, gezongen door VOF de Kunst. De ochtend verloopt jammer genoeg niet helemaal zoals gepland. Gijs heeft sinds hij op school zit eigenlijk maar één groot doel en dat is vrienden maken. Dat begon aardig te lukken nu ook Storm op zoek was naar een maatje. De afgelopen week liepen de twee nieuwe vrienden regelmatig innig gearmd door de klas. Maar helaas is Nick vanochtend teruggekomen van vakantie. En Nick blijkt net iets meer de beste vriend van Storm te zijn. Met z’n drieën hebben de jongens heel wat uit te vechten. Bovendien heb ik de ‘time out-plek’ van Camilo verplaatst naar een plek tussen twee kasten omdat de oude plek zich wel erg dicht bleek te bevinden bij de tafel waar meisjes met lijm en glitter aan de gang gingen.  Voor alsnog helemaal fout natuurlijk. Als ik vraag of Camilo eerst maar even rustig moet worden op zijn kussen voordat hij samen met ons in de kring komt zitten, doet hij dat braaf maar stuitert er ook net zo snel weer vandaan. Aan het eind van de ochtend is mijn geduld op en dirigeer ik hem hardhandig naar zijn ‘zitzak’. Dit leidt tot een jongetje dat bovenop de kast klimt en daar alles wat hij te pakken kan krijgen de klas in slingert.

de brievenbus wou niet meer

de brievenbus wou niet meer

.

‘s Middags ben ik nog steeds aan het uithijgen en zijn mijn verwachtingen tot nul gereduceerd. Ik vertel de kinderen dat we iets uit gaan proberen en leg uit wat de bedoeling is, ze gaan luisteren naar de ‘brievenbus die niet meer wilde’ en mogen tekenen wat er in hen opkomt. Dat kan een brievenbus zijn maar ook iets heel anders.  Ik deel de blanco kaartjes en zwarte fineliners uit en dan voltrekt zich een klein wondertje. In opperste concentratie zitten ze knie aan knie voorover gebogen aan de banken en hun stoeltjes. Vergeten zijn alle incidenten en al het tumult. Twee keer laat ik het liedje van de brievenbus horen. En de kinderen tekenen. Ik kijk naar de reïntegrerende leerkracht, vanmiddag bij mij in de klas, en we kunnen een opkomende giechel bijna niet onderdrukken. De kinderen hebben nergens anders oog voor dan voor hun tekening. Ik zie brievenbussen op het kaartje verschijnen maar ook stippen, strepen en krassen, vrolijke poppetjes en letters. Pas als het liedje voor de 2de keer bijna op zijn eind is, beginnen de kinderen te kijken naar degene naast hen. En als ik de kaartjes ophaal is het ‘Kijk! Kijk, wat ik heb gedaan!’ niet van de lucht.

IMG_1362IMG_1357

IMG_1360IMG_1359IMG_1358IMG_1363

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

‘Ga met een lijn uit wandelen’, zegt Sabine altijd. En dat hebben de kinderen gedaan. Ik vertel ze hoe trots ik op ze ben.