Maandelijks archief: juni 2013

Een gesprek met kleuters

5098095-a-whitetail-cerf-male-en-ete-velours-debout-dans-les-bois

‘… en de hertjes hadden een gewei van stof!’ vertelt Lyam opgetogen en een beetje verbaasd. Een prachtig beeld. Het roept meteen associaties op met wat ik denk te weten. De ooit geziene, nieuwe, bijna viltachtige geweien van herten na de rui? Lyam tekent al weer  verder aan zijn geit. De kinderen tekenen over het bezoek van gisteren met mijn collega aan de kinderboerderij bij de hertenkamp.

’s Middags zegt hij het opnieuw. We zitten in de kring. Isa heeft een hoorn van een bok meegenomen. Ze heeft hem van haar opa gekregen, vertelt ze. De bok was dood gegaan en toen was die hoorn eraf gegaan. Daar merkt ‘ie natuurlijk niets meer van, gelukkig! Ik laat de hoorn de kring rondgaan. De kinderen willen allemaal wel even voelen en van binnen in de hoorn kijken.  Lyam bekijkt de hoorn aandachtig en laat zijn vingers langs de ribbeltjes gaan. Dan zegt hij weer: ‘hertjes hebben een gewei van stof’. Mijn juffenhart springt op. Zonder dat ik het mij bewust ben wil ik ineens van alles aan de kinderen leren. ‘Hoe zou dat komen?’ vraag ik. Een niet begrijpende blik is het antwoord. Dat is natuurlijk ook de foute vraag. ‘Zag het gewei er hetzelfde uit als de hoorn van de bok?’ probeer ik. ‘Hertjes hebben een gewei van stof,’ herhaalt Lyam nog maar eens als tegen een onwillige leerling. ‘De hertjes hadden een gewei van stof en dat is niet zo hard als de hoorn van de bok. Maar zou het gewei echt van stof zijn?’ Ik kijk de kring rond om ook de andere kinderen erbij te betrekken. Maar het gesprek dat eerst heel levendig was is stil gevallen. Wat wil ik eigenlijk? Dat de kinderen zeggen dat dat komt omdat het oude gewei is afgevallen en dit een nieuw gewei is? Of dat ze zich afvragen waarom het hertengewei van stof is en de hoorns van een bok niet? Lyam is duidelijk de enige die het is opgevallen dat de geweien van herten van stof zijn. Hij heeft zich daar over verwonderd. Zoals hij zich over wel meer dingen verwondert die hij toch meteen accepteert. Zo zit de wereld klaarblijkelijk in elkaar. Ik realiseer mij dat hij de herten alleen heeft gezien, waarschijnlijk van een afstandje. Dat hij ze niet heeft gevoeld. En ook dat hij niet kan weten dat er iets veranderde. Hij zag niet eerst herten die hun gewei verloren, waarna er weer kleine jonge stompjes uit hun kop groeiden. Met een haastige, schijnbaar niet opgemerkte verklaring sluit ik af. ‘Herten krijgen af en toe een nieuw gewei, dat groeit en ziet er eerst net uit als stof’. Dan wil Tjeerd nog wel iets anders vertellen. ‘Als er nou een bok is die zijn hoorn er is afgegaan door een ongeluk, misschien kan die dan die hoorn van Isa gebruiken, dan kunnen zie die er misschien opplakken?’ ‘Zou dat kunnen?’ vraag ik Isa en meteen is iedereen weer betrokken. Nee, dat kan niet want je kunt niet iets aan je lijf plakken, dat moet groeien. Maar Gijs zijn oma had een been dat gebroken was en die is wel weer heel gemaakt. Maar was dat wel met lijm gedaan? Je hebt geen mensenlijm of dierenlijm.  Was dat been van oma er echt af of was haar bot gebroken? Gijs weet het niet maar wel dat het heel erg was en dat ze nog steeds met krukken loopt.

Het is mij wel weer duidelijk. Kleuters leren niet wat ik bedenk dat ze moeten weten. Kleuters leren van directe ervaringen en van elkaar. Het enige wat ik als leerkracht kan doen is een rijke omgeving creëren waar ze met al hun zintuigen zoveel mogelijk verschillende ervaringen op kunnen doen. En ze de mogelijkheid geven die te delen door te praten, te tekenen, te dansen, te zingen, verhalen te vertellen en natuurlijk door er heel veel over te spelen!

Spelen dat je Jip bent die een cowboy is …

Dansen met kleuters. Het is zo heerlijk om te zien, misschien juist in de weken dat de kinderen zich buigen over de CITO-kleutertoetsen. Helemaal vanzelf ervaren ze nu wat voor en achter is, maken ze een rij die eerst kort is en dan steeds langer en langer wordt. Woorden als lasso en lus en vangen en gevangen worden krijgen betekenis. Zo briest en steigert het paard, zo loopt een cowboy door het hoge gras. Met hun hele lijf laten ze zien hoe klein het holletje van de muis is en hoe groot het moet worden. En er wordt met volle teugen genoten!

Zo hoort onderwijs aan kleuters te zijn en dat wil ik graag laten zien. Maar dan begint het gevecht met toch niet zo heel erg goede foto’s, filmpjes die niet geconverteerd willen worden, muziekjes die niet gevonden worden en niet mooi bij de beelden en achter elkaar passen. Maar alle blije gezichtjes vertellen misschien wel genoeg. Dus toch maar …: dansen dat je Jip bent die een cowboy is die Janneke vangt die een paard is en ook nog een bok en een kleine muis en een nog veel kleinere mier.

Zie ook ‘buiten spelen’.

 

Atelier-dag

IMG_4280

 

 

..

Vorige week met mijn fotocamera langs het Geestmerambacht. Boterbloemen tussen lang bloeiend gras, ondoorzichtige poelen, de weerspiegeling in een slootje tussen wolken geel en groen, jonge boompjes als ijle tekens in de lucht, licht en schaduwen in het kreupelhout. De rijkdom van bloeiende oude bomen in het gras die een verlangen wakker maken naar heel lang en gedachteloos liggen. De zon die schijnt, glinstering op het water, op het jonge blad. En dan nog meer water, breeduit ineens, glad.

Eerder zag ik in de krant foto’s van het in flinterdunne plakjes gesneden brein van de overleden patiënt Henry Molaison. ‘Gevecht om een gehavend brein’. Waarom is ook dit zo mooi? De verdwenen hypocampus heeft de vorm van de reflectie van de ondergaande zon in het meer. De uitwaaierende gekronkelde vormen die aan de randen doorzichtig verkleuren op het glazen plaatje zijn prachtig. Of heeft het ook te maken met het onbegrijpelijke dat je ziet? Dat daar de gedachten ontstonden, het kijken, het geheugen? Het vasthouden, onthouden van wat je ziet en dat dat is wat juist deze man niet meer kon.

Ik hang alles op de muur in mijn atelier. Tijdens het schilderen kijk ik soms met een half oog naar reflecties op het water, de vorm van het brein, dan weer vergeet ik alles, is er alleen maar verf, die dichtloopt, modder wordt, openbreekt, gaat gloeien aan de randen … tot het moment dat ik niet meer weet waar ik ook alweer mee bezig was. Dan weer zitten en kijken en kijken en kijken.

’s Avonds zie ik op een terras, achter de dames met hun glazen witte wijn en de Tony Soprano-boot, een klein uitgesneden stukje water met daarin zulke helwitte uitelkaar spattende reflecterende sterren dat het wel een sprookje lijkt. Wonderlijker en magischer dan alles wat we bovennatuurlijk noemen. En we kunnen dat gewoon zien, midden in de alledaagse wereld. Later op de fiets terug naar huis zie ik het weer. Een roeier in het kanaal die even wordt opgetild en verder glijdt op het wit uiteenspattende licht, los van het zilveren water.

Thuis blijken alle A4-tjes naar beneden gedwarreld. Ik hang ze weer zorgvuldig op. Voor mijn volgende atelier-dag.