Kunstproject

KLEUR en andere projecten

De verzameling gekleurde Nespresso Cups van kunstenaar Floor Max

De verzameling gekleurde Nespresso Cups van kunstenaar Floor Max

..

Juf Gerda die al meer dan 40 jaar voor de klas staat gaat met pensioen en ze neemt afscheid met het opvoeren van de kleutermusical ‘We gaan op berenjacht’. Een koor van 24 kinderen uit groep 5 t/m 8 zingt de speciaal door Jan van Zelm gecomponeerde liedjes. Het ‘sneeuwlied’ is populair. Twee coupletten lang worden lieflijk de sneeuwvlokjes bezongen en de warme kleren die je aan moet trekken. Maar dan: O jee, een loeiende, zwiepende sneeuwstorm! Het raast en tiert, het lijkt wel Schubert. Na afloop verzucht Lewi: ‘iedereen zegt altijd dat ik dat zo boos zing maar ik wordt ook zo boos als dit stukje komt!’ Haar ogen schitteren en genietend stampt ze nog een keer op de grond. Ze heeft het helemaal begrepen. De dramatische opbouw van het lied en hoe je met muziek dus emoties kunt verbeelden. Of neem de kleuters die helemaal gefascineerd kijken naar de overheadprojector waarmee we de sneeuw achter het podium projecteren. ‘O, ik snap het al’ roept Jort, ‘er zit een lamp in en dan komt het licht daaruit’. Ze kunnen er niet afblijven. Willen weten wat er met de schaduwen gebeurt en die plaatjes kun je die bewegen en waar zie je dat dan. Bij ieder nieuw beeld klinkt de uitroep: ’oh, wat mooi!’ Het zijn gebeurtenissen die zo de doelen van ‘kunstzinnige oriëntatie’ kunnen dekken. Die sowieso heel waardevol zijn in een kinderleven.  Maar hoe zorg je dat dit geen toevallige incidenten blijven? Dat het wordt ingebed in de schooltijd van alle kinderen?

De groepen 7 en 8 bij ons op school hebben de afgelopen weken een aantal keren in het atelier gewerkt. Daarbij probeerden de leerkrachten samen met een kunstenaar een link te leggen met een ander vakgebied. Met aardrijkskunde of geschiedenis kwam in alle groepen  het thema ‘ontdekkingsreizen’ aan bod. Dit werd de aanleiding voor de 4 keer dat er in het atelier gewerkt werd. Vorige week werd het geëvalueerd. Een van de leerkrachten noemde als doel: het verrijken van het onderwerp V.O.C. en ontdekkingsreizen. De kinderen kregen de opdracht een object te maken dat kon drijven of rijden. Ze moesten nadenken over beweegbare constructies en leerden deze zelf te maken. Daarbij werden ze uitgenodigd om veel samen te werken. De opdracht bleek heel uitdagend en sloot goed aan bij het niveau van de kinderen. Je zou hierbij de koppeling kunnen maken met een aantal kerndoelen:

45       De leerlingen leren oplossingen voor technische problemen te ontwerpen,  deze uit te voeren en te evalueren.

42       De leerlingen leren onderzoek doen aan materialen en natuurkundige verschijnselen, zoals licht, geluid, elektriciteit, kracht, magnetisme en temperatuur.

55       De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.

Het werken in het atelier voelde voor een andere leerkracht als een luxe, bijna alsof het niet strookt met de focus op spelling en rekenen. Door de druk om de prestaties op die gebieden te verbeteren lijkt het alsof je geen kostbare uren in een atelier kunt doorbrengen. Maar zou die tijd echt ten koste gaan van de leeropbrengsten voor taal en rekenen? Het gaat om veel jongere kinderen maar Hans laat op de site Creatief Denken in het Onderwijs zien hoe je getallen, maten en gewichten kunt onderzoeken. Activiteiten die een goed uitgangspunt zouden kunnen zijn voor het werken in een atelier en zo kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van rekenvaardigheden.

Ondertussen bereiden wij, voor onze kleutergroepen, het werken in het atelier na de kerstvakantie verder voor. Is het goed om de doelen te koppelen aan die van de methode? De eerste week zijn de activiteiten een oriëntatie op het thema ‘Kunst’. Wat een verrijking om dat in het atelier te verdiepen met het onderzoeken van het deelthema ‘Kleur’. Floor Max, de kunstenaar, neemt misschien wel haar hele verzameling prachtig gekleurde Nespresso cups mee. Misschien laat een leerkracht zich inspireren door de herinnering aan alle prachtige gekleurde stoffen die ze als kind zag. En het toveren met gekleurd licht op de overheadprojector moet ook zeker een plek krijgen in het atelier. Zo weven we met z’n allen aan een manier van werken in het atelier en verder aan kunstonderwijs in het algemeen. Het gaat niet snel en misschien met vallen en opstaan. Maar het doel is een stevig, door iedereen gedragen cultuuraanbod voor alle kinderen.

KLEUR in het thema ‘kunst’ uit een kleutermethode en in het atelier

groen 2

Het is een levendige herinnering. Ik heb een tekening gemaakt op de kleuterschool en vind dat ik klaar ben maar de stagiaire wil dat ik de tekening eerst kleur. Dat het een stagiaire was is een gek detail. Ik zal haar vast niet zo genoemd hebben maar weet dat het bijzonder was dat ze er was. Dat ze jonger was dan de juf, een beetje meer zoals wij; de kinderen. Ze kijkt naar mijn tekening en zegt dat ik alleen maar lijntjes heb gemaakt. Dat zie ik ook wel maar toch heb ik helemaal geen zin in kleuren. Dan zegt ze: ‘Maar in de echte wereld heeft alles toch ook een kleur. Kijk maar, je ziet nergens lijntjes.’ Ik kijk om me heen en het is alsof er een explosie plaatsvindt in mijn hoofd. Nergens zie ik lijnen. De poten van de tafel zijn kleine kleurvlakken in het omringende grijsbruin van de vloer. Mijn jurk heeft een ander kleur dan mijn benen die daaronder vandaan komen. De lucht is niet overal van hetzelfde blauw maar toch hebben de bomen die zich aftekenen tegen die lucht een hele ander kleur. De grens is geen lijn maar een tegen elkaar opbotsen van kleuren. Euforisch loop ik naar huis terwijl ik niet kan stoppen met kijken. Alles, echt alles heeft een kleur! Thuis wil ik mijn moeder vertellen over deze ontdekking. Ik zeg: ‘Mama, alles heeft een kleur!’ ‘Ja’, zegt mijn moeder, ‘soms is iets rood, soms blauw of groen’. Dit klinkt niet als wat ik bedoel en ik probeer het opnieuw: ‘ja maar echt alles heeft een kleur……!’ Hoe het gesprek verder ging herinner ik mij niet, alleen de teleurstelling dat ik niet duidelijk kon maken hoe bijzonder het was dat de wereld bestond uit kleurvlakken en niet uit vormen die begrensd werden door lijnen.

Ik moet aan deze herinnering denken bij het voorbereiden van het werken in het atelier de komende periode. Het is de bedoeling dat we met vier kleutergroepen  vier keer een dagdeel in hetzelfde atelier gaan werken. We proberen daarbij de verbinding te leggen met het thema en de leer- en ontwikkelingsdoelen van onze methode ‘Kleuterplein’.  Dat thema is die periode ‘kunst’ en al pratend met de collega’s komt daaruit het deelthema ‘kleur’ naar voren.

De ene herinnering roept de andere wakker. De wereld die bestaat uit botsende kleurvlakken doet denken aan de schilderijen van Rothko en de keer dat ik als 14 of 15 jarige zei dat ik de reproductie van een werk van hem het mooiste vond uit een boek over moderne kunst, eigenlijk misschien wel van alle schilderijen die ik ooit zag. Het leverde een smalend lachen van mijn vriendinnen op. En later het zichtbaar gemaakte  over elkaar schuiven van gekleurde doeken bij Rob van Koningsbruggen. En steeds wordt mijn oog getrokken naar daar waar de ene kleur in de andere overgaat, waar het mengt en botst. De gloeiende rafelrandjes bij Rothko, de ene kleur die op de andere ligt bij van Koningsbruggen en de grens van het doek waar de onderliggende kleur onderuit piept.

Mark Rothko, 1954, Royal Red and Blue

Mark Rothko, 1954, Royal Red and Blue

 

Rob van koningsbruggen, GH96.23

Rob van Koningsbruggen, GH96.23

..

Ik was een jaar of 7 en liep op een zonnige voorjaarsochtend alleen buiten. Een beetje verveeld. Het was zonnig maar fris en de wind blies koud langs mijn blote benen. Aan de zijkant van onze flat stonden twee roze bloeiende boompjes. Toen ik daar voor de derde keer langsliep keek ik naar boven. Als ik onder de boompjes ging staan was mijn hele blikveld gevuld met het roze van de bloesem. Daar doorheen zag ik de heldere blauwe lucht. Nu kon ik met mijn ogen focussen op de lucht of op de bloesem. Vaag blauw en helder roze of andersom. Ineens voelde ik mij onverwachts en heftig gelukkig. Ik dacht dit moet ik voor altijd onthouden. Hetzelfde geluksgevoel als toen ik ooit bijkwam uit een narcose waarin het was alsof ik levensgrote kleurvlekken in de ruimte maakte waar ik zelf in rond zweefde. Loïs, een vriendin uit de tijd op de Rietveld, zei ooit dat ze sommige kleuren in schilderijen kon voelen achter haar achterste kiezen. Een soort kwijlen bij het zien van kleur, stel ik mij voor. Zo heeft het kijken naar kleur veel te maken met genot.

Maar hoe zet je dit soort gedachten en herinneringen om in een aanbod voor kinderen in een atelier? Eerst maar eens kijken wat ik bij de kinderen in mijn klas zie. Drie jaar geleden gaf ik alle kinderen een schetsboek waarin ze mochten tekenen wat ze zelf wilden. De net 4 jarige Lisa oogstte toen veel bewondering met het tekenen van symmetrische patronen van hartjes, bloemetjes en abstracte vormen. Al snel werd dat iets wat hele klas overnam, uitbreidde en waarop allerlei variaties ontstonden. Nu zit Lisa allang in groep 3 en is vanuit deze manier van tekenen een hele nieuwe variant ontstaan. De kinderen krassen met verschillende kleuren in een slingerende beweging een wolk op het papier. Soms nemen ze zelfs een heel aantal stiften of kleurpotloden tegelijkertijd in hun hand. Ze gaan door totdat er dichte kluwen van kleur op papier staat. Zelf noemen ze het resultaat een ‘kunstwerk’. Af en toe kijken we samen welke kleuren er allemaal wel niet in de kluwen te ontdekken zijn. Ook met verf doen ze iets soortgelijks. Meestal drie wolken van op papier gemengde kleuren. Sommige meisjes schilderen samen; allebei drie dezelfde kleurwolken als hun vriendinnetje. Vorig jaar maakten Anne Lotte en Isa eens elk een schilderij waarin ze lieten zien uit welke afzonderlijke kleuren ieder wolkje was opgebouwd, als een soort som. Bv. geel rondje – rood rondje – roze rondje, wordt dit viezig rozerode kleurwolkje. En gisteren vroeg ik Anne Lotte even haar naam achterop een tekening op zwart papier te zetten. ‘Goed’, zei ze, ‘maar dan pak ik wel even een stift’. Waarop ze een zwarte stift pakte. ‘Dat zie je niet zo goed, denk ik. Een zwarte stift op zwart papier’. Maar even later zag ik dat er prachtig Anne Lotte met zwart op het zwarte papier stond. ‘Hé, je ziet het toch’, zei ik, ‘het is een iets andere kleur zwart’. Toen ik later langs de tekentafel liep hoorde ik Anne Lotte tegen haar vriendinnen zeggen terwijl ze met een bruine dikke stift over allerlei andere kleuren ging: ‘Kijk, dit is bruin en dit is een beetje andere kleur bruin en dit is weer een andere kleur bruin’. Ik moet ook denken aan de ‘kleurenfabriek’ die we 3 jaar geleden in de watertafel maakten. Daarin mengden de kinderen kleuren met water, voedingskleurstof, crêpepapier of allerlei natuurlijke materialen. Het leidde tot een rij prachtige, met gekleurde vloeistof gevulde, glazen potjes voor het raam en tot veel verwondering en plezier.  En ook tot sorteren op kleur, het maken van reeksen, het precies omschrijven van kleur, het bedenken van nieuwe namen voor nieuwe kleuren en tot mooie gesprekken. Terwijl ondertussen met het gieten, druppelen en mengen heel wat motorische vaardigheden werden geoefend.

Goed, stof genoeg. Volgende keer verder over hoe we dit omzetten in een aanbod in het atelier dat verbonden is met de leer- en ontwikkelingsdoelen uit onze kleutermethode.

Een bijzondere tentoonstelling

IMG_5037

image001Het gebeurt zelden: Je hebt een idee en  praat daarover met anderen. Je maakt samen plannen, misschien niet altijd even realistisch maar het enthousiasme groeit. Voorzichtig probeer je iets van de plannen te realiseren. De problemen die je tegenkomt lijken soms onoplosbaar maar toch, maar toch ……. ineens is daar een resultaat dat alle verwachtingen overtreft. Er komt iets tot stand dat meer is dan ieders afzonderlijke gedachten en ideeën. Alsof iedereen zonder voorbehoud zijn deel in de smeltkroes stort en het laat gisten en borrelen totdat er uiteindelijk een chemische verbinding ontstaat die leidt tot iets dat helemaal nieuw is. Het overkwam ons bij het maken van de tentoonstelling BOUWPLAATS. We wilden laten zien hoe we een jaar lang met de hele school hebben gewerkt  aan het kunst-educatieve project BOUWPLAATS. Laten zien wat kunst, creativiteit en ontdekkend leren met elkaar te maken hebben. Hoe geweldig het was om de concentratie en de aandacht van de kinderen te zien, de manier waarop ze experimenteerden en samenwerkten. Hoe mooi de producten soms waren die uit dat proces voortkwamen. We wilden het werk uit de vertrouwde context van de school halen en plaatsen in de omgeving van de professionele beeldende kunst. Tonen wat de overeenkomsten zijn tussen kunst en het creatieve proces van kinderen die in een atelier aan de slag gaan. Niet laten zien wat alle kinderen in al de 20 groepen hadden gemaakt. Dat hadden we op school al gedaan. Maar inzoomen op de details, op dat ene proces, dat ene kind, die ene situatie. Om zo voelbaar te maken wat de kinderen dachten en deden. En wat er gebeurt bij de leerkrachten die op deze manier met hun kinderen werkten. De kunstenaars Floor Max en Jaap Velserboer richten de tentoonstelling in. Ik zie het groeien en als het uiteindelijk klaar is wil ik net als bij bijvoorbeeld een tekening die net af is alleen maar heel lang kijken. Zien dat het is gelukt om dat wat er eerst nog niet was, wat alleen vaag in mijn hoofd zat, zichtbaar te maken. Want gelukt is het! Het is een mooie, rijke en heldere tentoonstelling geworden. Maar net als bij een geslaagd schilderij volgt op dat eerste tevreden kijken de gedachte dat iedereen dit moet zien. Wie weet eigenlijk wat voor prachtigs er verborgen ligt achter de dichtgeplakte ramen van de tentoonstellingsruimte naast de kunstuitleen? Het is bijna als een klein, intiem geheim wat je alleen kunt vinden als je weet dat je ernaar moet zoeken. Maar dat is natuurlijk niet de bedoeling van een mooie tentoonstelling. Daar moeten heel veel mensen naartoe! Dus kijk met mij mee en besluit om dit ook in het echt te zien in de kunstuitleen in Alkmaar aan de Bergerweg 1. (Ook open op tijden dat de kunstuitleen gesloten is! Zie verder onderaan deze blog.)

IMG_5022

Aandacht, concentratie en schoonheid. Dat is wat grote foto’s laten zien.

..

IMG_5007

IMG_5009De ruimte is ingericht als een werkplaats. Materiaal is uitgestald alsof het snoepjes zijn; je wilt het oppakken, voelen, verplaatsen, je wilt ermee bouwen. En in dit geval mag dat ook gewoon. Op een overzichtsfoto uit één van de ateliers zie je hoe ieder kind actief en volkomen geconcentreerd bezig is.

IMG_5008

..

De eerste periode van het project werd gewerkt vanuit het thema ‘bouwen’. Bouwen met allerlei materiaal zoals stenen, bamboestokken of piepschuim, bouwen met karton of met wilgentenen en tie-rips. Bouwen door te stapelen, te verbinden, te vervormen. Bouwen in de hoogte of juist door het uitleggen en omsluiten van vormen. En hoe teken je dat wat je bouwde? Begrippen als evenwicht, balans en symmetrie, hoeveelheden, ordenen en verzamelen kwamen heel vanzelfsprekend aan de orde. De kinderen zochten naar manieren om stevige verbindingen te maken en ontwikkelden de nodige vaardigheden.  Ook werd er gepraat en nagedacht over wat dat eigenlijk is; bouwen.

..

..

IMG_5042

In de tentoonstelling is een deel van de film ‘Rivers and Tides’ van de kunstenaar Andy Goldsworthy te zien. De kunstenaar bouwt hier net als de kinderen ronde vormen met stenen. Verschillende keren stort het bouwwerk in, terwijl ondertussen het tij opkomt. Net als de kinderen leert de kunstenaar de eigenschappen van steen steeds beter kennen en lukt het uiteindelijk om te bouwen wat hij wil. Maar zijn ideeën en plannen veranderen ook door wat hij te weten komt over stenen.

..

..

..

IMG_5028IMG_5024De tweede project- periode sloot aan bij het schoolproject ‘bouwen en dieren’. Hoe bouwen dieren? Hoe groot, hoe zacht of hoe donker moet het hol van een konijn worden? En een dinosaurus? Waar woont die? En mag ‘ie wel ontsnappen?

..

IMG_5034

IMG_5035

IMG_5030

Een gangenstelsel waarin verschillende dieren elkaar ontmoeten hangt als een prachtig, bijna abstract kunstwerk aan de muur.

..

IMG_5040

IMG_5012De kinderen van een groep 6 verzamelden oude apparaten die ze uit elkaar haalden. De verschillende onderdelen werden gesorteerd en de kinderen kregen de opdracht om op te schrijven welke onderdelen ze zouden kunnen gebruiken om een nieuwe insectensoort te bouwen. Net als bestaande insecten moest het nieuwe beestje een lijf krijgen dat uit drie geledingen bestond. En het zou natuurlijk heel mooi zijn als dat lijf zou kunnen bewegen. Tussen de insecten en hun behuizing valt het werk van de kunstenaar Panamarenko helemaal niet op. Ook bij Panamarenko zie je de fascinatie voor beweging, soms alleen maar voor de suggestie daarvan. Een kunstenaar die experimenteerde, fantaseerde en droomde en met zijn ‘vliegtuigen’ een heel eigen universum bouwde.

 

IMG_5021

Niet alleen bij de kinderen werd veel teweeg gebracht. Ook de leerkrachten leerden veel. Op tafel enkele uitspraken van leerkrachten.

‘Wij hebben ook een wereld, kijk maar!’ zei Isia uit groep 1/2 tegen haar vriendinnen en bracht hen naar de plek waar ze samen met anderen aan het bouwen was. En die uitnodiging geef ik graag door.tekeningen A3 (4)

De tentoonstelling is nog tot 14 oktober te zien:

Bergerweg 1, Alkmaar

openingstijden

maandag t/m vrijdag: 9.00 – 18.00 u.

zaterdag: 12.00 – 17.00 u., zondag 14.00 – 17.00 u.

De Biënnale van Venetië en Mark Manders

3241-

SONY DSC

 

Met mijn twee volwassen kinderen naar de Biënnale in Venetië. Dat is nieuw, spannend, interessant en vooral ontzettend leuk. Tussen het inpakken en het bestuderen van de plattegronden en bootlijnen door, zoek ik de aflevering van Mark Manders uit de prachtige serie ‘Hollandse Meesters’ nog maar eens op. Mark Manders vertegenwoordigt Nederland in het Rietveld-paviljoen met ‘Room with Broken Sentences’.  In de documentaire beweegt hij door zijn atelier. Een grote ruimte met overal plekken met werk. ‘Living Room Scene’ bijvoorbeeld. Een aantal stoelen waarvan de bovenkant is afgezaagd, een triplex plaat, een band daaromheen, een brok klei. Overal in zijn werkplek staan tafels, stoelen, gereedschap, rekken met buizen, botten, onderdelen, touw, stenen, wol, verf en kwasten. Er liggen fabriekspijpen, bakstenen, houten platen, er staat een heftruck, ergens hangt een muur van plastic. En Mark Manders praat. Zorgvuldig formuleert hij, enigszins binnensmonds welke gedachten en ideeën ten grondslag liggen aan zijn werk. Al eerder hoorde ik hem in andere filmpjes dezelfde dingen zeggen. Toch is het niet afgezaagd of een herhaling van zetten. Ieder woord is doordacht, geproefd en zorgvuldig op de juiste plek gezet. Zoals hij dat doet met het neerzetten van theezakjes. De theezakjes gaan bijna als woorden functioneren en ‘vormen een zin, niet een zin die iets zegt maar één die iets probeert te zeggen.’

En terwijl ik kijk hoe Manders praat en loopt en af toe iets opraapt, verzet of een tekening uit een rek pakt om te laten zien wat hij wil met een werk, denk ik aan de ateliers die we inrichtten op school voor de kinderen.  Manders laat zien hoe hij de hele dag rondloopt, hoe hij bijvoorbeeld op zoek is naar een stuk hout, een beetje voorover gebogen, flinke passen, zoekende ogen, maar dan iets anders tegenkomt dat veel geschikter is. ‘Alles is er op ingericht dat ik voortdurend ideeën krijg. Heel vaak denk ik dat ik zelf geen ideeën heb maar dat het het atelier is dat mij ideeën geeft. Een machine die voortdurend ideeën genereert.’ En zo zag ik het ook bij de kinderen. Ze bewegen door het atelier, ze lopen heen en weer, gaan op zoek en komen iets anders tegen. Het materiaal wordt onderzocht, neergelegd, geordend, verplaatst. In Reggio Emilia wordt gesproken over de 100 talen. Manders maakt zichtbaar en voelbaar wat de taal van materiaal is.

‘En wanneer is het af?’ vraagt de interviewer. ‘Wanneer ik wil dat het af is. Ik ben een gebouw aan het maken, dat is eigenlijk op elk moment af.’ Elk werk dat Mark Manders maakt is onderdeel van een groot Zelfportret als Gebouw. ‘Het is natuurlijk pas echt af als ik dood ben. Maar het is nu ook af. Zoals een encyclopedie of zoals de wereld, die is ook altijd af’. En zo gaat het ook bij jonge kinderen. Het is duidelijk wanneer het af is, dat beslissen ze zelf. Maar op een ander moment tekenen of bouwen ze weer verder. Omdat het werk daarom vraagt en omdat het een ander moment is.

Als 18 jarige wilde Manders schrijver worden en hij maakte van pennen en ander schrijfmateriaal een plattegrond van een gebouw. Het was de bedoeling om de rest van zijn leven te schrijven over dit gebouw. Alleen kwam hij er gaandeweg achter dat hij veel beter met voorwerpen, met dingen, kon schrijven. ‘Dingen hebben een heel andere relatie met het denken dan het schrijven. Ik maak eigenlijk gewoon woorden. Dit is een boek’, en hij pakt een boek. ‘Dit is een tafel’, en hij wijst op een zelfgebouwde tafel. ‘Er is altijd iets mee maar dit is een tafel!’ Wij investeren in ons onderwijs veel in taal en in het leren lezen en schrijven. Maar als je kinderen de mogelijkheid geeft om in een atelier te werken blijkt dat ze heel ontvankelijk zijn voor die andere talen. Je gedachten ‘vastvriezen’ in materiaal. En die mogelijkheid creëer je niet omdat het een doel dient of omdat het noodzakelijk is of om wat voor reden dan ook maar zoals Manders zegt: ‘gewoon omdat je dat kan als mens’.

Er zijn natuurlijk ook veel verschillen tussen een kunstenaar als Mark Manders en kinderen. Naast dat de gedachten en het werk van een kunstenaar natuurlijk veel meer en verder uitgekristalliseerd zijn vind ik het meest opvallende verschil dat kinderen eigenlijk altijd lijken te willen samenwerken. Dat alles in kinderen gericht lijkt op communiceren met hun omgeving. Manders zegt dat het hem fijn lijkt om samen te werken, zoals een strijkkwartet bijvoorbeeld samenwerkt. Maar hij is vooral geïnteresseerd in kunnen zien wat 1 persoon heeft gedacht.

 

De laatste shampoo-fles is in de rugzak gepropt. De kinderen losgeweekt van Bachelor-project en het geven van een zomercursus. We gaan met wijd open ogen op weg naar Venetië.

Bekijk hier de aflevering van Hollandse Meesters over Marc Manders.

 

Spelen dat je Jip bent die een cowboy is …

Dansen met kleuters. Het is zo heerlijk om te zien, misschien juist in de weken dat de kinderen zich buigen over de CITO-kleutertoetsen. Helemaal vanzelf ervaren ze nu wat voor en achter is, maken ze een rij die eerst kort is en dan steeds langer en langer wordt. Woorden als lasso en lus en vangen en gevangen worden krijgen betekenis. Zo briest en steigert het paard, zo loopt een cowboy door het hoge gras. Met hun hele lijf laten ze zien hoe klein het holletje van de muis is en hoe groot het moet worden. En er wordt met volle teugen genoten!

Zo hoort onderwijs aan kleuters te zijn en dat wil ik graag laten zien. Maar dan begint het gevecht met toch niet zo heel erg goede foto’s, filmpjes die niet geconverteerd willen worden, muziekjes die niet gevonden worden en niet mooi bij de beelden en achter elkaar passen. Maar alle blije gezichtjes vertellen misschien wel genoeg. Dus toch maar …: dansen dat je Jip bent die een cowboy is die Janneke vangt die een paard is en ook nog een bok en een kleine muis en een nog veel kleinere mier.

Zie ook ‘buiten spelen’.

 

Een atelier in school

Ooit zei iemand na het zien van een tentoonstelling van Toeval Gezocht; ‘ach ja, zo zijn kleuters gewoon, altijd friemelen en frutselen en bezig maar of dat nou zo bijzonder is?’

Kleuters aan het werk in een atelier. Elk kind is doelgericht bezig. Samen en alleen, pratend, dromend, bouwend, tekenend, aandachtig, vrolijk of nadenkend. Het stroomt. Als in een dans bewegen twee meisjes samen boven een groot vel papier. Als twee zwaantjes bijna. Gewoon kleuters maar toch …. als je goed kijkt gebeurt er zoveel.

Lees verder in ‘Wij hebben ook een wereld, kijk maar!’

Samen spelen en delen in het atelier

IMG_3744

Bouwplaats is een kunsteducatief project waarbij in onze school 2 ateliers ingericht zijn. Van bijna alle leerkrachten hoor ik regelmatig hoe geweldig de kinderen samenwerken in het atelier, hoe vanzelf dat gaat en hoeveel taal zij daarbij gebruiken. Heel anders dan in de klas.

Als ik de kinderen van mijn groep 1/2 vraag wat ze hebben geleerd tijdens het thema ‘Dieren en hun Bouwplaats’, waarbij we veel in het atelier werkten, is het opvallend dat ze allemaal over ‘wij’ praten.

We kunnen nu dinonesten bouwen. En vogelnesten met een beetje modder en stokjes en met blaadjes. We weten nu dat een krokodil in de dierentuin woont. Ja, en ook in een soort dam met een beetje groen, zoals een bever. We weten hoe we een nest van een ooievaar moeten maken; takken neerleggen, heel groot, stenen voor eieren en de sinaasappelnetjes gebruiken voor de eieren warm te houden. En zachtjes zegt Lotte: Samen spelen, samen delen. Samen spelen, samen delen? Ja, in het atelier gaan we samen spelen.

Als ik voorstel om op een middag nog een keer in het atelier te gaan werken beginnen de kinderen meteen afspraken te maken. Zullen wij straks samen op de Bouwplaats? Ja maar ik ga al met iemand anders, zullen we dan met z’n allen? Ook worden er met elkaar alvast plannen bedacht over wat ze zullen gaan maken vanmiddag.

 

Het is iets wat ik steeds weer zie als er in een school een atelier ingericht wordt waarin de kinderen met elkaar beeldend kunnen werken, spelen, onderzoeken en creëren. De meeste kinderen willen heel graag samenwerken, ideeën en gedachten worden gedeeld en razendsnel van elkaar overgenomen. Ze overleggen, maken samen plannen, stellen de plannen weer bij als er een ander idee langskomt en dat gebeurt bijna zonder ruzie. Ook kinderen die liever alleen werken vinden zonder problemen een plekje in het geheel. Is dat omdat de kinderen belang hebben bij de samenwerking, zoals iemand eens opperde? Ze kiezen zelf wat ze willen doen, hoe ze dat doen en met wie. Ze kiezen zelf het doel en kunnen de samenwerking ook weer stoppen of uitbreiden als ze dat willen. De kinderen lijken voortdurend uit op communicatie; met elkaar en met hun omgeving. Het is een steeds veranderende stroom met een heel eigen dynamiek die soms uitmond in wat een leerkracht eens ‘dan gaat het zoemen’ noemde.

Als we er nu eens voor zouden zorgen dat iedere basisschoolklas een atelier tot zijn beschikking had waarin de kinderen regelmatig op deze manier samen konden werken, zou dat niet veel effectiever zijn tegen pesten dan alle anti-pest-protocollen en –methoden die je nu om de oren vliegen? Al is dat natuurlijk niet de belangrijkste reden voor een atelier in school.