Maandelijks archief: mei 2015

Kleutermethode als bronnenboek

.

.

‘een plattegrond is de grond die plat is’

..

IMG_1347IMG_1346

. 

Kijk, ik heb een tekening van onze klas gemaakt’ zeg ik, terwijl ik de plattegrond uitrol die ik tussen de middag van de klas maakte. Ik geef een les uit de methode kleuterplein binnen het thema POST. Het is de bedoeling dat de kinderen oefenen in het opereren met ruimte en vormen, dat ze hun ruimtelijke oriëntatie ontwikkelen en gaan begrijpen wat een plattegrond is. Daarom zal ik op de plattegrond met een mini-envelopje aangeven waar in de klas een echte brief is gepost. Voorlopig zijn de kinderen zeer welwillend maar zien ze nog geen plattegrond in mijn tekening. Eerder een grote brievenbus met poten eronder in een straat. Want dat het iets met post te maken moet hebben, dat hebben ze al wel begrepen. Ik vraag ze of ze weten wat een plattegrond is. Veel vingers gaan omhoog: ‘Dat is de grond, zo hier, de grond die plat is’, er wordt gewezen naar de grond en geklopt, gestampt en gewreven. Ja, de grond is plat en dat kun je op allerlei manieren ervaren. Dan zie ik Raai de Kraai, die in zijn nest boven onze kringtafel hangt en krijg een idee. Ik laat de handpop naar beneden vliegen. Vanuit zijn positie hoog boven de klas snapt hij wel hoe die tekening in elkaar zit. Hij vliegt heen en weer terwijl hij laat zien waar hij is op de plattegrond. Ik noem het woord landkaart en luchtfoto. Af en toe zie ik een kleine glimp van herkenning. Ja, een landkaart of liever een schatkaart, dat kennen ze wel. Ik laat Louis, waarvan ik weet dat hij goed kan ‘opereren met ruimte en vormen’ en een groot ruimtelijk inzicht heeft, samen met Raai zoeken waar het envelopje ligt in de klas. Maar alleen met heel veel hulp en sturing komen we ergens in de buurt. Ondertussen begint Louis, zomaar met Raai de Kraai in zijn eigen handen, gek te doen voor een lach-graag publiek dat genoeg heeft van al dit onbegrijpelijke en ik geef het op.

Toch kan ik het nog niet helemaal loslaten. Verschillende keren zag ik jonge kinderen die spontaan plattegronden maakten, soms zelfs opvallend kloppend met de werkelijkheid. Ik besluit nog een poging te wagen. Met groepjes van 6 kinderen ga ik zitten in de kleine kring. Ik vertel een verhaal over een dorp dat door een orkaan verwoest wordt. Van de burgemeester krijgt iedereen 4 dezelfde blokjes. Daar mogen ze een nieuw huis van bouwen op een vel papier maar ….! Geen enkel huis mag hetzelfde zijn en ieder blokje moet in ieder geval met één hele kant aan een ander grenzen. De kinderen vinden het niet moeilijk, er zijn veel mogelijkheden en zes verschillende: dat is zo gepiept. Maar in het dorp moet natuurlijk ook post bezorgt worden. Ik vraag ze een plattegrond te maken zodat de postbode weet waar iedereen woont. We trekken de huisjes om en halen dan de blokken van het papier. Hoe kan het dat je soms nog maar 1 blokje ziet? Sommige kinderen vinden dat heel logisch; ‘die andere blokjes stonden er bovenop’. Anderen kijken en herkennen hun huisje niet meer. Dat lossen ze onmiddellijk op door de blokjes alsnog naast elkaar te leggen en die om te trekken. Het meest fascinerend zijn de kinderen die op de grens tussen inzicht en niet begrijpen balanceren. Blokken worden weggehaald en weer neergelegd, geteld, gestapeld en weer afgebroken. Als alle huisjes omgetrokken zijn moeten er natuurlijk ook wegen, rotondes, zebrapaden en parken getekend worden. Inmiddels heb ik in de thema-hoek die postkantoor geworden is een kaart van onze stad neergelegd. Jonathan vindt dat hij moet worden opgehangen zodat iedereen hem goed kan zien. Regelmatig zijn er kinderen voor de plattegrond te vinden, kijkend en soms heftig met elkaar in gesprek. De ‘blokjes’-plattegrond wordt net zo mooi ingekleurd als de echte. Maaike heeft haar eigen straat getekend en vraagt of ik er Boterbloemstraat bij wil schrijven. Jill schrijft zelf haar eigen straatnaam op de goede plek.

De volgende weektaak staat in het teken van plattegronden. Ik vraag de kinderen huizen te bouwen langs een getekende weg maar ook om een plattegrond te tekenen van onze klas waarop je de weg kunt vinden naar alle zelfgemaakte brievenbussen in onze groep. Nienke weet niet hoe ze beginnen moet. Als ik naast haar ga zitten en doorvraag begrijp ik ineens dat ze vooral moeite heeft met de manier waarop je de grens van een ruimte aangeeft. Dat je een tafel tekent als een rechthoek met daarom stoelen die een streepje zijn, dat snapt ze nog wel. Dat kun je ook nog wel zien als boven op een kast zou klimmen. Maar dat de muren van de klas een rechthoek kunnen zijn, dat kun je op geen enkele manier zien. Iets wat ik gedachteloos deed, een ruimte afgrenzen, is eigenlijk een ingewikkeld concept. Ik vertel dat je ook alleen de vloer kunt tekenen en een streep waar die vloer ophoud. Dat snapt ze en binnen een paar minuten staat er een rechthoek op haar papier waar ze wild omheen begint te krassen. ‘Het is buiten en het is de woeste wind die waait’. Later vraag ik of er ook iets in de klas is. Even tekent ze een tafel met stoelen erom heen om dan weer verder te gaan met de wind: blauw voor de wind binnenin de klas en rood voor de storm buiten. Ze geniet met volle teugen, binnen, buiten, buiten, binnen. Ze heeft een grens getrokken tussen binnen en buiten. En viert het nieuwe inzicht.

IMG_1349

.

Al snel wordt het tekenen van de plattegrond iets waarvan de kinderen weten hoe het moet: eerst een rechthoek en daarbinnen kleinere rechthoeken met vormpjes die stoelen voorstellen. Bijna als een soort van abstracte patronen. Toch komen daarin weer de brievenbussen met nummers! En inderdaad hebben we in de huishoek een rond tafeltje. De plattegrond wordt soms opgefleurd met bloemetjes en hartjes en de vriendinnetjes en juf moeten er natuurlijk ook bij: van voren.

IMG_1351IMG_1353

.

Jonathan ontdekt dat niemand het bureau van juf tekent. Enthousiast begint hij aan de bovenkant, tegen de muur, gedetailleerd een bureau te tekenen. Precies zoals het eruit ziet, met laatjes en daarnaast het kastje met daarop de map van juf. Toch zit hij somber voor zich uit te kijken als ik weer langs kom: ‘Mislukt! Ik heb het van de verkeerde kant getekend’. En inderdaad, het bureau zie je, in tegenstelling tot de tafels, het kleedje en de kast, van opzij.

IMG_1352.

Maar hij is niet de enige. De meeste kinderen tekenen alles vanuit het perspectief dat de meeste informatie geeft. Ze tekenen datgene wat het het eerst opvalt. Alhoewel niet allemaal. Fréderique tekent alles van boven. Zelfs de schooltuin buiten, staat op haar plattegrond. Maar wat doet die lange vorm daar, helemaal links op het blad? Dat is de ijzeren paal natuurlijk, die omhoog het dak inloopt.

IMG_1354IMG_1350

.

Aan het eind van de week kijkt Jill, terwijl ze zit te tekenen, verlangend omhoog. ‘Oh, ik wou dat ik het een keertje écht kon! Zo omhoog zijn en dan zien hoe de klas eruit ziet.’ Op de fiets naar huis bedenk ik dat ik een selfie stick hoog in het puntje van ons schuine plafond zou kunnen houden en dan een foto maken. Sowieso zouden we met zo’n stick van alles van boven kunnen fotograferen. Daarna kunnen we natuurlijk op Goolge Earth kijken naar alle plekken die we kennen. En het boek ‘De gele ballon’ van Charlotte Dematons zouden ik ook kunnen opsnorren. Maar het is genoeg geweest. Het thema is afgelopen. De vakantie komt eraan.

Zo is het vaak met de lessen in kleuterplein. Met één activiteit kun je weken voort. Vooral als je de doelen die er bij genoemd worden wilt halen. De methode als leidraad voor wie daar behoefte aan heeft en als bronnenboek voor de ervaren leerkracht; daar adverteren ze mee. Ik ga voor dat bronnenboek maar moet wel jongleren tussen alle verschillende en uiteenlopende input door. Maandag beginnen al onze kleutergroepen met een eigen thema. Ik ga maar eens heel weinig plannen en heel goed luisteren en kijken en naar mijn kinderen.

Odyssee

IMG_1391.

Gewapend met dikke sokken en warme truien nestelen we ons een paar dagen in een huisje in de duinen. Ondanks de sombere weersvoorspellingen zwerven we iedere dag, zonder zelfs maar een spatje regen, door zonnig struikgewas en langs de kust waar wilde windvlagen het schuim hoog het strand opblazen. Tussen het orkest van zingende vogels herken ik sinds kort de nachtegaal. En als ik mij koester in het zonnetje, beschut tegen de wind achter het huisje, hoor ik de kikkers zachtjes kwaken in de poel verderop. In het kleine keukentje improviseer ik een maaltijd terwijl Jan, met partituur, luistert naar Otello van Verdi op CD. Af en toe hoor ik hem zachtjes mompelend commentaar geven. En dan enthousiast naar mij: ‘Hoor je dat … en dat …, hoor je de elementen van Verdi die ik, zonder het te weten, verwerkt heb in mijn muziek!’ Ja, na bijna 30 jaar samenleven met een musicus herken ik niet alleen een nachtegaal maar ook moeiteloos Monteverdi of Josquin des Prez, onderscheid ik Schumann van Poulenc of Hindemith van Schönberg. De afgelopen maanden maakte ik van dichtbij mee hoe Jan muziek schreef voor de nieuwe toneelvoorstelling ‘De Odyssee’, van het gymnasium bij ons in de buurt. Ik hoorde de liederen op teksten van Robbert Grijsen groeien, herkende Monteverdi, Schubert, Verdi misschien en vooral heel veel Jan van Zelm.

Vorig jaar componeerde hij ook al muziek bij een toneelvoorstelling op de school. Toen ik naar die uitvoering kwam kijken en luisteren werd ik ontvangen door een oud leerling van mij. Hé, deed ze ook mee? ‘Nee’, antwoordde ze terwijl haar schouders, bijna wanhopig, naar beneden zakten. ‘Te laat met opgeven! M’n broer wel.’ Ik herkende meteen de kleuter die ooit vertelde dat ze thuis een speelgoedkonijn had dat echt kon lopen. Toen ze ‘m in de kring liet zien bleek dat geen opwind-beestje maar een gewoon knuffeltje. Vol verwachting keek de rest van de klas toe hoe het zachte witte konijntje zou gaan lopen maar er gebeurde niets. ‘Nee, natuurlijk niet’, zei de vijfjarige met eenzelfde wanhopige blik over zoveel onbegrip, ‘hij durft het pas als niemand kijkt, we moeten hem met rust laten, dan is ‘ie vanzelf een stukje verder’. ‘Misschien doe je volgend jaar mee’, zei ik tegen de inmiddels 13 jarige. En dat heeft ze gedaan. In de Odyssee speelt en zingt ze mee. Als Odysseus langs Scylla vaart, een zeemonster met 6 hondenkoppen en daartegenover Charybdis die driemaal per dag zo’n enorme hoeveelheid water opzuigt en uitspuwt dat er vervolgens een draaikolk ontstaat, jaagt ze al klappend, sissend en stampend samen met het koor alle mannen van Odysseus de dood in.

phoca_thumb_l_20150409_wvdlugt_4613phoca_thumb_l_20150409_wvdlugt_4606

.

Voor het eerst dit jaar worden de leerlingen niet alleen begeleid door de piano maar ook door het strijkers-ensemble Indigo. Het geeft Jan nog meer mogelijkheden. Even ben ik bang dat het teveel zal zijn. Zoveel muzikale ideeën en dan de professionele musici die weten hoe ze dat ook echt kunnen laten horen. Is dat nog wel in balans met leerlingen die niet allemaal een evengrote muzikale achtergrond en ervaring hebben? Maar het omgekeerde gebeurt. De strijkers tillen de zangers op, trekken iedereen de sfeer van de muziek in en laten ze de structuur nog beter begrijpen. Thema’s die terugkomen en door de instrumenten herhaalt worden, stemmen en tegenstemmen die om elkaar heen wervelen. Gloedvol roept Penelope vanachter haar weefgetouw de goden aan.

phoca_thumb_l_20150409_wvdlugt_4449

.

En het zijn niet alleen meisjes die mee willen spelen en zingen in de voorstelling. Sommige jongens kiezen voor toneel maar hebben zelden of nooit gezongen. Allemaal staan ze er met evenveel overtuigingskracht en enthousiasme. Al zingend steken ze elkaar, als de vrijers die het paleis van Ithaka bevolken, de loef af.

phoca_thumb_l_20150409_wvdlugt_4354

.

Vorig jaar kwam ik ook al een andere oud leerling van mijn eigen school tegen. Toen verraste ze iedereen met haar heldere stem tijdens verschillende 3-stemmige stukjes. Het afgelopen jaar zag ik haar vaker. Ze had de smaak te pakken gekregen en zangles genomen bij Jan. In de Odyssee krijgt ze de rol van de moeder van Odysseus toebedeeld. Ze zingt vanuit de onderwereld haar lied van verdriet om de verloren zoon. En ze doet dat met zoveel inlevingsvermogen en gevoel dat de tranen me in de ogen schieten. Wat heeft ze veel geleerd en wat een muzikaliteit. ‘Hoe doe je dat toch?’ zegt ze zelf tegen Jan, ‘zulke mooie muziek componeren’. Om dan met een tegendraadsheid die ik nog van haar ken te vervolgen: ‘Ik snap niet dat je niet allang beroemd bent. Dit is toch veel mooier dan al die troep op You Tube!’.

 

.

In ons huisje in de duinen hebben we het over authentieke kunsteducatie. Volgens Jan zou je zo’n voorstelling dan heel anders aanpakken: ‘Je moet de leerlingen zelf laten improviseren en componeren, werken met spreekkoren en ritme-instrumenten en zo.’ Ik weet het niet. Het kan natuurlijk maar door een stuk en muziek te schrijven zonder concessies te doen, zonder te bedenken dat het vooral voor ouders, broertjes en zusjes leuk moet zijn en door samen te werken met professionele musici ervaren de leerlingen hoe het er in de wereld van de kunst aan toe gaat. Toch ook een belangrijk uitgangspunt van authentieke kunsteducatie. Bovendien organiseren de leerlingen alles zelf, van de  belichting en het geluid tot de financiën. En als ik de aanstekelijke betrokkenheid, het enthousiasme en de samenhorigheid zie, denk ik dat het zeker gelukt is een voorstelling neer te zetten zoals dat ook in de ‘echte wereld’ gebeurt.