dansen

Een gesprek met kleuters

5098095-a-whitetail-cerf-male-en-ete-velours-debout-dans-les-bois

‘… en de hertjes hadden een gewei van stof!’ vertelt Lyam opgetogen en een beetje verbaasd. Een prachtig beeld. Het roept meteen associaties op met wat ik denk te weten. De ooit geziene, nieuwe, bijna viltachtige geweien van herten na de rui? Lyam tekent al weer  verder aan zijn geit. De kinderen tekenen over het bezoek van gisteren met mijn collega aan de kinderboerderij bij de hertenkamp.

’s Middags zegt hij het opnieuw. We zitten in de kring. Isa heeft een hoorn van een bok meegenomen. Ze heeft hem van haar opa gekregen, vertelt ze. De bok was dood gegaan en toen was die hoorn eraf gegaan. Daar merkt ‘ie natuurlijk niets meer van, gelukkig! Ik laat de hoorn de kring rondgaan. De kinderen willen allemaal wel even voelen en van binnen in de hoorn kijken.  Lyam bekijkt de hoorn aandachtig en laat zijn vingers langs de ribbeltjes gaan. Dan zegt hij weer: ‘hertjes hebben een gewei van stof’. Mijn juffenhart springt op. Zonder dat ik het mij bewust ben wil ik ineens van alles aan de kinderen leren. ‘Hoe zou dat komen?’ vraag ik. Een niet begrijpende blik is het antwoord. Dat is natuurlijk ook de foute vraag. ‘Zag het gewei er hetzelfde uit als de hoorn van de bok?’ probeer ik. ‘Hertjes hebben een gewei van stof,’ herhaalt Lyam nog maar eens als tegen een onwillige leerling. ‘De hertjes hadden een gewei van stof en dat is niet zo hard als de hoorn van de bok. Maar zou het gewei echt van stof zijn?’ Ik kijk de kring rond om ook de andere kinderen erbij te betrekken. Maar het gesprek dat eerst heel levendig was is stil gevallen. Wat wil ik eigenlijk? Dat de kinderen zeggen dat dat komt omdat het oude gewei is afgevallen en dit een nieuw gewei is? Of dat ze zich afvragen waarom het hertengewei van stof is en de hoorns van een bok niet? Lyam is duidelijk de enige die het is opgevallen dat de geweien van herten van stof zijn. Hij heeft zich daar over verwonderd. Zoals hij zich over wel meer dingen verwondert die hij toch meteen accepteert. Zo zit de wereld klaarblijkelijk in elkaar. Ik realiseer mij dat hij de herten alleen heeft gezien, waarschijnlijk van een afstandje. Dat hij ze niet heeft gevoeld. En ook dat hij niet kan weten dat er iets veranderde. Hij zag niet eerst herten die hun gewei verloren, waarna er weer kleine jonge stompjes uit hun kop groeiden. Met een haastige, schijnbaar niet opgemerkte verklaring sluit ik af. ‘Herten krijgen af en toe een nieuw gewei, dat groeit en ziet er eerst net uit als stof’. Dan wil Tjeerd nog wel iets anders vertellen. ‘Als er nou een bok is die zijn hoorn er is afgegaan door een ongeluk, misschien kan die dan die hoorn van Isa gebruiken, dan kunnen zie die er misschien opplakken?’ ‘Zou dat kunnen?’ vraag ik Isa en meteen is iedereen weer betrokken. Nee, dat kan niet want je kunt niet iets aan je lijf plakken, dat moet groeien. Maar Gijs zijn oma had een been dat gebroken was en die is wel weer heel gemaakt. Maar was dat wel met lijm gedaan? Je hebt geen mensenlijm of dierenlijm.  Was dat been van oma er echt af of was haar bot gebroken? Gijs weet het niet maar wel dat het heel erg was en dat ze nog steeds met krukken loopt.

Het is mij wel weer duidelijk. Kleuters leren niet wat ik bedenk dat ze moeten weten. Kleuters leren van directe ervaringen en van elkaar. Het enige wat ik als leerkracht kan doen is een rijke omgeving creëren waar ze met al hun zintuigen zoveel mogelijk verschillende ervaringen op kunnen doen. En ze de mogelijkheid geven die te delen door te praten, te tekenen, te dansen, te zingen, verhalen te vertellen en natuurlijk door er heel veel over te spelen!

Spelen dat je Jip bent die een cowboy is …

Dansen met kleuters. Het is zo heerlijk om te zien, misschien juist in de weken dat de kinderen zich buigen over de CITO-kleutertoetsen. Helemaal vanzelf ervaren ze nu wat voor en achter is, maken ze een rij die eerst kort is en dan steeds langer en langer wordt. Woorden als lasso en lus en vangen en gevangen worden krijgen betekenis. Zo briest en steigert het paard, zo loopt een cowboy door het hoge gras. Met hun hele lijf laten ze zien hoe klein het holletje van de muis is en hoe groot het moet worden. En er wordt met volle teugen genoten!

Zo hoort onderwijs aan kleuters te zijn en dat wil ik graag laten zien. Maar dan begint het gevecht met toch niet zo heel erg goede foto’s, filmpjes die niet geconverteerd willen worden, muziekjes die niet gevonden worden en niet mooi bij de beelden en achter elkaar passen. Maar alle blije gezichtjes vertellen misschien wel genoeg. Dus toch maar …: dansen dat je Jip bent die een cowboy is die Janneke vangt die een paard is en ook nog een bok en een kleine muis en een nog veel kleinere mier.

Zie ook ‘buiten spelen’.

 

Een atelier in school

Ooit zei iemand na het zien van een tentoonstelling van Toeval Gezocht; ‘ach ja, zo zijn kleuters gewoon, altijd friemelen en frutselen en bezig maar of dat nou zo bijzonder is?’

Kleuters aan het werk in een atelier. Elk kind is doelgericht bezig. Samen en alleen, pratend, dromend, bouwend, tekenend, aandachtig, vrolijk of nadenkend. Het stroomt. Als in een dans bewegen twee meisjes samen boven een groot vel papier. Als twee zwaantjes bijna. Gewoon kleuters maar toch …. als je goed kijkt gebeurt er zoveel.

Lees verder in ‘Wij hebben ook een wereld, kijk maar!’

Denken met je handen?

IMG_3951

Erica Veld fotografeert Armando in ‘De Handen van de Meester’.

 

Material thinking … Kunst als zintuiglijke reflectie ….

Als ik in het Cobramuseum de schilderijen van Armando zie weet ik het ineens weer. Niet in woorden. Het is eerder een denken in verf, in gebaren, in ruimte en aanraking. Alsof ik de verf kan ruiken terwijl er niets te ruiken valt. Het kijken valt samen met mijn eigen herinnering. De sporen van zijn handen op het doek, het kneden en duwen, de eerdere lagen die  door de bovenlaag heen kieren. De kleur die in elkaar smeert. Het afstand nemen en kijken, gebaren maken met je handen in de lege ruimte en dan  weer dicht op de huid van de verf. Zoals dansers zeggen iedere beweging mee te maken in hun hoofd als ze naar een dansvoorstelling kijken. En het is wonderlijk om te bedenken dat Armando helemaal niet meer heen en weer kán dansen voor het doek. Dat hij in zijn stoel gezet wordt vlak voor het schilderij, dat hij moet vragen of iemand het doek verzet. Een zeeschilderij wordt pas als je op grote afstand staat grijsgroen water waarin het licht op de opspattende golven reflecteert. Dat kun je waarschijnlijk alleen zo schilderen vanuit de herinnerde ervaring van de duizenden keren dat je afstand nam.

 

Is dit denken in materie, in verf? Is dit een zintuiglijke manier van reflecteren?

Woorden als ‘schuldig landschap’ of de ‘schoonheid van het kwaad’. Het past. Maar het is ook een vertaling van iets dat je al wel begrepen had op een andere manier.