Maandelijks archief: augustus 2014

Op hoeveel manieren kun je denken?

IMG_1079

‘Wanneer ben ik nou aan aan de beurt?’ Ze had er echt zin in. Na de vakantie zou ze naar groep 3 gaan en ze kende al zoveel letters. Dat wilde ze heel graag laten zien. Toen het eindelijk zo ver was spatte de motivatie er vanaf. Rechtop zat ze op haar stoel. De 2 spierwitte staartjes zwiepten vrolijk in de lucht. Een paar heldere blauwe ogen keken me verwachtingsvol aan. Eerst vroeg ik haar verschillende letters te benoemen. Die van haar eigen naam kende ze wel maar ze wist niet meer precies welke nou ook alweer bij welke klank hoorde. Eerst noemde ze nog willekeurige klanken, later zei ze steeds vaker: ‘weet ik niet’. Uit haar ooghoeken telde ze mijn krulletjes. ‘…… heb ik er maar 5 goed?’ Haar stemmetje werd dun, ze zuchtte en haar schouders zakten naar beneden. ‘Joh, je kent er al 5 en de rest ga je straks allemaal in groep 3 leren!’ probeerde ik haar op te beuren. We gingen verder; nieuwe kansen. Ik vertelde dat ik een woord in stukjes (letters) zou gaan zeggen en vroeg of ze kon horen welk woord het was. Het was de bedoeling dat ik eerst de context aangaf. ‘Het is vaak op een (kinder)boerderij ….’, begon ik. ‘Een paard!’ riep ze meteen enthousiast, weer helemaal rechtop en stralend op haar stoeltje. Ik legde uit dat ik het woordje nog in stukjes moest zeggen, dat ze goed moest luisteren, net zoals we weleens in de kring deden. G – EI – T, spelde ik. Ze wachtte, haar ogen keken naar binnen. Ze maakte kleine gebaartjes met haar handen. ‘Schaap’, zei ze uiteindelijk. Zo ging het vaker. De voet die aan je lijf zit werd een been, de vis een kwal. Op een gegeven moment nam ze de tijd om mij gedetailleerd uit leggen hoe ze het deed. Ze luisterde eerst heel goed in haar hoofd naar de letters. Ze zei ze heel, heel zachtjes, zonder dat ik het kon horen. Daarna maakte ze er een woord van, dan plakte ze de letters gewoon aan elkaar. Ik zag de concentratie waarmee ze bezig was. Ik dacht ook dat ik kon zien wat ze allemaal moest onderdrukken. Als ik vertelde dat het in de zee zwom, kwamen er bijna meteen allerlei beelden op in haar hoofd. Ergens hoorde ze wel het woordje -vis-. Maar dat riep vast ook meteen associaties op met de kwallen die we laatst gemaakt hadden en de filmpjes die we daarbij bekeken, daar zwommen tenslotte ook vissen tussendoor. Maandag begint de school weer en gaat ze echt naar groep 3. Nog steeds vol verwachting en overtuigd van haar eigen kunnen. Toch ben ik ook een beetje bezorgd. Zal er nog aandacht zijn voor al haar vragen en voor de verhalen in geuren en kleuren, die ze vertelt terwijl ze wel op móét staan om alles uit te beelden? Is er nog tijd om te luisteren naar alle aarzelend uitgesproken gedachten? Gaat het ook af en toe nog om andere dingen dan goed of fout? Leerkrachten in groep 3 krijgen niet veel ruimte. De kinderen mogen nog maar 15 minuten naar buiten in de ochtend en eigenlijk ‘s middags helemaal niet meer. In een half uur moet er gegeten, gedronken en buiten gespeeld zijn en moeten de kinderen weer startklaar zitten om zoveel mogelijk ‘effectieve leertijd’ over te houden. Stilzwijgend wordt er dus vanuit gegaan dat je alleen leert van directe instructie en het uitvoeren van doelgerichte opdrachten. Je leert niet van buiten spelen, samen even kletsen, bewegen of dagdromen terwijl je uit het raam staart.

Soms wordt er een onderscheid gemaakt tussen beelddenken en taaldenken. Beelddenken is intuïtief, associatief en zintuigelijk. Doen en ervaren staan centraal. Kleuters zijn nog nog echte beelddenkers. Ze werken graag vanuit het grote geheel, zien vooral de overeenkomsten en willen altijd weten waarom iets is zoals het is. Nieuwe informatie wordt vooral visueel opgenomen, het luisteren is veel minder actief. Kleuters zitten als het ware in het beeld en doen actief mee. In een kleutergroep sluit je daarbij aan. Vanaf groep 3 maakt het onderwijs de overstap naar taaldenken. Het luisteren komt centraal te staan. Regels en volgorde worden belangrijk en de leerkracht biedt alles tweedimensionaal aan. Iets is goed of fout en geen voortdurend veranderend proces. Beelden zijn soms een ondersteuning voor talige informatie maar nooit meer wordt iets eerst visueel aangeboden. Veel kinderen maken zonder moeite de overstap van een voorkeur voor beelddenken naar het denken in taal. Maar niet allemaal!

Het onderwijs is bij uitstek een plek voor taaldenkers. Dat merk ik ook weer op de startvergadering aan het begin van schooljaar. Het pedagogisch klimaat is een speerpunt op onze school en het is prachtig daar de eerste weken wat extra de aandacht aan te geven. Maar dat gebeurt vooral talig. We hebben met elkaar schoolregels gemaakt. Die regels zijn dan wel geschreven in een mooi vormgegeven hand (Wij hebben het samen in de hand). Maar toch … allemaal taal. Iedere groep maakt zijn eigen ‘Gouden Regels’ en we houden kringgesprekken. Natuurlijk kun je alles ‘vertalen’ naar beelden, ervaringen, beweging. Toch blijft de ingang en het uitgangspunt talig. Ook het testen, toetsen en de rapportage is onderwerp van gesprek. Daarbij wordt lang stil gestaan bij de weging van verschillende toets-vormen en de objectiviteit. In de kleutergroepen moeten we dit jaar na iedere les uit de methode aftekenen welke kinderen het aangegeven ontwikkelingsdoel beheersen. Dat betekent dat ik bijvoorbeeld na een kringgesprek moet invullen welke van de 25 kinderen nog niet hun mening kunnen geven. Ik kan daar buikpijn van krijgen. Dus een klein beetje meer beelddenkerij in het onderwijs kan vast geen kwaad. Er zijn zoveel manieren waarop je kunt denken.

 

WERELDS; over kunst, atelier en onderwijs

Drie jaar geleden kwam de kersverse ICC-er naar mij toe. Het leek haar zo leuk om een groot kunstproject te organiseren en we konden dat jaar nog net een ‘samenwerkingssubsidie’ aanvragen. Ook de groepsleerkracht annex drama/dans-docent was enthousiast en samen schoven we aan tafel. We maakten plannen voor een andere, meer explorerende, benadering van kunstonderwijs. Richten 2 ateliers in, benaderden 3 beeldend kunstenaars en organiseerden studiedagen voor het team. Het project werd ook ingezet om het fusieproces waarin de school verwikkeld was te ondersteunen. Twee heel verschillende scholen met een heel andere populatie en schoolcultuur gingen samen hetzelfde avontuur aan. En niet alleen de kinderen leerden en ontwikkelden zich, ook de leerkrachten werden geschoold en deden nieuwe ervaringen op.

Het is niet gestopt bij dat ene project ‘BOUWPLAATS’. Langzamerhand krijgen de ateliers een vaste plek in ons onderwijs.  De kunstenaars worden oude bekenden. En voor de kinderen is het atelier een plek geworden waar ze hun eigen initiatieven kunnen volgen. Waar ze samenwerken, nadenken, creëren, spelen, onderzoeken en experimenteren. De ene leerkracht kan beter met het concept uit de voeten dan de andere. Maar doordat we samen met een groot team dezelfde ontwikkeling doormaken wordt de leerkracht die wat meer moeite heeft heel gemakkelijk meegenomen door die andere bevlogen enthousiasteling. En nog steeds begeleiden kunstenaars zowel de leerkrachten als de kinderen. Als vanzelf gaan ze daarbij in op ieders kwaliteiten en minder sterke kanten.

Afgelopen jaar maakten we een filmpje over de verbinding tussen het werken in het atelier en in de klas. We hebben behoorlijk wat bereikt in die 3 jaar. Dus we zijn best trots!

Vertrouwen 2

Drie maanden geleden schreef ik een blog over vertrouwen. Onze dochter vertrok in haar eentje naar Zuid Oost Azië met het plan om pas maanden later weer terug te komen. Wij waren trots, volgden haar avonturen vol enthousiasme en waren verrast over de kleine, mooie inzichten die ze beschreef. Maar we moesten ons ook wapenen tegen allerlei angstige fantasieën. Want wat zou er allemaal wel niet kunnen gebeuren?

Toch hebben wij nooit gedacht dat het vliegtuig waarmee ze naar Kuala Lumpur vloog in een oorlog terecht zou kunnen komen. Nu blijkt dat ook op het moment dat zij over de Oekraïne vloog enkele andere vliegtuigmaatschappijen al een alternatieve route kozen. De gevonden lonely planet had ook de hare kunnen zijn. Dus mij identificeren met de nabestaanden die geliefden verloren tijdens de vliegtuigramp gaat angstig genoeg helemaal vanzelf. Het is slechts een toevallige, wrede speling van het lot die bepaalt wie er getroffen wordt. Een studiegenoot van mijn zoon verloor beide ouders en zijn enige zus. Als ik samen met mijn zoon op huizenjacht ben in Liverpool waar hij de komende jaren hoopt te promoveren, stel ik me voor hoe het zou zijn als hij dat ineens alleen zou moeten doen. Aan het begin van je volwassen leven zonder een veilige haven waar je af en toe nog even naar terug kunt gaan. En wat betekent vertrouwen dan? Wat als het op zo’n grove manier is geschonden? Wat heb je eraan dat je vol vertrouwen een vliegtuig instapt of je dochter vol vertrouwen op reis laat gaan als de rest van de wereld dat vertrouwen helemaal niet waard blijkt te zijn? Is het naïef om te denken dat vertrouwen iets is om na te streven? Iets dat makkelijk gezegd is in het veilige, welvarende Nederland maar in andere delen van de wereld zijn betekenis verliest.

Ondertussen laaien overal in de wereld de brandhaarden op. Ineens lijkt het onmogelijk om géén compassie te voelen met de kinderen in Gaza, de  Yazidi’s op de berg, de Oekraïners of vluchtelingen in Syrië. Oorlog, pijn en verlies is ineens niet meer iets dat ver weg gebeurt en waar we niets mee te maken hebben, het is voorstelbaar leed geworden dat ons allemaal kan overkomen. Ik lees in de krant dat Unicef schat dat er in Gaza 373.000 kinderen getraumatiseerd zijn en langdurig psychologische hulp nodig hebben, iets wat ze waarschijnlijk voor het allergrootste deel niet zullen krijgen. Ik lees -dat een trauma dat deel van het centrale zenuwstelsel aantast dat adrenaline, ademhaling en hartslag controleert. Kinderen krijgen slaapproblemen, plassen in bed, kunnen zich moeilijk concentreren, (..) worden agressief of zonderen zich af. Een deel zal later een posttraumatische stress-stoornis ontwikkelen.- Dit zijn de volwassenen van de toekomst. Hoeveel vertrouwen zullen zij in de wereld hebben? En hoeveel jonge mannen zullen er voor kiezen om terug te vechten?

Misschien is vertrouwen iets wat pas kan groeien als je veilig bent, als je genoeg te eten hebt en een dak boven je hoofd. Op die manier is het een luxe die wij ons, nog steeds, kunnen veroorloven. En toch …… denk ik dat wij onze kinderen moeten opvoeden met vertrouwen. ‘Het is goed’, zei een collega, ‘dat er mensen bestaan die weten dat je conflicten ook anders kunt oplossen, die zichzelf begrijpen en zich kunnen verplaatsen in anderen en die zelfs begrijpen dat er omstandigheden zijn waarin je dat allemaal niet kunt.’ Als tegenwicht, als plek van hoop. Het is misschien niet veel maar veel anders hebben we op dit moment niet.