Schildersblik

Het spel van Jackson Pollock

IMG_6345

Meer dan manshoog hangt hij voor de grote ramen van de Tate Modern in Liverpool; de foto van Jackson Pollock terwijl hij één van zijn ‘drippings’ maakt. Een groot wit vlak op de grond, Pollock leunend op een knie gebogen over zijn werk. Concentratie, aandacht. Met zijn hele lijf gericht op de verf die van de kwast druipt. Handen en ogen, zie ik, die elke beweging registreren en daarop reageren. Speelse, liefdevolle ernst. En ik herinner me een flard van een tekst, ooit ergens gelezen. Over een onderzoek waaruit gebleken zou zijn dat kinderen én volwassenen werken op de grond eerder als spel ervaren dan werken aan een tafel.

Later op strand buigt Jan zich ineens, in een onbewaakt ogenblik, voorover en begint met schelpen een mozaïek te leggen rond een aangespoelde kwal. Is dit niet dezelfde houding, dezelfde aandacht en flow? Hetzelfde spel.

..

..

Of Charlotte Schleiffert die haar grote tekeningen ook maakt op de grond.

imgres

..

..

..

..

..

..

Ik denk er opnieuw aan als ik, inmiddels weer thuis, heel voorzichtig en vooral niet te nadrukkelijk begin te denken aan de school die volgende week weer begint. Zittend op het gras in de tuin, schuur en olie ik alvast een oud IKEA laden-blok om daarvan een rekenkastje te maken. Het is een genoegelijk werkje en het heeft vooral nog niets te maken met de drukke, doelgerichte hectiek die het schoolleven normaal gesproken kenmerkt. Iedereen die langsloopt en mij ziet zitten in de zon tussen uitgestalde laatjes, doeken en schuurpapier, herkent het meteen. Er wordt geglimlacht, ‘lekker hè, dat doe je goed!’ zegt de buurvrouw die over de heg kijkt. En terwijl ik de geur van de olie ruik die zich vermengd met die van het pas gemaaide gras, terwijl ik de laatste stickers wegschuur, met mijn handen de houtnerf volg en mij uitstrek om bij mijn kopje thee te kunnen, speel ik met mijn plannen voor het volgende schooljaar. In dit laatje komen alle gevonden slakkenhuisjes en daar de stenen, knopen, cijferkaartjes en dobbelstenen. Is dat anders dan wanneer ik aan tafel zou zitten? Zou het dan eerder ‘werk’ zijn? Kinderen spelen graag op de grond heb ik gemerkt. Ooit begonnen twee jongetjes met gekleurde klei op tafel een parcours voor auto’tjes te maken. Moeiteloos overbrugden ze de ruimte van de tafel naar een nabije stoel, om daarna door te bouwen op de grond. Steeds meer kinderen sloten zich aan bij dit spel en ik kon het niet over mijn hart verkrijgen het te verbieden. Ze waren zo geconcentreerd, zo vol overgave en plezier aan het werk. En ach, het was bijna zomervakantie dan ging die klei toch in de prullenbak. Is het anders om met klei op de grond te spelen? In tegenstelling tot de afgebakende ruimte van de tafel konden ze nu alle kanten op. En spelen op de grond doen kinderen  met hun hele lijf. Zitten op hun hurken of knieën, staan, buiken en kruipen wisselen elkaar moeiteloos af.

..

..

 

De Amerikaanse kunstenaar Sharon Lockhart filmde grauwe, betonnen binnenplaatsen in Polen. In een fragment spelen een jongen en meisje met water, modder en zand. Alles onder handbereik. Het meisje strekt haar been, beweegt heen en weer. Ze danst bijna. Kinderen kunnen dat nog. Samen dezelfde aandacht; 2 paar handen en ogen, voortdurend op elkaar reagerend.

..

In de ateliers bij ons op school werken de kinderen ook vaak op de grond.

Alleen:

IMG_3331IMG_3358

.

..

.Of samen:

IMG_3206.

.

.

.

.

.

.Liggend:

IMG_3339IMG_3341

.

.

.

.

.

.

.Of staand:

SONY DSC

.

.

.

.

.

.Soms nauwelijks in evenwicht:

SONY DSCSONY DSC

.

.

.

.

.

.

Terwijl het resultaat zich steeds verder uitbreidt:

.

.

Een ding weet ik zeker. Als ik straks mijn nieuwe klas inricht, komt er tussen de mooie nieuwe tafels en stoelen van ons spik splinter nieuwe meubilair genoeg plek om ook op de grond te kunnen spelen en werken.

KLEUR in het thema ‘kunst’ uit een kleutermethode en in het atelier

groen 2

Het is een levendige herinnering. Ik heb een tekening gemaakt op de kleuterschool en vind dat ik klaar ben maar de stagiaire wil dat ik de tekening eerst kleur. Dat het een stagiaire was is een gek detail. Ik zal haar vast niet zo genoemd hebben maar weet dat het bijzonder was dat ze er was. Dat ze jonger was dan de juf, een beetje meer zoals wij; de kinderen. Ze kijkt naar mijn tekening en zegt dat ik alleen maar lijntjes heb gemaakt. Dat zie ik ook wel maar toch heb ik helemaal geen zin in kleuren. Dan zegt ze: ‘Maar in de echte wereld heeft alles toch ook een kleur. Kijk maar, je ziet nergens lijntjes.’ Ik kijk om me heen en het is alsof er een explosie plaatsvindt in mijn hoofd. Nergens zie ik lijnen. De poten van de tafel zijn kleine kleurvlakken in het omringende grijsbruin van de vloer. Mijn jurk heeft een ander kleur dan mijn benen die daaronder vandaan komen. De lucht is niet overal van hetzelfde blauw maar toch hebben de bomen die zich aftekenen tegen die lucht een hele ander kleur. De grens is geen lijn maar een tegen elkaar opbotsen van kleuren. Euforisch loop ik naar huis terwijl ik niet kan stoppen met kijken. Alles, echt alles heeft een kleur! Thuis wil ik mijn moeder vertellen over deze ontdekking. Ik zeg: ‘Mama, alles heeft een kleur!’ ‘Ja’, zegt mijn moeder, ‘soms is iets rood, soms blauw of groen’. Dit klinkt niet als wat ik bedoel en ik probeer het opnieuw: ‘ja maar echt alles heeft een kleur……!’ Hoe het gesprek verder ging herinner ik mij niet, alleen de teleurstelling dat ik niet duidelijk kon maken hoe bijzonder het was dat de wereld bestond uit kleurvlakken en niet uit vormen die begrensd werden door lijnen.

Ik moet aan deze herinnering denken bij het voorbereiden van het werken in het atelier de komende periode. Het is de bedoeling dat we met vier kleutergroepen  vier keer een dagdeel in hetzelfde atelier gaan werken. We proberen daarbij de verbinding te leggen met het thema en de leer- en ontwikkelingsdoelen van onze methode ‘Kleuterplein’.  Dat thema is die periode ‘kunst’ en al pratend met de collega’s komt daaruit het deelthema ‘kleur’ naar voren.

De ene herinnering roept de andere wakker. De wereld die bestaat uit botsende kleurvlakken doet denken aan de schilderijen van Rothko en de keer dat ik als 14 of 15 jarige zei dat ik de reproductie van een werk van hem het mooiste vond uit een boek over moderne kunst, eigenlijk misschien wel van alle schilderijen die ik ooit zag. Het leverde een smalend lachen van mijn vriendinnen op. En later het zichtbaar gemaakte  over elkaar schuiven van gekleurde doeken bij Rob van Koningsbruggen. En steeds wordt mijn oog getrokken naar daar waar de ene kleur in de andere overgaat, waar het mengt en botst. De gloeiende rafelrandjes bij Rothko, de ene kleur die op de andere ligt bij van Koningsbruggen en de grens van het doek waar de onderliggende kleur onderuit piept.

Mark Rothko, 1954, Royal Red and Blue

Mark Rothko, 1954, Royal Red and Blue

 

Rob van koningsbruggen, GH96.23

Rob van Koningsbruggen, GH96.23

..

Ik was een jaar of 7 en liep op een zonnige voorjaarsochtend alleen buiten. Een beetje verveeld. Het was zonnig maar fris en de wind blies koud langs mijn blote benen. Aan de zijkant van onze flat stonden twee roze bloeiende boompjes. Toen ik daar voor de derde keer langsliep keek ik naar boven. Als ik onder de boompjes ging staan was mijn hele blikveld gevuld met het roze van de bloesem. Daar doorheen zag ik de heldere blauwe lucht. Nu kon ik met mijn ogen focussen op de lucht of op de bloesem. Vaag blauw en helder roze of andersom. Ineens voelde ik mij onverwachts en heftig gelukkig. Ik dacht dit moet ik voor altijd onthouden. Hetzelfde geluksgevoel als toen ik ooit bijkwam uit een narcose waarin het was alsof ik levensgrote kleurvlekken in de ruimte maakte waar ik zelf in rond zweefde. Loïs, een vriendin uit de tijd op de Rietveld, zei ooit dat ze sommige kleuren in schilderijen kon voelen achter haar achterste kiezen. Een soort kwijlen bij het zien van kleur, stel ik mij voor. Zo heeft het kijken naar kleur veel te maken met genot.

Maar hoe zet je dit soort gedachten en herinneringen om in een aanbod voor kinderen in een atelier? Eerst maar eens kijken wat ik bij de kinderen in mijn klas zie. Drie jaar geleden gaf ik alle kinderen een schetsboek waarin ze mochten tekenen wat ze zelf wilden. De net 4 jarige Lisa oogstte toen veel bewondering met het tekenen van symmetrische patronen van hartjes, bloemetjes en abstracte vormen. Al snel werd dat iets wat hele klas overnam, uitbreidde en waarop allerlei variaties ontstonden. Nu zit Lisa allang in groep 3 en is vanuit deze manier van tekenen een hele nieuwe variant ontstaan. De kinderen krassen met verschillende kleuren in een slingerende beweging een wolk op het papier. Soms nemen ze zelfs een heel aantal stiften of kleurpotloden tegelijkertijd in hun hand. Ze gaan door totdat er dichte kluwen van kleur op papier staat. Zelf noemen ze het resultaat een ‘kunstwerk’. Af en toe kijken we samen welke kleuren er allemaal wel niet in de kluwen te ontdekken zijn. Ook met verf doen ze iets soortgelijks. Meestal drie wolken van op papier gemengde kleuren. Sommige meisjes schilderen samen; allebei drie dezelfde kleurwolken als hun vriendinnetje. Vorig jaar maakten Anne Lotte en Isa eens elk een schilderij waarin ze lieten zien uit welke afzonderlijke kleuren ieder wolkje was opgebouwd, als een soort som. Bv. geel rondje – rood rondje – roze rondje, wordt dit viezig rozerode kleurwolkje. En gisteren vroeg ik Anne Lotte even haar naam achterop een tekening op zwart papier te zetten. ‘Goed’, zei ze, ‘maar dan pak ik wel even een stift’. Waarop ze een zwarte stift pakte. ‘Dat zie je niet zo goed, denk ik. Een zwarte stift op zwart papier’. Maar even later zag ik dat er prachtig Anne Lotte met zwart op het zwarte papier stond. ‘Hé, je ziet het toch’, zei ik, ‘het is een iets andere kleur zwart’. Toen ik later langs de tekentafel liep hoorde ik Anne Lotte tegen haar vriendinnen zeggen terwijl ze met een bruine dikke stift over allerlei andere kleuren ging: ‘Kijk, dit is bruin en dit is een beetje andere kleur bruin en dit is weer een andere kleur bruin’. Ik moet ook denken aan de ‘kleurenfabriek’ die we 3 jaar geleden in de watertafel maakten. Daarin mengden de kinderen kleuren met water, voedingskleurstof, crêpepapier of allerlei natuurlijke materialen. Het leidde tot een rij prachtige, met gekleurde vloeistof gevulde, glazen potjes voor het raam en tot veel verwondering en plezier.  En ook tot sorteren op kleur, het maken van reeksen, het precies omschrijven van kleur, het bedenken van nieuwe namen voor nieuwe kleuren en tot mooie gesprekken. Terwijl ondertussen met het gieten, druppelen en mengen heel wat motorische vaardigheden werden geoefend.

Goed, stof genoeg. Volgende keer verder over hoe we dit omzetten in een aanbod in het atelier dat verbonden is met de leer- en ontwikkelingsdoelen uit onze kleutermethode.

Woordenschat

IMG_0606

..

Bijna herfstvakantie. ’s Ochtends vroeg, onderweg naar de dokter zie ik hoe flarden mist boven de weilanden hangen. Een week later, op weg naar Antwerpen is het weer op een heel andere manier mistig. In Nederland genieten we van de zon in een stralend blauwe lucht met af en toe een mooi, wit schapenwolkje. Maar als we België binnenrijden verandert het. Eerst zweven dicht bij de grond witte nevelflarden over de akkers en weilanden. Een windturbine lijkt de grijswitte damp wel uit de grond omhoog te malen. De zon schijnt tussen de vlagen mist door en laat druppels glinsteren. Steeds dikker en dichter wordt de mist, totdat we een grauwe wereld binnenrijden.  Langs de weg zien we alleen nog maar een smalle strook berm en daarachter de contouren van bomen, huizen, schuren of een hek.

Ik moet denken aan de woordkaartjes over het weer die ik met de kinderen besprak. Zon, regenachtig, hagel, bewolkt en zelfs half-bewolkt was helemaal niet moeilijk. Toen kwam er een kaartje waar ik zelf ook eerst even goed naar moest kijken: schematisch getekende huizen waarvan steeds even een stukje ontbrak met daardoorheen bibberige strepen. Een net 4 jarige wist het toch meteen: ‘mist’. Andere kinderen vulden hem aan. ‘Dan kun je alles niet meer zo goed zien.’ ‘Maar alles is er wel!’ ‘Dat komt omdat de wolken dan helemaal naar beneden zijn’. ‘Ja, de wolken zijn dan op de grond en alles ziet er zo wittig uit.’ Wonderlijk eigenlijk dat de net 4 jarige Giel dat al weet. Zo vaak zal hij toch niet bewust mist gezien hebben in zijn leven. Een herfst geleden was hij nog maar 3. Misschien is er een aantal keren iets gebeurd dat de mensen om hem heen mist noemden. Misschien heeft hij een verhaal gehoord waarin mist voorkwam of zag hij een filmpje op TV. Al die verschillende ervaringen moet hij koppelen aan dat ene woordje ‘mist’ en daarna ook nog eens aan een schematisch plaatje. Een prestatie van formaat zou je zo zeggen.

Bij veel kinderen gaat dit bijna als vanzelf. Maar niet bij allemaal. Een paar jaar gelden las ik voor uit ‘Pluk van de Petteflet’. Onderweg naar de kluizelaar komt Pluk met zijn kraanwagentje in de mist terecht en verdwaald. Nanne van dik 6 jaar keek me niet begrijpend aan. ‘Heb jij wel eens mist gezien?’ vroeg ik. Nee, dat had ze niet. De andere kinderen hielpen enthousiast en vertelden alles wat ze wisten over mist en wolken. We keken naar het plaatje waarin we de koplampen van Pluks wagentje door het grijs zagen schijnen. We zochten op internet andere plaatjes over de mist. Maar ik wist niet goed of het er voor Nanne iets duidelijker op werd. Totdat we een week later buiten speelden. Ineens hoorde ik naast me een kinderstem opgetogen roepen: ‘Juf kijk, ik zie wolken! Juf zijn dat wolken? Ik kan de wolken zien!’ Bijna reageerde ik met: ‘Ja, he he, dat zijn nou wolken.’ Maar toen zag ik dat het Nanne was die zo blij naast me stond te springen. Ik volgde haar blik omhoog. In de blauwe lucht hingen prachtige witte, donzige wolkjes.  En Nanne had ze gezien, opgemerkt en benoemd. Genietend proefde ze het woord als het ware op haar tong: ‘wolken…., wolken ….., allemaal wolken’. Zou ze dit opgemerkt hebben omdat we het over wolken en mist hadden gehad? Kon ze nu de relatie leggen tussen die witte, donzige vormpjes boven haar en het woord ‘wolken’ in verhalen en tussen dat fenomeen in de lucht en allerlei kennis en wetenswaardigheden? En dat waren dan alleen nog maar de woorden wolken en mist. Er zijn nog duizenden andere woorden en begrippen die 4 en 5 en 6 jarigen zich in sneltreinvaart eigen maken. In iedere kleutermethode staat bij elke les een rijtje woorden die aangeboden en liefst ook weer getoetst moeten worden. Ik wordt er altijd een beetje duizelig van. Kan ik, als juf, al die duizenden woorden die kinderen moeten kennen afzonderlijk aanleren? En er dan ook nog voor zorgen dat die woorden deel gaan uitmaken van hun wereld, dat ze ze niet weer vergeten zijn na 2 maanden? Gelukkig merk ik steeds weer dat de meeste kinderen zoveel zelf kunnen. Dat ze uit een rijke, talige omgeving vanzelf ontzettend veel woorden oppikken en dat ze die woorden ook weer  gaan gebruiken. Na de vakantie presenteren de kinderen in onze zelfgemaakte TV het weerbericht en ze gebruiken moeiteloos woorden als regenachtig, half-bewolkt of mistig. En na de storm waarbij zoveel bomen omwaaiden, ook orkaan, windhoos en tornado. ‘Het weer komt vanaf de zee ons landen binnen waaien’ zegt Gijs als een echte nieuwslezer. Zelfs kinderen als Nanne doen voorzichtig mee.

En wij? Als we in Antwerpen het MuHKA binnengaan is het nog steeds grauw, grijs en mistig. Maar een uur later zitten we in een werk van James Turrel. Een klein houten huisje buiten op het dak van het museum.  Bij de ingang hangt een bordje waarop staat: ‘There is no light. Even when all the light is gone, you can still sense light.’ Zittend op een van de houten banken langs de wand kijk je als vanzelf omhoog door de vierkanten uitsnede in het plafond. Nu is er wel licht, veel herfstig licht. Achter witte wolken-flarden zien we een helder blauwe lucht . Het is nog een beetje vochtig maar fris en prikkelend. Een schoon gewaaide wereld. Echt herfstweer en we hebben daar heel veel woorden voor.

IMG_0619

Il Palazzo Enciclopedia

 

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Begin augustus 2013 in Venetië. Dat is warm, druk en heel veel kunst. Ogen op steeltjes. Op de de Biënnale van Venetië  is in verschillende paviljoens werk te zien uit 37 landen. De hoofdtentoonstelling in de oude scheepswerf Arsenale en het centrale gebouw in het park Giardini heeft dit jaar als thema: ‘Encyclopedic Palace’.

The Encyclopedic Palace of the World. Een droom. Alles wat mensen hebben uitgevonden en gedacht, alle beelden, kennis en ervaring opgeslagen in één gebouw. Het eerste wat we zien is een maquette van 5 meter hoog, 136 verdiepingen met balustrades gemaakt van haarkammetjes en raampjes van celluloid. Dit had het grootste museum ter wereld moeten worden. En dan verder zwerven door de ruimtes van het Arsenale. Ordening van beelden. Bloemen, plekken, verhalen, steen, mensen, vliegende vogels, gebouwen, poppen, dingen, bergen. Hermetische werelden soms. Schurend en dan weer zo prachtig. Grote volle werelden beladen met details. Of kaal en leeg. Werk van outsiders, gevestigde en onbekende kunstenaars; het doet er niet meer toe. Ook in het Giardini. Een kunstenaar als bouwer van zijn eigen universum. Kijken hoe blinden een landschap en zichzelf schilderen op een groot vel papier. Ordening in de ruimte; hier de wolken, hier de rivier en voor de zon heb ik een kwast nodig want ik heb gehoord dat de zon eruit ziet als een gele bol met stralen en die stralen zijn dun en kan ik niet met mijn vingers maken. Van het ene paviljoen naar het andere. Marc Manders natuurlijk.  Zo mooi in het rijtje Spanje, Nederland, België. Kreupelhout verbonden met oude lappen, besmeerd met zalf in het Belgische paviljoen. kreupel – kruipen – krom – creep – crouch – crutch (kruk) Met mijn biologe-dochter het wonder van fotosynthese ontrafelen. Dood en leven.  Over een braak liggend terrein in het onttakelde Deense paviljoen terecht komen.  Vervreemdend. Vreemdeling. Veel. Een groep Amerikanen die grote cirkels bouwden van spullen en dingen. Zoals de kinderen doen in ‘t atelier op school. De kinderen kunnen er dan ook niet afblijven. ‘Pleace, hold your children by the hand!!’ klinkt het regelmatig. En er is nog meer. Venetië doorkruisen. De zon en veel schitterend water. Turen in een bak water, de reflectie op het plafond. En dan plotseling Venetië dat nat en blinkend uit dat water omhoogkomt. Door nauwe straatjes tussen de mensen doorlopen, steeds de schaduw zoekend. Al te nadrukkelijke verhalen, soms. En dan ineens weer iets prachtigs tegenkomen. Angola in het intieme Palazzo Cini. Tussen de schilderijen, het aardewerk, de meubels liggen stapels foto’s van kapotte, achtergelaten dingen op straat. En dan is het weer voorbij. Nog niet alles gezien. Maar wel helemaal vol met nieuwe beelden.

De Biënnale van Venetië en Mark Manders

3241-

SONY DSC

 

Met mijn twee volwassen kinderen naar de Biënnale in Venetië. Dat is nieuw, spannend, interessant en vooral ontzettend leuk. Tussen het inpakken en het bestuderen van de plattegronden en bootlijnen door, zoek ik de aflevering van Mark Manders uit de prachtige serie ‘Hollandse Meesters’ nog maar eens op. Mark Manders vertegenwoordigt Nederland in het Rietveld-paviljoen met ‘Room with Broken Sentences’.  In de documentaire beweegt hij door zijn atelier. Een grote ruimte met overal plekken met werk. ‘Living Room Scene’ bijvoorbeeld. Een aantal stoelen waarvan de bovenkant is afgezaagd, een triplex plaat, een band daaromheen, een brok klei. Overal in zijn werkplek staan tafels, stoelen, gereedschap, rekken met buizen, botten, onderdelen, touw, stenen, wol, verf en kwasten. Er liggen fabriekspijpen, bakstenen, houten platen, er staat een heftruck, ergens hangt een muur van plastic. En Mark Manders praat. Zorgvuldig formuleert hij, enigszins binnensmonds welke gedachten en ideeën ten grondslag liggen aan zijn werk. Al eerder hoorde ik hem in andere filmpjes dezelfde dingen zeggen. Toch is het niet afgezaagd of een herhaling van zetten. Ieder woord is doordacht, geproefd en zorgvuldig op de juiste plek gezet. Zoals hij dat doet met het neerzetten van theezakjes. De theezakjes gaan bijna als woorden functioneren en ‘vormen een zin, niet een zin die iets zegt maar één die iets probeert te zeggen.’

En terwijl ik kijk hoe Manders praat en loopt en af toe iets opraapt, verzet of een tekening uit een rek pakt om te laten zien wat hij wil met een werk, denk ik aan de ateliers die we inrichtten op school voor de kinderen.  Manders laat zien hoe hij de hele dag rondloopt, hoe hij bijvoorbeeld op zoek is naar een stuk hout, een beetje voorover gebogen, flinke passen, zoekende ogen, maar dan iets anders tegenkomt dat veel geschikter is. ‘Alles is er op ingericht dat ik voortdurend ideeën krijg. Heel vaak denk ik dat ik zelf geen ideeën heb maar dat het het atelier is dat mij ideeën geeft. Een machine die voortdurend ideeën genereert.’ En zo zag ik het ook bij de kinderen. Ze bewegen door het atelier, ze lopen heen en weer, gaan op zoek en komen iets anders tegen. Het materiaal wordt onderzocht, neergelegd, geordend, verplaatst. In Reggio Emilia wordt gesproken over de 100 talen. Manders maakt zichtbaar en voelbaar wat de taal van materiaal is.

‘En wanneer is het af?’ vraagt de interviewer. ‘Wanneer ik wil dat het af is. Ik ben een gebouw aan het maken, dat is eigenlijk op elk moment af.’ Elk werk dat Mark Manders maakt is onderdeel van een groot Zelfportret als Gebouw. ‘Het is natuurlijk pas echt af als ik dood ben. Maar het is nu ook af. Zoals een encyclopedie of zoals de wereld, die is ook altijd af’. En zo gaat het ook bij jonge kinderen. Het is duidelijk wanneer het af is, dat beslissen ze zelf. Maar op een ander moment tekenen of bouwen ze weer verder. Omdat het werk daarom vraagt en omdat het een ander moment is.

Als 18 jarige wilde Manders schrijver worden en hij maakte van pennen en ander schrijfmateriaal een plattegrond van een gebouw. Het was de bedoeling om de rest van zijn leven te schrijven over dit gebouw. Alleen kwam hij er gaandeweg achter dat hij veel beter met voorwerpen, met dingen, kon schrijven. ‘Dingen hebben een heel andere relatie met het denken dan het schrijven. Ik maak eigenlijk gewoon woorden. Dit is een boek’, en hij pakt een boek. ‘Dit is een tafel’, en hij wijst op een zelfgebouwde tafel. ‘Er is altijd iets mee maar dit is een tafel!’ Wij investeren in ons onderwijs veel in taal en in het leren lezen en schrijven. Maar als je kinderen de mogelijkheid geeft om in een atelier te werken blijkt dat ze heel ontvankelijk zijn voor die andere talen. Je gedachten ‘vastvriezen’ in materiaal. En die mogelijkheid creëer je niet omdat het een doel dient of omdat het noodzakelijk is of om wat voor reden dan ook maar zoals Manders zegt: ‘gewoon omdat je dat kan als mens’.

Er zijn natuurlijk ook veel verschillen tussen een kunstenaar als Mark Manders en kinderen. Naast dat de gedachten en het werk van een kunstenaar natuurlijk veel meer en verder uitgekristalliseerd zijn vind ik het meest opvallende verschil dat kinderen eigenlijk altijd lijken te willen samenwerken. Dat alles in kinderen gericht lijkt op communiceren met hun omgeving. Manders zegt dat het hem fijn lijkt om samen te werken, zoals een strijkkwartet bijvoorbeeld samenwerkt. Maar hij is vooral geïnteresseerd in kunnen zien wat 1 persoon heeft gedacht.

 

De laatste shampoo-fles is in de rugzak gepropt. De kinderen losgeweekt van Bachelor-project en het geven van een zomercursus. We gaan met wijd open ogen op weg naar Venetië.

Bekijk hier de aflevering van Hollandse Meesters over Marc Manders.

 

Atelier-dag

IMG_4280

 

 

..

Vorige week met mijn fotocamera langs het Geestmerambacht. Boterbloemen tussen lang bloeiend gras, ondoorzichtige poelen, de weerspiegeling in een slootje tussen wolken geel en groen, jonge boompjes als ijle tekens in de lucht, licht en schaduwen in het kreupelhout. De rijkdom van bloeiende oude bomen in het gras die een verlangen wakker maken naar heel lang en gedachteloos liggen. De zon die schijnt, glinstering op het water, op het jonge blad. En dan nog meer water, breeduit ineens, glad.

Eerder zag ik in de krant foto’s van het in flinterdunne plakjes gesneden brein van de overleden patiënt Henry Molaison. ‘Gevecht om een gehavend brein’. Waarom is ook dit zo mooi? De verdwenen hypocampus heeft de vorm van de reflectie van de ondergaande zon in het meer. De uitwaaierende gekronkelde vormen die aan de randen doorzichtig verkleuren op het glazen plaatje zijn prachtig. Of heeft het ook te maken met het onbegrijpelijke dat je ziet? Dat daar de gedachten ontstonden, het kijken, het geheugen? Het vasthouden, onthouden van wat je ziet en dat dat is wat juist deze man niet meer kon.

Ik hang alles op de muur in mijn atelier. Tijdens het schilderen kijk ik soms met een half oog naar reflecties op het water, de vorm van het brein, dan weer vergeet ik alles, is er alleen maar verf, die dichtloopt, modder wordt, openbreekt, gaat gloeien aan de randen … tot het moment dat ik niet meer weet waar ik ook alweer mee bezig was. Dan weer zitten en kijken en kijken en kijken.

’s Avonds zie ik op een terras, achter de dames met hun glazen witte wijn en de Tony Soprano-boot, een klein uitgesneden stukje water met daarin zulke helwitte uitelkaar spattende reflecterende sterren dat het wel een sprookje lijkt. Wonderlijker en magischer dan alles wat we bovennatuurlijk noemen. En we kunnen dat gewoon zien, midden in de alledaagse wereld. Later op de fiets terug naar huis zie ik het weer. Een roeier in het kanaal die even wordt opgetild en verder glijdt op het wit uiteenspattende licht, los van het zilveren water.

Thuis blijken alle A4-tjes naar beneden gedwarreld. Ik hang ze weer zorgvuldig op. Voor mijn volgende atelier-dag.

Denken met je handen?

IMG_3951

Erica Veld fotografeert Armando in ‘De Handen van de Meester’.

 

Material thinking … Kunst als zintuiglijke reflectie ….

Als ik in het Cobramuseum de schilderijen van Armando zie weet ik het ineens weer. Niet in woorden. Het is eerder een denken in verf, in gebaren, in ruimte en aanraking. Alsof ik de verf kan ruiken terwijl er niets te ruiken valt. Het kijken valt samen met mijn eigen herinnering. De sporen van zijn handen op het doek, het kneden en duwen, de eerdere lagen die  door de bovenlaag heen kieren. De kleur die in elkaar smeert. Het afstand nemen en kijken, gebaren maken met je handen in de lege ruimte en dan  weer dicht op de huid van de verf. Zoals dansers zeggen iedere beweging mee te maken in hun hoofd als ze naar een dansvoorstelling kijken. En het is wonderlijk om te bedenken dat Armando helemaal niet meer heen en weer kán dansen voor het doek. Dat hij in zijn stoel gezet wordt vlak voor het schilderij, dat hij moet vragen of iemand het doek verzet. Een zeeschilderij wordt pas als je op grote afstand staat grijsgroen water waarin het licht op de opspattende golven reflecteert. Dat kun je waarschijnlijk alleen zo schilderen vanuit de herinnerde ervaring van de duizenden keren dat je afstand nam.

 

Is dit denken in materie, in verf? Is dit een zintuiglijke manier van reflecteren?

Woorden als ‘schuldig landschap’ of de ‘schoonheid van het kwaad’. Het past. Maar het is ook een vertaling van iets dat je al wel begrepen had op een andere manier.