Jan van Zelm

Musical ‘Wij gaan op berenjacht!’

Helemaal klaar voor de berenjacht!

Helemaal klaar voor de berenjacht!

 

‘ … en het lijkt me leuk om afscheid te nemen met het opvoeren van een musical. En dan helemaal echt; met muziek, decors, kostuums en licht en zo,’ zei mijn duopartner. Het was juni en nog volop zomer. Mijn collega had besloten  om in december met pensioen te gaan. Na meer dan 40 jaar werken hoort daar natuurlijk een spetterend afscheid bij. Ik was meteen enthousiast. En die musical gaan we zelf maken, met alles erop en eraan! Jan van Zelm, mijn lief, partner en maatje, schreef al eerder muziek voor de musical ‘Midzomernachtsdroom’ opgevoerd door het Murmellius Gymnasium. Hij wilde best eens kijken of hij ook muziek voor een kleutermusical zou kunnen schrijven. Van Joke de Heer, de drama-docent op onze school, kreeg ik het goede advies om een prentenboek met een duidelijke verhaallijn als uitgangspunt te nemen. Het werd ‘We gaan op berenjacht’ van Helen Oxenbury en Michael Rosen. Na de grote vakantie maakten we voorzichtig de eerste opzet. Ideeën genoeg maar hoe zorg je dat het behapbaar en duidelijk blijft voor jonge kinderen? Al gauw bleek dat we vooral veel moesten schrappen. Niet allerlei attributen, geen uitgebreide handelingen en uitweidingen in de tekst. Het boek ‘We gaan op berenjacht’ is niet voor niets een geliefde aanleiding voor voorstellingen en presentaties met de vele herhalingen en de repeterende tekst. Een gezin moet in de zoektocht naar de beer dwars door het gras, de rivier, de modder, het donkere bos en uiteindelijk door de grot. Het is een prachtige dag en ze zijn niet bang. Maar als ze uiteindelijk oog in oog staan met de beer, willen ze alleen maar zo snel mogelijk dezelfde weg terug naar het veilige, warme huis. ‘Kinderen tot een jaar of 8 geven eigenlijk nog niet echt een voorstelling’ zei de drama-docent. ‘Iedere keer dat ze spelen is een nieuwe andere ervaring, ook wanneer ze dan uiteindelijk op het podium staan. Je moet de kinderen daarom steeds meenemen in het verhaal.’ Het verhaal bestaat uit een aantal duidelijke scenes en juf Gerda neemt steeds een ander groepje kinderen mee op berenjacht. Zo kan zij de verhaallijn duidelijk neerzetten.

Hé, daar glijdt een slakje door het gras. Heel langzaamaan.

Hé, daar glijdt een slakje langzaam door het gras.

..

In het gras kun je van alles tegenkomen. Langzame, glibberige slakken bijvoorbeeld of heel veel snelle miertjes. Ik maak teksten over slakken en mieren in het gras, biggetjes in de modder en over een kolkende rivier, een uil die de weg wijst in het donkere bos of hoe je zomaar in een sneeuwstorm terecht kunt komen. Jan zet de teksten op muziek. Ieder liedje krijgt een heel eigen sfeer en nodigt direct uit tot beweging. De muziek wordt een dankbare aanleiding voor bewegingslessen. Hoe langzaam beweegt een slak en hoe trippelen kleine, vlugge mierenvoetjes?

Heel veel vlugge mierenvoetjes.

Heel veel vlugge mierenvoetjes.

..

IMG_5262De plek waar we zijn in het verhaal is essentieel. Snel moet de sfeer van modder of een donker bos opgeroepen worden zonder iedere keer het hele podium te verbouwen. Zelf houdt ik erg van de sprookjesachtige sfeer die je kunt oproepen met een overheadprojector, net een toverlantaren. Voor iedere scene maak ik een plaat. De kinderen zijn meteen enthousiast als ik ze de eerste keer laat zien...

..

De uil wijst de weg door het stille, donkere bos in de nacht.

De uil wijst de weg door het stille, donkere bos in de nacht.

..

Bah, vieze, slikkerige modder!

Bah, vieze, slikkerige modder!

En dan begint het oefenen. We lezen het boek, spelen het verhaal, zingen de liedjes en ondernemen allerlei activiteiten rond elementen uit het verhaal. De kinderen maken modder in de zandtafel. We onderzoeken en tekenen het lange, bloeiende gras dat juf Gerda plukte langs de kant van de sloot, we bedenken wat je allemaal aan moet als je in de sneeuw wil spelen en regelmatig zie je ons sluipen terwijl je natuurlijk niets hoort, zo stil gaat dat. Tegelijkertijd zingen en spelen is voor jonge kinderen nog best lastig, vooral als je ook nog eens op het toneel staat. Daarom vraag ik of de leerkracht met een conservatorium-opleiding een koortje wil dirigeren met kinderen uit groep 5 t/m 8. Dat wil ze en wel 25 kinderen melden zich aan om te komen zingen. Jan zal het koor begeleiden op de piano. Iedere week wordt er enthousiast geoefend en het is prachtig om te zien hoe achtste groepers sommige jongere kinderen onder hun hoede nemen en vertellen hoe je alles aan moet pakken; onthouden wat de dirigente zegt en tegelijkertijd je tekst lezen en kijken naar de dirigent...

1461816_521941314568927_122190492_n1472820_528605987235793_854379135_n

..

 

 

..

 

Het begint te zoemen in de school. De koorleden krijgen een CD om thuis te kunnen oefenen en koesteren dit als een kostbare schat. Ouders worden nieuwsgierig. De kleuters vragen op weg naar het speellokaal: ‘gaan we op berenjacht of gaan we gymmen?’ De kinderen spelen buiten dat ze met magische krachten een sneeuwstorm overwinnen. En het wordt langzaam duidelijk dat het afscheid van juf, waar het allemaal om begonnen was, steeds dichterbij komt. En dan is daar de voorstelling. Eerst voor de ouders met na afloop heerlijke cup-cakes, cadeautjes en toespraken. En de volgende dag nog een keer voor de kinderen van de onderbouw. Dat is veel, vol en druk allemaal. Zeker nu Sinterklaas net is vertrokken en de kerstboom weer is opgetuigd. Nienke kan soms alleen nog maar huilen. Jonathan kondigt aan dat hij echt niet als eerste het podium op zal gaan en dat hij trouwens dat geen uil meer is. Maar op het podium staan ze er, alle vijfentwintig! En het mooiste compliment is misschien wel dat bijna tweehonderd kinderen, van net 4 tot 9 jaar oud, drie kwartier ademloos kijken hoe het verhaal zich ontrolt. Zelfs de kinderen uit groep 5, helemaal achteraan in de zaal, steken enthousiast hun vinger op als Gerda vraagt wie er mee gaat berenjacht. Ja, ook zij willen wel!

..

 

IMG_5159

Bij een afscheid hoort natuurlijk een afscheidscadeau. We maken samen een harmonicaboek waarin de hele tocht naar het hol van de beer te volgen is. Op de achterkant van ieder kind een paar regels voor juf Gerda met een tekeningetje. Eerst weten de kinderen niet goed wat je zegt tegen een juf die weggaat ‘voor altijd’. Maar als ik de stukjes voorlees komen er steeds meer woorden voor. ‘Ik hoop dat je echt nog een keer langskomt want ik vind dat heel leuk. En ik wil dat heel graag. Ik vind je echt heel lief. Want je ging mij heel hoog duwen met schommelen en toen kreeg ik kriebels in mijn buik’, zegt Nadja. En ze wil graag weten of ik dat echt precies zo heb opgeschreven. Lore zegt thuis dat ze niet meer wil praten over juf die weggaat, ze wordt er alleen maar verdrietig van. Maar het geven van het cadeau maakt het wel weer een beetje goed.

Het met elkaar maken en opvoeren van een musical was een geweldige ervaring. Iedereen heeft genoten en er is veel geleerd. Toch ben ik weer eens doordrongen van de meerwaarde van vakdocenten, musici en kunstenaars in het onderwijs. Een leerkracht die een koor kan dirigeren, een componist die mooie, rijke liedjes schrijft, een drama-docent die goed advies kan geven. En  als die drama-docent tijd had gekregen om de voorstelling te regisseren, was alles dan niet net even op een hoger plan getild? Zo bouw je aan een rijke omgeving waar kinderen kunnen leren en zich ontwikkelen op allerlei gebieden, ieder kind op een manier die bij hem of haar past.

KLEUR en andere projecten

De verzameling gekleurde Nespresso Cups van kunstenaar Floor Max

De verzameling gekleurde Nespresso Cups van kunstenaar Floor Max

..

Juf Gerda die al meer dan 40 jaar voor de klas staat gaat met pensioen en ze neemt afscheid met het opvoeren van de kleutermusical ‘We gaan op berenjacht’. Een koor van 24 kinderen uit groep 5 t/m 8 zingt de speciaal door Jan van Zelm gecomponeerde liedjes. Het ‘sneeuwlied’ is populair. Twee coupletten lang worden lieflijk de sneeuwvlokjes bezongen en de warme kleren die je aan moet trekken. Maar dan: O jee, een loeiende, zwiepende sneeuwstorm! Het raast en tiert, het lijkt wel Schubert. Na afloop verzucht Lewi: ‘iedereen zegt altijd dat ik dat zo boos zing maar ik wordt ook zo boos als dit stukje komt!’ Haar ogen schitteren en genietend stampt ze nog een keer op de grond. Ze heeft het helemaal begrepen. De dramatische opbouw van het lied en hoe je met muziek dus emoties kunt verbeelden. Of neem de kleuters die helemaal gefascineerd kijken naar de overheadprojector waarmee we de sneeuw achter het podium projecteren. ‘O, ik snap het al’ roept Jort, ‘er zit een lamp in en dan komt het licht daaruit’. Ze kunnen er niet afblijven. Willen weten wat er met de schaduwen gebeurt en die plaatjes kun je die bewegen en waar zie je dat dan. Bij ieder nieuw beeld klinkt de uitroep: ’oh, wat mooi!’ Het zijn gebeurtenissen die zo de doelen van ‘kunstzinnige oriëntatie’ kunnen dekken. Die sowieso heel waardevol zijn in een kinderleven.  Maar hoe zorg je dat dit geen toevallige incidenten blijven? Dat het wordt ingebed in de schooltijd van alle kinderen?

De groepen 7 en 8 bij ons op school hebben de afgelopen weken een aantal keren in het atelier gewerkt. Daarbij probeerden de leerkrachten samen met een kunstenaar een link te leggen met een ander vakgebied. Met aardrijkskunde of geschiedenis kwam in alle groepen  het thema ‘ontdekkingsreizen’ aan bod. Dit werd de aanleiding voor de 4 keer dat er in het atelier gewerkt werd. Vorige week werd het geëvalueerd. Een van de leerkrachten noemde als doel: het verrijken van het onderwerp V.O.C. en ontdekkingsreizen. De kinderen kregen de opdracht een object te maken dat kon drijven of rijden. Ze moesten nadenken over beweegbare constructies en leerden deze zelf te maken. Daarbij werden ze uitgenodigd om veel samen te werken. De opdracht bleek heel uitdagend en sloot goed aan bij het niveau van de kinderen. Je zou hierbij de koppeling kunnen maken met een aantal kerndoelen:

45       De leerlingen leren oplossingen voor technische problemen te ontwerpen,  deze uit te voeren en te evalueren.

42       De leerlingen leren onderzoek doen aan materialen en natuurkundige verschijnselen, zoals licht, geluid, elektriciteit, kracht, magnetisme en temperatuur.

55       De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.

Het werken in het atelier voelde voor een andere leerkracht als een luxe, bijna alsof het niet strookt met de focus op spelling en rekenen. Door de druk om de prestaties op die gebieden te verbeteren lijkt het alsof je geen kostbare uren in een atelier kunt doorbrengen. Maar zou die tijd echt ten koste gaan van de leeropbrengsten voor taal en rekenen? Het gaat om veel jongere kinderen maar Hans laat op de site Creatief Denken in het Onderwijs zien hoe je getallen, maten en gewichten kunt onderzoeken. Activiteiten die een goed uitgangspunt zouden kunnen zijn voor het werken in een atelier en zo kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van rekenvaardigheden.

Ondertussen bereiden wij, voor onze kleutergroepen, het werken in het atelier na de kerstvakantie verder voor. Is het goed om de doelen te koppelen aan die van de methode? De eerste week zijn de activiteiten een oriëntatie op het thema ‘Kunst’. Wat een verrijking om dat in het atelier te verdiepen met het onderzoeken van het deelthema ‘Kleur’. Floor Max, de kunstenaar, neemt misschien wel haar hele verzameling prachtig gekleurde Nespresso cups mee. Misschien laat een leerkracht zich inspireren door de herinnering aan alle prachtige gekleurde stoffen die ze als kind zag. En het toveren met gekleurd licht op de overheadprojector moet ook zeker een plek krijgen in het atelier. Zo weven we met z’n allen aan een manier van werken in het atelier en verder aan kunstonderwijs in het algemeen. Het gaat niet snel en misschien met vallen en opstaan. Maar het doel is een stevig, door iedereen gedragen cultuuraanbod voor alle kinderen.