groep 3

Op hoeveel manieren kun je denken?

IMG_1079

‘Wanneer ben ik nou aan aan de beurt?’ Ze had er echt zin in. Na de vakantie zou ze naar groep 3 gaan en ze kende al zoveel letters. Dat wilde ze heel graag laten zien. Toen het eindelijk zo ver was spatte de motivatie er vanaf. Rechtop zat ze op haar stoel. De 2 spierwitte staartjes zwiepten vrolijk in de lucht. Een paar heldere blauwe ogen keken me verwachtingsvol aan. Eerst vroeg ik haar verschillende letters te benoemen. Die van haar eigen naam kende ze wel maar ze wist niet meer precies welke nou ook alweer bij welke klank hoorde. Eerst noemde ze nog willekeurige klanken, later zei ze steeds vaker: ‘weet ik niet’. Uit haar ooghoeken telde ze mijn krulletjes. ‘…… heb ik er maar 5 goed?’ Haar stemmetje werd dun, ze zuchtte en haar schouders zakten naar beneden. ‘Joh, je kent er al 5 en de rest ga je straks allemaal in groep 3 leren!’ probeerde ik haar op te beuren. We gingen verder; nieuwe kansen. Ik vertelde dat ik een woord in stukjes (letters) zou gaan zeggen en vroeg of ze kon horen welk woord het was. Het was de bedoeling dat ik eerst de context aangaf. ‘Het is vaak op een (kinder)boerderij ….’, begon ik. ‘Een paard!’ riep ze meteen enthousiast, weer helemaal rechtop en stralend op haar stoeltje. Ik legde uit dat ik het woordje nog in stukjes moest zeggen, dat ze goed moest luisteren, net zoals we weleens in de kring deden. G – EI – T, spelde ik. Ze wachtte, haar ogen keken naar binnen. Ze maakte kleine gebaartjes met haar handen. ‘Schaap’, zei ze uiteindelijk. Zo ging het vaker. De voet die aan je lijf zit werd een been, de vis een kwal. Op een gegeven moment nam ze de tijd om mij gedetailleerd uit leggen hoe ze het deed. Ze luisterde eerst heel goed in haar hoofd naar de letters. Ze zei ze heel, heel zachtjes, zonder dat ik het kon horen. Daarna maakte ze er een woord van, dan plakte ze de letters gewoon aan elkaar. Ik zag de concentratie waarmee ze bezig was. Ik dacht ook dat ik kon zien wat ze allemaal moest onderdrukken. Als ik vertelde dat het in de zee zwom, kwamen er bijna meteen allerlei beelden op in haar hoofd. Ergens hoorde ze wel het woordje -vis-. Maar dat riep vast ook meteen associaties op met de kwallen die we laatst gemaakt hadden en de filmpjes die we daarbij bekeken, daar zwommen tenslotte ook vissen tussendoor. Maandag begint de school weer en gaat ze echt naar groep 3. Nog steeds vol verwachting en overtuigd van haar eigen kunnen. Toch ben ik ook een beetje bezorgd. Zal er nog aandacht zijn voor al haar vragen en voor de verhalen in geuren en kleuren, die ze vertelt terwijl ze wel op móét staan om alles uit te beelden? Is er nog tijd om te luisteren naar alle aarzelend uitgesproken gedachten? Gaat het ook af en toe nog om andere dingen dan goed of fout? Leerkrachten in groep 3 krijgen niet veel ruimte. De kinderen mogen nog maar 15 minuten naar buiten in de ochtend en eigenlijk ‘s middags helemaal niet meer. In een half uur moet er gegeten, gedronken en buiten gespeeld zijn en moeten de kinderen weer startklaar zitten om zoveel mogelijk ‘effectieve leertijd’ over te houden. Stilzwijgend wordt er dus vanuit gegaan dat je alleen leert van directe instructie en het uitvoeren van doelgerichte opdrachten. Je leert niet van buiten spelen, samen even kletsen, bewegen of dagdromen terwijl je uit het raam staart.

Soms wordt er een onderscheid gemaakt tussen beelddenken en taaldenken. Beelddenken is intuïtief, associatief en zintuigelijk. Doen en ervaren staan centraal. Kleuters zijn nog nog echte beelddenkers. Ze werken graag vanuit het grote geheel, zien vooral de overeenkomsten en willen altijd weten waarom iets is zoals het is. Nieuwe informatie wordt vooral visueel opgenomen, het luisteren is veel minder actief. Kleuters zitten als het ware in het beeld en doen actief mee. In een kleutergroep sluit je daarbij aan. Vanaf groep 3 maakt het onderwijs de overstap naar taaldenken. Het luisteren komt centraal te staan. Regels en volgorde worden belangrijk en de leerkracht biedt alles tweedimensionaal aan. Iets is goed of fout en geen voortdurend veranderend proces. Beelden zijn soms een ondersteuning voor talige informatie maar nooit meer wordt iets eerst visueel aangeboden. Veel kinderen maken zonder moeite de overstap van een voorkeur voor beelddenken naar het denken in taal. Maar niet allemaal!

Het onderwijs is bij uitstek een plek voor taaldenkers. Dat merk ik ook weer op de startvergadering aan het begin van schooljaar. Het pedagogisch klimaat is een speerpunt op onze school en het is prachtig daar de eerste weken wat extra de aandacht aan te geven. Maar dat gebeurt vooral talig. We hebben met elkaar schoolregels gemaakt. Die regels zijn dan wel geschreven in een mooi vormgegeven hand (Wij hebben het samen in de hand). Maar toch … allemaal taal. Iedere groep maakt zijn eigen ‘Gouden Regels’ en we houden kringgesprekken. Natuurlijk kun je alles ‘vertalen’ naar beelden, ervaringen, beweging. Toch blijft de ingang en het uitgangspunt talig. Ook het testen, toetsen en de rapportage is onderwerp van gesprek. Daarbij wordt lang stil gestaan bij de weging van verschillende toets-vormen en de objectiviteit. In de kleutergroepen moeten we dit jaar na iedere les uit de methode aftekenen welke kinderen het aangegeven ontwikkelingsdoel beheersen. Dat betekent dat ik bijvoorbeeld na een kringgesprek moet invullen welke van de 25 kinderen nog niet hun mening kunnen geven. Ik kan daar buikpijn van krijgen. Dus een klein beetje meer beelddenkerij in het onderwijs kan vast geen kwaad. Er zijn zoveel manieren waarop je kunt denken.

 

Afscheid

IMG_4334

IMG_4332

 

 

 

 

 

 

 

…….

 

….

….

Ooit zei een vader die een-vakantie-lang met zijn puberdochters naar een soap keek: ‘ik snap niet waarom, maar iedereen geeft elkaar de hele tijd cadeautjes, dat maakt dan alles goed. Of niet natuurlijk en dan hebben ze ruzie, in ieder geval tot het volgende cadeautje.’

De laatste schooldag lijkt wel een beetje op zo’n soap. En ik ben in ieder geval heel blij met alle cadeaus die ik van de kinderen krijg. Met alle dozen chocolade, het badschuim, de lekkere geurtjes, de prachtige lavendel en fuchsia en vooral de mooie tekeningen, zelfgemaakt doosjes, bordjes en schilderijtjes. ‘Waarom krijg je cadeautjes?’ vraagt een net 4 jarige verbaasd. Dat weten de gulle gevers eigenlijk ook niet. En een vader fluistert zijn zoon nog snel even in dat hij moet bedanken voor het leuke jaar.

Twee weken eerder is het begonnen. Sindsdien hangt er iets in de lucht. Maar veel 4 en 5 jarigen weten niet precies wat. Het is tenslotte de eerste keer dat ze het einde van een schooljaar meemaken. Niels komt vertellen dat hij ’s middags niet naar school komt, hij moet naar de podoloog. Hij zegt het half verontschuldigend met een onzeker lachje. ‘Vind je het eng?’ vraag ik. ‘Nee, maar ik ben dan niet op school’. De middag zelf komt hij toch in de klas. ‘Hij moest en zou je nog gedag zeggen’, vertelt moeder. ‘Hij denkt dat hij je nooit meer ziet, geloof ik.’

De klas wordt steeds leger. Al het materiaal wordt gewassen, alles geordend, opgeruimd en meegegeven. Ineens is er een groot verschil tussen de kinderen die volgend jaar naar groep 3 gaan en de kinderen die blijven.  En dan komt die laatste schooldag met de cadeautjes en een kaartje van juf voor de kinderen van groep 2. De zomer is losgebarsten dus we spelen lekker veel buiten. Toch kan Isabelle haar draai niet vinden. Ze wil zo graag spelen met haar nieuwe vriendinnetje Lotte. Maar Lotte heeft alleen maar oog voor Naomi. Naomi die volgend jaar naar groep 3 gaat. Isabelle klaagt dat ze niet mee mag doen. ‘Zou dat misschien komen omdat ze elkaar volgend jaar niet zo vaak meer zien?’ Daar moet Isabelle even over nadenken. Dan licht haar gezicht op van het nieuwe inzicht. ‘Ik ga mijn groep 2 vriendinnen missen! Daarom ben ik verdrietig. Ik ga Anouk en Pip en Lotte zo missen.’ En ze stapt op Anouk af die toevallig in de buurt is en omhelst haar zo lang en stevig dat het lijkt of ze haar nooit meer los zal laten. Tobias zit het van een afstandje allemaal te bekijken. ‘Ik ben een beetje ziek’ zegt hij, terwijl hij tegen mij aanhangt. ‘Misschien ga je ook de kinderen die naar groep 3 gaan missen? opper ik. ‘Wat is dat, missen?’ Ik leg uit dat hij het dan jammer vindt dat hij volgend jaar Boris en Iza en de andere kinderen van groep 2 niet meer zo vaak ziet, dat je daar dan een beetje verdrietig van wordt. ‘Nee’, antwoord Tobias, ‘dat heb ik niet. Ik ben gewoon ziek.’ In de klas maken Lotte en Naomi allebei een identieke tekening, terwijl ze dicht naast elkaar aan één tafel zitten. Daaronder schrijven ze hun namen. Ik mag op een blaadje voorschrijven: Lotte en Naomi zijn beste vriendinnen voor altijd. In opperste concentratie maken ze een begin met het naschrijven.

En zo begint de vakantie. Alle cadeautjes ingepakt, de laatste groepswerken verloot, iedereen nog een dikke knuffel en het schooljaar is voorbij.

IMG_4347

IMG_4342