drama

In het hart van het onderwijs

IMG_5501

 

‘Kijk’, vertelt Anne Lotte tijdens het opruimen, ‘ik heb de bolletjes precies getekend zoals in het echt. De worteltjes die zag je niet maar ik heb ze wel getekend en met verf heb ik het een beetje doorzichtig gemaakt. Nu zie je het toch.’ Ze lacht en kijkt nog een keer naar haar schilderijtje. ‘Handig, he.’ We werken rond het thema ‘Alles groeit’. Op de tekentafel staan verschillende potten met bollen; narcissen, hyacinten en blauwe druifjes. Sommige met dikke knoppen en andere al volop in bloei. Ook in de schooltuin bloeien narcissen. Ik liet de kinderen er een uit de grond graven. Ze ontdekten dat de narcis uit een bol groeit en vonden onder de bol kleine, kronkelende worteltjes. Voorzichtig maakten we de narcis met bol los uit de aarde. Om alles goed te kunnen bekijken legde ik de hele bloem met bol en worteltjes op de tekentafel. Jill probeert de verleppende narcis in het potje te zetten naast het krokusje en de sneeuwklokjes die ik, ook met de bolletjes en worteltjes er nog aan, uit mijn eigen tuin meenam. Ze fluistert: ‘Dood, helemaal dood, oh jee, jullie worden nooit meer levend,’ terwijl ze probeert de stengels stevig in elkaar te vlechten. De aarde stampt ze aan, om later opnieuw te kijken naar de worteltjes onderaan de bollen. Dan werkt ze weer verder aan haar tekening. Ik vroeg de kinderen te tekenen wat er onder en wat er boven de grond groeit. Jort begint met het tekenen van een lijn dwars over het midden van zijn blad. Helemaal onderaan komt een bolletje. Dan trekt hij langzaam een lange lijn omhoog. ‘Ze groeien en groeien en groeien, mijn bloem die groeit …..’ Net boven de lijn is hij er. Daar komt een grote bloem.

De worteltjes zijn een beetje doorzichtig.

De worteltjes die je toch ziet.

Net boven de grond komt een grote bloem.

Mijn bloem die groeit.

..

..

..

..

..

..

..

..

..

Later, tijdens een overleg met een kunstinstelling, ICCers, schooldirecteuren en een onderzoekster moet ik denken aan de betrokkenheid waarmee deze kinderen aan de tekentafel kijken, praten, tekenen, denken en leren.  Cultuuronderwijs staat in het hart van het onderwijs‘ was een van de ambities die de kunstinstelling formuleerde. Daar waren niet alle directeuren het direct mee eens. Het maakt natuurlijk veel uit wat je verstaat onder cultuuronderwijs. Is dat de tekenles of het halve uurtje muziek in de week? Of worden kunst en cultuur, zoals op een OGO-school, verbonden met de thema’s waarmee gewerkt wordt, net zoals de techniek-lessen, wereldoriëntatie, een gast in de klas of onderzoeksvragen op een vanzelfsprekende manier een plek kunnen krijgen binnen het thema? En wat is cultuuronderwijs eigenlijk? Zijn dat de lessen beeldende vorming, muziek, drama en dans? Is het een ontspannen en leuke onderbreking van het gewone lesprogramma of zijn het activiteiten die gerelateerd zijn aan wat er in de echte wereld van de kunst gebeurt? Horen taal en rekenen eigenlijk ook niet bij cultuuronderwijs? En is kunstonderwijs dan misschien een andere, meer zintuigelijke manier van reflecteren, een manier om de wereld en jezelf te leren kennen maar dan met specifieke middelen? De kinderen die tekenen wat er onder en boven de grond groeit, denken na over hoe de wereld in elkaar zit. Hun tekeningen geven vorm aan hun gedachten. Zo worden deze zichtbaar, voor henzelf en voor anderen. Ondertussen praten ze met elkaar en ontwikkelen hun taalvaardigheid en woordenschat. Ze moeten goed kijken en ze zullen nadenken over hoe ze dat wat ze zien in het platte vlak kunnen weergeven, dat raakt alweer aan allerlei rekenvaardigheden. En tenslotte vraagt het ook heel wat van de motoriek om zulke precieze tekeningen te maken. Bovendien gaan echt alle kinderen met veel plezier aan de slag. Ik zie een enorme betrokkenheid. Ik kan dus wel zeggen dat het tekenen helemaal geïntegreerd is in de rest van het onderwijsaanbod en op die manier in het hart van het onderwijs staat.

Nu is het voor mij heel vanzelfsprekend om beeldende activiteiten zinvol aan te bieden. Dat gaat min of meer vanzelf, het is mij, zeg maar, op het lijf geschreven. Maar kunstonderwijs of cultuureducatie is natuurlijk meer dan dat. Laatst besloot ik een les uit de methode waarbij de kinderen een verhaal moesten uitbeelden een andere invulling te geven. Ik was geïnspireerd door de manier waarop Vivian Gussin en Jente Baeyens kinderen hun eigen verhalen laten spelen. In de kring vroeg ik wie er een verhaal wilde vertellen. Nadja wilde dat wel. Ik schreef het verhaal op, Nadja verdeelde de rollen en terwijl ik het verhaal opnieuw voorlas speelde de kinderen het uit. Onmiddellijk zaten alle kinderen op het puntje van hun stoel. De spelende kinderen gebruikten al snel het hele lokaal en pakten allerlei spullen die toevallig in de buurt stonden. Het publiek  wilde daar natuurlijk achteraan. Het was een leuk en spannend intermezzo maar de volgende keer zou ik het toch iets beter moeten structuren. Een paar weken later vroeg ik Jonathan of hij een verhaal wilde vertellen voor het ‘verhalenboek’ dat we inmiddels gemaakt hadden. Ja, dat wilde hij wel en hij begon meteen. Jonathan weet alles over de natuur, buiten vangt hij wurmen, vlinders en andere kleine beestjes. Hij weet allerlei planten, bloemen en dieren bij naam en kan daar van alles over vertellen. Het sprak vanzelf dat zijn verhaal over dieren zou gaan. Maar Jonathan is ook een echte jongen, altijd in beweging, hij klimt in de hoogste bomen, wil overal en altijd de sterkste, de snelste, de beste zijn en doet dat het liefst met zoveel mogelijk lawaai. De liefelijkheid van zijn verhaal verbaasde me. Ook het thema groeien en bloeien kwam terug in zijn verhaal, net zoals eerder bij Nadja trouwens. Het spelen van het verhaal deed ik de volgende dag in het speellokaal. Ik grensde een duidelijk speelveld af door daar banken omheen te zetten. Vanaf het moment dat de kinderen weten dat we het verhaal van Jonathan gaan uitspelen ontstaat er een bijzondere dynamiek in de klas. Ze weten nog precies welke rollen er te verdelen zijn en bestoken Jonathan al in de klas met verzoeken om een bepaalde rol te mogen spelen. In het speellokaal lees ik het verhaal nog eens voor, het publiek luistert super geconcentreerd. Jonathan verdeelt heel concentieus de rollen. Zowel meisjes als jongens en zowel jonge als oudere kinderen krijgen een rol. Het verhaal gaat over een poesje, een hondje, en een konijntje die elkaar ‘ontmoeten’ in de wei. Daar spelen ze samen. Ik vraag Jonathan hoe ze dat doen; dat spelen. ‘Nou gewoon, achter elkaar aanlopen. Zo ….’ En hij doet het voor op handen en knieën. Even later kijk ik enigszins verontrust naar de kluwen kruipende, grommende en piepende kinderen op de grond. Het publiek miauwt en blaft enthousiast mee. Ik vraag me af hoe ik hier weer orde in moet krijgen. Voor Lore is dat geen enkel probleem. Ze roept: ‘Hé, dat kan niet, het konijn loopt achter de hond aan.’ ‘Ja’, reageert Jonathan meteen, ‘het konijn loopt ook weg!’ Onmiddellijk hupt het konijn naar de bank en kan ik het verhaal verder voorlezen. Ik denk dat ik al bijna bij het eind ben maar vergeet het stukje waarin de bij en de vlinder bij de bloemen in de wei komen. Terwijl ik anders als leerkracht altijd degene ben die het meeste grip heeft op het verhaal is dat nu andersom. Voortdurend wordt ik gecorrigeerd, aspecten van het verhaal die voor mij onduidelijk zijn worden door de kinderen prima begrepen. Ook weten ze precies hoe ze iets uit moeten beelden en alles gaat met een vaart die ik bijna niet bij kan houden. Na een paar minuten zijn we alweer aan het eind van het verhaal. De net vierjarige Yindee staat heel stil en vol overgave, met haar handen gracieus omhoog, als bloem te bloeien in de wei. Terwijl rond haar de bij zoemt, de vlinder fladdert en de hond, de poes, de muis, het konijn en het molletje met elkaar spelen. Niet lang daarna zijn we allemaal weer terug in de klas en kijk ik terug op een kort, heftig en wervelend gebeuren. Alsof ik even een glimp opving van een kinderwereld die anders altijd verborgen blijft.

Ik weet niet of dit uitspelen van verhalen iets te maken heeft met het vak ‘drama’ of met ‘kunstzinnige oriëntatie’ of met kunst en cultuuronderwijs. Wat ik wel weer heb ervaren is dat de eigen verhalen van kinderen een krachtige bron zijn voor ontwikkelen en leren. Het is niet altijd gemakkelijk en druist misschien wel in tegen de meetcultuur in het huidige onderwijs maar de kinderen laten heel veel betrokkenheid zien en kunnen ineens ook echt meer dan wanneer ik bedenk waar het over moet gaan.

Het liefst zou ik dus de eigen verhalen en ervaringen van kinderen in het hart van mijn onderwijs zetten. En dan is het heel gemakkelijk om de verbinding te maken met kunst en cultuuronderwijs.

..

Meer lezen?

het-begint-met-kijken-en-luisteren---jenthe-baeyens[0]

9780226645032

Musical ‘Wij gaan op berenjacht!’

Helemaal klaar voor de berenjacht!

Helemaal klaar voor de berenjacht!

 

‘ … en het lijkt me leuk om afscheid te nemen met het opvoeren van een musical. En dan helemaal echt; met muziek, decors, kostuums en licht en zo,’ zei mijn duopartner. Het was juni en nog volop zomer. Mijn collega had besloten  om in december met pensioen te gaan. Na meer dan 40 jaar werken hoort daar natuurlijk een spetterend afscheid bij. Ik was meteen enthousiast. En die musical gaan we zelf maken, met alles erop en eraan! Jan van Zelm, mijn lief, partner en maatje, schreef al eerder muziek voor de musical ‘Midzomernachtsdroom’ opgevoerd door het Murmellius Gymnasium. Hij wilde best eens kijken of hij ook muziek voor een kleutermusical zou kunnen schrijven. Van Joke de Heer, de drama-docent op onze school, kreeg ik het goede advies om een prentenboek met een duidelijke verhaallijn als uitgangspunt te nemen. Het werd ‘We gaan op berenjacht’ van Helen Oxenbury en Michael Rosen. Na de grote vakantie maakten we voorzichtig de eerste opzet. Ideeën genoeg maar hoe zorg je dat het behapbaar en duidelijk blijft voor jonge kinderen? Al gauw bleek dat we vooral veel moesten schrappen. Niet allerlei attributen, geen uitgebreide handelingen en uitweidingen in de tekst. Het boek ‘We gaan op berenjacht’ is niet voor niets een geliefde aanleiding voor voorstellingen en presentaties met de vele herhalingen en de repeterende tekst. Een gezin moet in de zoektocht naar de beer dwars door het gras, de rivier, de modder, het donkere bos en uiteindelijk door de grot. Het is een prachtige dag en ze zijn niet bang. Maar als ze uiteindelijk oog in oog staan met de beer, willen ze alleen maar zo snel mogelijk dezelfde weg terug naar het veilige, warme huis. ‘Kinderen tot een jaar of 8 geven eigenlijk nog niet echt een voorstelling’ zei de drama-docent. ‘Iedere keer dat ze spelen is een nieuwe andere ervaring, ook wanneer ze dan uiteindelijk op het podium staan. Je moet de kinderen daarom steeds meenemen in het verhaal.’ Het verhaal bestaat uit een aantal duidelijke scenes en juf Gerda neemt steeds een ander groepje kinderen mee op berenjacht. Zo kan zij de verhaallijn duidelijk neerzetten.

Hé, daar glijdt een slakje door het gras. Heel langzaamaan.

Hé, daar glijdt een slakje langzaam door het gras.

..

In het gras kun je van alles tegenkomen. Langzame, glibberige slakken bijvoorbeeld of heel veel snelle miertjes. Ik maak teksten over slakken en mieren in het gras, biggetjes in de modder en over een kolkende rivier, een uil die de weg wijst in het donkere bos of hoe je zomaar in een sneeuwstorm terecht kunt komen. Jan zet de teksten op muziek. Ieder liedje krijgt een heel eigen sfeer en nodigt direct uit tot beweging. De muziek wordt een dankbare aanleiding voor bewegingslessen. Hoe langzaam beweegt een slak en hoe trippelen kleine, vlugge mierenvoetjes?

Heel veel vlugge mierenvoetjes.

Heel veel vlugge mierenvoetjes.

..

IMG_5262De plek waar we zijn in het verhaal is essentieel. Snel moet de sfeer van modder of een donker bos opgeroepen worden zonder iedere keer het hele podium te verbouwen. Zelf houdt ik erg van de sprookjesachtige sfeer die je kunt oproepen met een overheadprojector, net een toverlantaren. Voor iedere scene maak ik een plaat. De kinderen zijn meteen enthousiast als ik ze de eerste keer laat zien...

..

De uil wijst de weg door het stille, donkere bos in de nacht.

De uil wijst de weg door het stille, donkere bos in de nacht.

..

Bah, vieze, slikkerige modder!

Bah, vieze, slikkerige modder!

En dan begint het oefenen. We lezen het boek, spelen het verhaal, zingen de liedjes en ondernemen allerlei activiteiten rond elementen uit het verhaal. De kinderen maken modder in de zandtafel. We onderzoeken en tekenen het lange, bloeiende gras dat juf Gerda plukte langs de kant van de sloot, we bedenken wat je allemaal aan moet als je in de sneeuw wil spelen en regelmatig zie je ons sluipen terwijl je natuurlijk niets hoort, zo stil gaat dat. Tegelijkertijd zingen en spelen is voor jonge kinderen nog best lastig, vooral als je ook nog eens op het toneel staat. Daarom vraag ik of de leerkracht met een conservatorium-opleiding een koortje wil dirigeren met kinderen uit groep 5 t/m 8. Dat wil ze en wel 25 kinderen melden zich aan om te komen zingen. Jan zal het koor begeleiden op de piano. Iedere week wordt er enthousiast geoefend en het is prachtig om te zien hoe achtste groepers sommige jongere kinderen onder hun hoede nemen en vertellen hoe je alles aan moet pakken; onthouden wat de dirigente zegt en tegelijkertijd je tekst lezen en kijken naar de dirigent...

1461816_521941314568927_122190492_n1472820_528605987235793_854379135_n

..

 

 

..

 

Het begint te zoemen in de school. De koorleden krijgen een CD om thuis te kunnen oefenen en koesteren dit als een kostbare schat. Ouders worden nieuwsgierig. De kleuters vragen op weg naar het speellokaal: ‘gaan we op berenjacht of gaan we gymmen?’ De kinderen spelen buiten dat ze met magische krachten een sneeuwstorm overwinnen. En het wordt langzaam duidelijk dat het afscheid van juf, waar het allemaal om begonnen was, steeds dichterbij komt. En dan is daar de voorstelling. Eerst voor de ouders met na afloop heerlijke cup-cakes, cadeautjes en toespraken. En de volgende dag nog een keer voor de kinderen van de onderbouw. Dat is veel, vol en druk allemaal. Zeker nu Sinterklaas net is vertrokken en de kerstboom weer is opgetuigd. Nienke kan soms alleen nog maar huilen. Jonathan kondigt aan dat hij echt niet als eerste het podium op zal gaan en dat hij trouwens dat geen uil meer is. Maar op het podium staan ze er, alle vijfentwintig! En het mooiste compliment is misschien wel dat bijna tweehonderd kinderen, van net 4 tot 9 jaar oud, drie kwartier ademloos kijken hoe het verhaal zich ontrolt. Zelfs de kinderen uit groep 5, helemaal achteraan in de zaal, steken enthousiast hun vinger op als Gerda vraagt wie er mee gaat berenjacht. Ja, ook zij willen wel!

..

 

IMG_5159

Bij een afscheid hoort natuurlijk een afscheidscadeau. We maken samen een harmonicaboek waarin de hele tocht naar het hol van de beer te volgen is. Op de achterkant van ieder kind een paar regels voor juf Gerda met een tekeningetje. Eerst weten de kinderen niet goed wat je zegt tegen een juf die weggaat ‘voor altijd’. Maar als ik de stukjes voorlees komen er steeds meer woorden voor. ‘Ik hoop dat je echt nog een keer langskomt want ik vind dat heel leuk. En ik wil dat heel graag. Ik vind je echt heel lief. Want je ging mij heel hoog duwen met schommelen en toen kreeg ik kriebels in mijn buik’, zegt Nadja. En ze wil graag weten of ik dat echt precies zo heb opgeschreven. Lore zegt thuis dat ze niet meer wil praten over juf die weggaat, ze wordt er alleen maar verdrietig van. Maar het geven van het cadeau maakt het wel weer een beetje goed.

Het met elkaar maken en opvoeren van een musical was een geweldige ervaring. Iedereen heeft genoten en er is veel geleerd. Toch ben ik weer eens doordrongen van de meerwaarde van vakdocenten, musici en kunstenaars in het onderwijs. Een leerkracht die een koor kan dirigeren, een componist die mooie, rijke liedjes schrijft, een drama-docent die goed advies kan geven. En  als die drama-docent tijd had gekregen om de voorstelling te regisseren, was alles dan niet net even op een hoger plan getild? Zo bouw je aan een rijke omgeving waar kinderen kunnen leren en zich ontwikkelen op allerlei gebieden, ieder kind op een manier die bij hem of haar past.